Agrifirm #1: Het gebeurt uiteindelijk op het boerenerf

DEN HAAG, 31 mei 2018 15:41 | Anette Roodenburg

Braziliaanse sojabonen worden aan de Hollandse koeien gevoerd. Die soja komt van ver. Ook wordt er het nodige oerwoud voor gekapt. Niet echt duurzaam. Het moet anders, beter… duurzamer. Agrifirm, als internationaal veevoeder bedrijf heeft daar wel een rol te spelen vindt Ruud Tijssens, Directeur Public & Coöperative Affairs van Agrifirm. Student Claire van der Sanden (2de jaars Voedingsmiddelentechnologie) en ik spraken met Ruud in het hoofdkantoor van Agrifirm in Apeldoorn.

Ruud Tijssens

Ruud is ooit afgestudeerd in de gas- en oliewinning, maar heeft daar nooit een baan in gehad. Hij heeft altijd in de voedselketen gewerkt. Ooit begonnen als technoloog bij Mona, voorheen Melkunie, en via leidinggevende functies alweer 18 jaar geleden overgestapt naar Agrifirm. Daar is hij begonnen als directeur van het onderzoekslab. Nu is hij Directeur Public & Cooperative Affairs, verantwoordelijk voor alles wat te maken heeft met de leden en de belangenbehartiging van het bedrijf.

Agrifirm

Agrifirm is een coöperatie en heeft ruim 3000 weknemers en een jaarlijkse omzet van ongeveer €2 miljard. Iets minder dan de helft van de mensen werkt in Noordwest Europa: Nederland, België en Duitsland. Dat is de thuismarkt. Agrifirm heeft 35 fabrieken in 16 landen, ook in China, Oekraïne, Polen, Hongarije, Spanje, Uruguay, Brazilië. Die fabrieken produceren veevoer en veevoedergrondstoffen in allerlei vormen en maten, maar ook input voor de akkerbouw. Zoals gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, zaaizaad. Dat laatste nu vooral nog in Nederland, maar dit wordt wel steeds internationaler. In China is net een samenwerking gestart voor de aardappelteelt. Ruud: “Wij willen een ‘input-bedrijf’ zijn voor veehouderij en akkerbouw”

Veevoermarkt is versnipperd

Wereldwijd wordt er 1 miljard ton veevoer (en veevoergrondstoffen) verhandeld. De veevoermarkt kent vele spelers. Alleen al in Europa zijn het er zo’n 5700. Agrifirm is wereldwijd nummer 6, maar levert toch slecht 7 miljoen ton, nog geen 1% van alle veevoer.

Het gebeurt uiteindelijk op het boerenerf

Agrifirm heeft als coöperatie ruim 10000 leden, dat zijn boeren. Die worden automatisch lid als ze een bepaalde hoeveelheid omzet bij Agrifirm doen. Wat houdt dat dan in? “Een goede vraag,” vindt Ruud: “De coöperatie is financieel aandeelhouder van de Agrifirm Group, die weer 100% aandeelhouder is van een heleboel dochterbedrijven. Maar er is veel discussie met de boeren, die de coöperatie niet alleen als financieel aandeelhouder zien, maar ook hulp verwachten bij vraagstukken, waar ze alleen niet uitkomen. Zoals: zonne-energie, transparante datastromen. Het gebeurt uiteindelijk op het boerenerf, het gebeurt nergens anders.”

De onderwerpen, het spel en de spelers

Ruud heeft in zijn rol als Directeur Public & Coorperative Affairs een brede kijk op een groot aantal onderwerpen die regelmatig al langs zijn gekomen in de Blog HAS Voedseldialoog: duurzaamheid, fraude, gezondheid (antibiotica, gewasbescherming), biodiversiteit. Maar vooral ook het spel en de rollen van de spelers: de overheid, de bedrijven de brancheorganisaties, de boeren: hoe werkt het nu allemaal…

Niet teveel verwachten van brancheorganisaties

Bezig met veranderingen in Europees of in nationaal verband heeft Ruud veel geleerd, zoals: Dat je niet teveel moet verwachten van brancheorganisaties. “Dat is overigens geen kwalificatie. Dat is een realiteit, waar vaak aan voorbij wordt gegaan, waardoor er veel te veel wordt verwacht van brancheorganisaties. Die gaan zo snel als het langzaamste lid. Ze worden als het ware gegijzeld door het conservatiefste lid. Op die manier is geen pro-activiteit te organiseren. Dat moet je ook niet verlangen.” Hij had heel graag gezien dat soja-richtlijnen zouden zijn geïmplementeerd in Europa. Maar er is altijd wel een land dat een bezwaar heeft. Nee, snelheid maak je met de voorlopers, dat zijn bedrijven. Daarna zijn de brancheorganisaties wel belangrijk: om de verandering gemeengoed te maken en overal te laten landen.

Een schreeuwende gebrek aan kennis

Ik vroeg Ruud of hij niet vond dat bedrijven veel te veel te zeggen hebben, als het gaat om Europese beslissingen. Maar dat was hij het helemaal niet mee eens: “Ik geloof juist heel erg in respect en luisteren en merk dat er veel mensen zijn, supermarkten of politieke partijen die geen verstand van zaken hebben. Er is een schreeuwend gebrek aan kennis: Wat betekent het eigenlijk wat jij zegt? En dan leggen wij het als bedrijf en als sector te weinig uit. Bijvoorbeeld als het gaat om regionale grondstoffen, zoals eiwitten. Iedereen denkt dat we daaraan tekort hebben in Europa, maar dit is gewoon een kwestie van prijs. Als de prijs voor Europees eiwit hoog genoeg is, dan wordt het wél geproduceerd. Het zit in de technische details.”

Onderdeel van de oplossing zijn

Braziliaanse sojabonen (rijk aan eiwit!) worden aan de Hollandse koeien gevoerd. Het wordt van ver gehaald. En er wordt ook het nodige oerwoud voor gekapt. Niet echt een wenselijke situatie. Het moet anders, beter. Agrifirm is kortgeleden met een ‘code Europees veevoer’ gekomen, afgestemd met Milieudefensie, waarin wordt beschreven hoe dit zou moeten werken en heeft hiermee een discussie aangezwengeld, waar de brancheorganisaties mee verder kunnen. Zo ziet Ruud het graag: onderdeel van de oplossing zijn.

Inspelen op het sentiment

Wat burgers, consumenten vinden: hierop reageren politieke partijen en retailers (supermarkten). Consumenten roepen: ‘Wij willen geen chemie, geen gewasbeschermingsmiddelen!’ Dat is volgens Ruud belangrijk voor Agrifirm. Duurzaamheid is een groot vraagstuk, broeikasgasemissies, circulaire meststoffen, voedselveiligheid, ethiek (fraude). Agrifirm zelf beïnvloedt het sentiment van de burger niet. “We hebben geen consumentenmerk en zijn dus te onbekend,” volgens Ruud. “Maar het sentiment is bepalend voor wat wij doen. Burgers, consumenten, maar vooral supermarkten spelen een belangrijke rol. Een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties, dat is onze ‘Why’.”