Printen

Grotere aanleg voor ouderdomsziekten bij kleine baby’s en dikke peuters

Amsterdam, 20 april 2017 13:17 | Anne Groen

Toevoegen aan Mijn Voeding Nu

Kinderen geboren met een laag geboortegewicht en/of snelle gewichtstoename hebben een grotere kans op het krijgen van ouderdomsziekten, zoals hart- en vaatziekten en obesitas, in vergelijking met baby`s met een normaal of hoger gewicht. Vooral als zij tijdens hun eerste levensjaren snel toenemen in gewicht.

Dit toont Arend van Deutekom, kinderarts bij het VU Medisch Centrum aan met zijn onderzoek onder achtduizend opgroeiende kinderen.

De kinderarts onderzocht of het verband tussen verhoogde calorie-inname en gewichtstoename terug te voeren is op verstoringen in de energiebalans tijdens de groeifase van een kind. Uit zijn onderzoek blijkt dat wanneer kinderen rondom de geboorte slecht groeien, ze op kinderleeftijd al een ongunstigere energiebalans hebben.

‘Hierdoor hebben ze waarschijnlijk een hoger risico op obesitas en hart- en vaatziekten’, aldus Van Deutekom. Hij promoveert 21 april aan het VUmc.

 

Risicogedrag

Uit Van Deutekoms onderzoek blijkt dat een laag geboortegewicht, snelle gewichtstoename of onvoldoende lengtetoename op de zuigelingenleeftijd samenhangen met veranderingen in de energiebalans, de spierkracht, conditie en de activiteit van het autonome zenuwstelsel (een regulator van de energiebalans).

 

‘Een verstoring van de energiebalans betekent dat deze kinderen meer stil zitten’, legt de kinderarts uit. ‘Minder sporten en ongezonder eten kan ervoor zorgen dat kinderen een grotere kans hebben op het krijgen van obesitas en hart- en vaatziekten’.

 

ABCD-geboortecohort

Van Deutekoms onderzoek is onderdeel van de zogeheten ABCD-studie (Amsterdam Born Children and their Development). Het is een groot cohortonderzoek dat achtduizend opgroeiende kinderen volgt vanaf hun geboorte. Van Deutekom onderzocht de invloed van geboortegewicht en groei tijdens de zuigelingenleeftijd op lichamelijke fitheid, energie-inname, eetgedrag, lichamelijke activiteit en veel zitten op latere leeftijd.

 

Piepjestest en spierkrachtmeting

Hiervoor deed hij metingen bij een selectie van deze kinderen van 8-9 jaar oud. Van Deutekom: ‘We nodigden de kinderen uit voor één van onze drie onderzoeksdagen in het Olympisch Stadion. Tijdens zo’n meetdag werd hun conditie gemeten met een piepjestest en hun spierkracht met een handknijpkrachttest. Ook moesten ze een verspringtest doen.’

 

Vragenlijsten en beweegmeter

Daarnaast moesten de jeugdige deelnemers vragenlijsten invullen over hun sport- en eetgedrag.

‘We gaven ze een beweegmeter mee die ze een week om moesten houden zodat we hun bewegingspatroon in kaart konden brengen’, licht de kinderarts toe.

 

Aanzet maatregelen en initiatieven

Dit onderzoek toont het belang van gezonde groei op jonge leeftijd aan en de invloed hiervan op de aanleg tot overgewicht en ouderdomsziekten. Nu dit onderzoek heeft vastgesteld dat er al grote verschillen zijn in de aanleg van bewegingspatronen, eetgedrag en fitheid van kinderen, kan dit de effectiviteit van maatregelen en initiatieven om gezond gedrag te stimuleren toe te spitsen op kinderen met de hoogste risico’s op ongezond gedrag.