Agriprogress #4: De oplossing van Mansholt en Macron

DEN HAAG, 22 februari 2018 18:49 | Anette Roodenburg

Vogelgriep, varkenspest, paardenvleesaffaire, mestproblemen, antibioticaresistentie, fipronil-eieren: Zorg om dierenwelzijn, voedselfraude en ruimingen kosten een hoop maatschappelijk draagvlak. Pieter Helfferich van Agriprogress heeft een jarenlange loopbaan in de landbouw- en voedselketen.

De laatste jaren vooral in Roemenië. Ik vroeg hem hoe hij de toekomst van de Nederlandse veehouderij ziet…

Geen dierenwelzijn in Roemenië

In de vorige blog kwam al ter sprake dat men in Roemenië heel verbaasd reageert als je het over dierenwelzijn hebt. Het is een West Europees (luxe-) probleem en volgens Pieter is de groep die zich hierover druk maakt als koper in de supermarkt, nog maar klein, maar wel groeiend. Ook in Nederland. Daarom verwacht hij niet dat veehouderij hier zal verdwijnen. Wel zal er meer vraag komen ‘van mensen uit Amsterdam die dat kunnen betalen’, naar duurder vlees uit diervriendelijke ketens. “Vergeet niet dat er veel geëxporteerd wordt,” zegt Pieter. Tachtig procent van de zuivel is voor de export en meer dan 80% van de varkens en pluimvee, schat hij. “En,” vindt hij: “je moet oppassen met allerlei humane wensen op zo’n dier te projecteren.”

Veilige ketens

Ook kennen we in Nederland heel veilige voedselketens: het is niet voor niets dat een bedrijf uit China, Ausnutria Hyproca, in Heerenveen een fabriek voor babyvoeding wil bouwen. Onze controlemechanismen voor voedselveiligheid zijn veel sterker dan daar in China.

Efficiënt dieren houden en meer schaalvergroting

Pieter verwacht dus niet dat de intensieve veehouderij helemaal uit Nederland zal verdwijnen: “We weten wel hoe we efficiënt dieren kunnen houden en zijn sterk als keten. Dat is ook wel weer de kracht van Nederland.” Wel verwacht hij meer schaalvergroting. Het aantal boeren is al aan het afnemen. Bij de melkveehouderij speelt natuurlijk ook de fosfaatdiscussie. Als Brussel geen toestemming meer geeft, moet de melkproductie met 1/3de omlaag. Ook zie je dat de intensieve veehouderij het zwaarder krijgt. Neem bijvoorbeeld het Brabantse initiatief om de varkensstapel te verminderen.

Aan de andere kant…

Als natuurliefhebber maakt Pieter zich wel zorgen over Nederland: mest wordt geïnjecteerd, hierdoor gaat het bodemleven eraan. Krijgen we minder bloemen, insecten en vogels. Achteruitgang van insecten was laatst nog uitgebreid in het nieuws. Eigenlijk zouden bedrijven, supermarkten en consumenten niet alleen respect voor het dier, maar ook meer voor de natuur op en rondom het bedrijf moeten hebben. En het kan zomaar zijn dat de melk die dan geproduceerd wordt, ook nog gezonder is. “We zitten in een welvarende economie, maar goed: daar beginnen dit soort initiatieven.” Toch lijkt het Pieter niet aannemelijk dat we zomaar zouden stoppen met produceren voor het buitenland. “Dan snijden we een belangrijk stuk van onze economie weg.”

