Artsen adviseren zeer divers over begintijdstip vaste voeding, richtlijnen ontbreken

DEVENTER, 10 mei 2018 10:00 | Hans Kraak

Er zijn geen richtlijnen zijn voor het moment waarop gestart moet worden met het geven van vaste voeding aan te vroeg geboren kinderen. In de praktijk blijken artsen hierover zeer divers te adviseren. In een artikel in de nieuwe uitgave van Voeding Nu pleiten artsen en voedingswetenschappers voor meer onderzoek en harmonisatie om te komen tot eenduidige adviezen.

Om ouders een ondubbelzinnig advies te kunnen geven, is het volgens de auteurs essentieel dat er richtlijnen komen voor het juiste tijdstip om te starten met de eerste hapjes vaste voeding bij prematuur geboren kinderen. ‘Hiervoor zal nader onderzoek noodzakelijk zijn, omdat er tot op heden onvoldoende gegevens beschikbaar zijn’, aldus de auteurs van het artikel*.

Steekproef onder artsen

In het artikel staan de resultaten van een steekproef onder 358 arts-assistenten kindergeneeskunde, kinder- en jeugdartsen. Hierin komt naar voren hoe verschillend er gedacht wordt over het juiste tijdstip van starten met vaste voeding bij à terme en premature kinderen. Opvallend is de mate van spreiding in het advies voor prematuur geboren kinderen. ‘Zeker voor ouders van deze groep kinderen is het belangrijk een eenduidig advies te krijgen, mede gezien de onzekere periode die zij achter de rug hebben.’

Gebrek aan richtlijnen

De auteurs constateren nog veel onduidelijkheden over het juiste moment waarop gestart kan worden met vaste voeding bij prematuur geboren kinderen. ‘Er is een gebrek aan richtlijnen en wetenschappelijke onderbouwing.’

Kwetsbare groep

In Nederland wordt ongeveer acht procent van alle kinderen te vroeg geboren. Prematuur geboren kinderen zijn kwetsbaarder, hebben een verhoogde voedingsbehoefte per kilogram lichaamsgewicht en een groter risico op postnatale groeiachterstand ten opzichte van à terme geboren kinderen. Hiervoor is het belangrijk de voedingstoestand van prematuur geboren kinderen te optimaliseren.

*Auteurs van het artikel: Drs. Karin M. Vissers, Prof. dr. J.B. (Hans) van Goudoever, Prof. dr. Ir. Edith J.M. Feskens, Dr. Arieke J. Janse

Lees het hele artikel hier