Printen

Koningshof deel 1 - Een 'coole' plek kennis over voedsel uit te wisselen

Utrecht, 10 mei 2017 12:00 | Annet Roodenburg

Toevoegen aan Mijn Voeding Nu

Met een groep bevriende landschapsarchitecten is in 2013 de Koningshof in Utrecht gestart. In de kas van Koningshof werd toen door de Youth Food Movement (YFM) een debat over keurmerken georganiseerd. We zaten samen in het panel, Roeland Meek en ik. Dit soort debatten organiseren is slechts één van de dingen die ze hier doen…

In januari zat ik hier ook met mede-oprichter van Koningshof Akke Bink en Lorenzo van Nistelrooij (vierdejaars levensmiddelentechnologie).

Een groene academie

Zo noemt Akke de Koningshof: ‘Een plek waar mensen komen om kennis over voedsel uit te wisselen. Deze plek faciliteren wij. Mensen die hier een tuintje hebben, helpen we 's zaterdags als we hier zijn met tips en ideeën. Maar ook via de nieuwsbrief en Facebook.’

Roeland en Akke zijn vier jaar geleden gestart met de Koningshof, samen met twee andere oud-medestudenten landschapsarchitectuur van Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp: Robert Jongerius en Joris van Velthoven.

 

Vier jaar geleden was het moeilijk om aan een baan te komen

Zeker als landschapsarchitect, er werd weinig gebouwd, het was midden in de crisis. Met tien studenten begonnen Akke en Roeland toen een collectief met als doel: het creëren van een open podium op het gebied van ruimtelijke planning en zodoende bottom-up duurzame gebiedsontwikkeling op gang te brengen. ‘Een van de projecten die hieruit voortvloeide, was een onderzoek naar de identiteit van dit gebied hier, er zijn namelijk veel ruimtelijke claims op dit gebied,’ vertelt Akke: ‘Daarnaast ging het over het hoveniersverleden van de stad Utrecht en de kennis van consumenten over groente kweken. Ter afsluiting hielden we een tentoonstelling in de toen nog verlaten kassen van het huidige Koningshof. Dat ging als volgt…

 

Een echte Utrechtse tuindersnaam

‘Het toeval wilde, dat de vader van Robbert Jongerius, een van de andere studenten, hier jarenlang tuinder is geweest,’ gaat Roeland verder. ‘Deze kas was van hem. Jongerius is een echte Utrechtse tuindersnaam. Gedurende 250 jaar hebben ze groente gekweekt voor de stad. Eerst in de binnenstad, en toen met de uitdijende stad mee, steeds verder naar het buitengebied, tot dat ze hier aan de gronden bij de Kromme Rijn terecht waren gekomen.'

 

De schootsvelden van de Hollandse Waterlinie

'Het voordeel was dat dit nog steeds agrarisch gebied is, want we zitten in de schootsvelden van de Hollandse Waterlinie. Dit gebied moest tot kniehoogte onder water gezet kunnen worden, als de Russen kwamen. Daarom is het hier nog steeds niet bebouwd. Of de huizen zijn van hout, zodat ze gemakkelijk konden worden afgebrand. Er liggen hier ook veel sportvelden. En daar achter die bossen ligt het eerste fort al', wijst Roeland.

 

Een ‘coole’ plek

‘Dus hebben we hier in de kas, die vol stond met distels, een tentoonstelling van dat onderzoek gehouden,’ vertelt Roeland verder, ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, dacht ik wat een coole plek!. Als landschapsarchitecten ‘bedenken’ we altijd alleen maar hoe een gebied zich zou moeten ontwikkelen en hier ‘ligt’ gewoon een gebied. Mensen kwamen hier kijken en zeiden: we willen best hier een dag komen helpen. En zo ontstond het idee.’

 

Net als opa deed

Akke: ‘Robbert had zijn oma, van wie de grond was, gevraagd: ‘Ik heb een groep vrienden, mogen wij hier een beetje moestuinieren, net als opa deed?’ En dat was goed. Zo zijn we begonnen en hadden we ineens vijf tuinen gemaakt, waarna meteen de eerste deelnemers kwamen. Het jaar daarop werd het al een beetje serieus. Robbert heeft toen de grond kunnen kopen van zijn oma, de strook waar de tuinen op staan. Daarna zijn we ieder jaar tuinen bij gaan maken. Bovendien benodigde het ieder jaar weer een hekwerk tegen mollen en konijnen.'

 

Akke

Akke Bink (zie Foto 3) heeft de opleiding aan Van Hall Larenstein in deeltijdvorm gedaan en is daarna aan de slag gegaan als tuin- en landschapsontwerper bij een bureau HNS Landschapsarchitecten. Nu werkt ze voor zichzelf als freelance ontwerper en doet allerlei projecten, zoals de zojuist geopende Oosterspoorbaan: een tot park omgebouwde voormalige Utrechtse spoorlijn.

 

Roeland

Roeland werkt nu bij de gemeente Amsterdam als ontwerper openbare ruimte, daarnaast studeert hij landschapsarchitectuur aan academie van bouwkunst in Amsterdam. Hij is ooit begonnen als hovenier, heeft de hoveniersopleiding bij Helicon gedaan en is daarna aan Van Hall Larenstein in Velp gaan studeren. Daar heeft hij de anderen ontmoet. Tijdens zijn academische studie heeft hij nog bij een aantal architectenbureaus gewerkt.

 

De rollen organisch verdeeld

Al vier jaar zijn Akke en Roeland in de weekenden op Koningshof te vinden. Ze hebben de rollen een beetje organisch verdeeld. Roeland is vooral bezig met timmeren en bouwen; die middag met het maken van een bijenstal. Robbert en Joris doen meer in de kas. En Joris is ook imker. Akke is minder met het verbouwen van groente bezig maar meer met mensen en communicatie, de gastvrouw. Roeland: ‘Akke kent de hele stad Utrecht’.

Je wordt je ineens heel bewust van de ruimte waar je bent, als je met landschapsarchitecten praat. Zij staan toch anders om zich heen te kijken. Daar waar ik mij normaal gesproken toch wat gedachteloos doorheen beweeg…

 

Utrechtse Sint Jans-ui

Lorenzo vraagt of er niet een mooi verhaal te vertellen is over een gewas. Dat is er zeker! Over de St. Jans-ui. Deze ui is sterk verbonden met Utrecht. Prins Bernhard was er dol op, en kwam er speciaal voor naar Utrecht. We lopen naar achteren in de kas, daar staan ze. Roeland vertelt: Deze ui was uit de handel en in de vergetelheid geraakt. Maar werd voorheen heel veel geteeld hier. Hij zit tussen een sjalot en een gele ui in. De ui gaat rauw door de pasta. Of zoals de chef van de Vaartsche Rijn: die snijdt hem doormidden en grilt de ui. Hij moet vóór 24 juni, Sint Jan, de grond uit. Je zet hem voor de winter al in de grond. Roeland laat zien: 'Kijk, hij bestaat uit allemaal bollen die haal je uit elkaar en zet ze in de grond. Zo zijn we met 20 begonnen en hebben er nu al 250' (zie Foto 4).