Over mest gesproken

Ik wilde het toch ook nog even over de fosfaatproblemen en de melkveehouderij hebben. Doordat het quotum in de melkproductie wegviel is er door melkveehouders veel uitgebreid afgelopen jaren. Hierdoor werd in Nederland teveel mest (fosfaat) geproduceerd. Daarin hebben we al een uitzonderingspositie binnen Europa, maar ook die werd ruim overschreden. Het gevolg was dat onze melkveestapel weer moest inkrimpen: nieuwe stallen staan half leeg, boeren plegen zelfmoord, hartaanvallen, heel schrijnend. Had dat niet voorkomen kunnen worden? Volgens Pieter hebben banken, ministeries, landbouw- en zuivelorganisaties zitten slapen. Er had direct een quotum gerelateerd aan grond moeten komen. Daarnaast had de discussie over vervanging van kunstmest door dierlijke mestproducten veel eerder moeten worden gestart. De boeren, individuele ondernemers denken toch vooral aan de korte termijn en hun eigen belang.

Bovenop de mestfraude, fraude met dieraantallen..

Dat dat heel verkeerd kan gaan blijkt nu recentelijk, dat een bepaalde groep melkveehouders fraudeerde met de aantallen koeien (linkje naar nieuwsbericht). Pieter: “Dit is werkelijk olie-, oliedom, omdat hiermee voor de gehele melkveehouderij die Europese uitzonderingspositie (derogatie) op het spel wordt gezet en deze hopelijk kleine groep het kan verknallen voor de hele sector. Harde maatregelen zoals aangekondigd door Marc Calon (voorzitter LTO Nederland) zijn nodig om het vertrouwen in Brussel te houden.”

De rol van de banken

Pieter refereert in Roemenië naar onze coöperatieve Rabobank als iets moois: er is wederzijdse afhankelijkheid. En de Rabobank heeft als specialist kennis van zaken. Dat ontbreekt bij veel Roemeense banken. Maar wat ik dan niet begrijp is waarom ze investeerden in nieuwe stallen van melkveehouders, terwijl ze ook wisten dat het mis zou gaan. Dat ligt toch anders, weet Pieter: “Banken kunnen niet zomaar een groot aantal bedrijven in een sector failliet laten gaan, ondanks dat de resultaten misschien tegenvallen en de sector problemen heeft. Ze moeten direct verlies nemen op deze bedrijven en er is een goede kans dat de rest ook minder waard wordt en daarmee de basis voor hun financiering wegvalt..” Nu was ik verbaasd met mijn beperkte kennis van economie: Er wordt dan toch minder geproduceerd, en die andere bedrijven kunnen dan een hogere prijs vragen voor hun producten? Maar dat blijkt niet zo te werken. En dat komt doordat er al hele smalle marges gedraaid worden zowel in de tuinbouw als in de veehouderij. Boeren en banken houden elkaar gevangen. De ‘race to the bottom’. Althans zo komt het op mij over.

Oplossing van Mansholt en Macron

Maar goed het communistische model is omgevallen, misschien moeten we naar een nieuw model. “Waar denk je aan?”, vroeg ik Pieter. “Nu ja, ik denk dat die schaalvergroting aangejaagd wordt omdat de marge gelijk moet blijven. Dus stel dat je de boeren een vaste prijs geeft, voor een geaccepteerd maatschappelijk model, dan gaat niemand meer schaal vergroten. Hetzelfde doe je voor de veehouderij. En de consument betaalt dit verschil.” Grappig is dat de Franse president Macron vlak voor Kerst met een vergelijkbaar voorstel kwam. Geen nieuw idee overigens, een ‘vaste prijs voor boeren’. Dat werd ook na de oorlog door de Nederlandse Landbouwminister Mansholt ingevoerd, met als doel: Nooit meer honger. Eerst in Nederland, en later in Europa, het begin van de Europese Unie. Minder positieve gevolgen hiervan waren de boterbergen en melkplassen. Daar weet Pieter wel een oplossing voor: een quotum!

Zo eindigt deze serie blogs als een historische reis van ‘nooit meer honger’, via Kolchozen in het communistische systeem (blog 1), naar intensieve veehouderij en schaalvergroting (blog 2 en 3), weer terug naar een vaste prijs voor de boeren, maar nu betaald door de consument.