‘Geen acuut gevaar bij arseen in rijstproducten’

DEVENTER, 5 december 2017 13:46 | Sophie Laemers

Foodwatch testte rijstproducten voor baby’s. Zes van de 24 geteste producten overschreden de norm van anorganisch arsenicum. Hoe schadelijk zijn deze gehaltes, die de wettelijke norm net overschrijden?

Volgens foodwatch kan anorganisch arsenicum ernstige gezondheidsschade veroorzaken, zoals kanker, ontwikkelingsstoornissen en hart- en vaatziekten.

In het onderzoek, dat is uitgevoerd door Queen’s University Belfast, worden anorganische arseengehaltes gevonden tussen de 0,028 mg/kg en 0,117 mg/kg. Hiermee liggen de gevonden waarden iets boven de wettelijk vastgestelde limiet van 0,1 mg/kg.

Drie van de 24 geteste producten voldoen niet aan de wet als rekening wordt gehouden met de maximale onnauwkeurigheidmarge van 5,7% van uitgevoerde testen. Het gaat om de volgende producten: Biobim Rijstpapje, Albert Heijn Biologische mini rijstwafels naturel en Bambix Mijn eerste papje rijstebloem.

Geen zorgen

Uit een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat negatieve gezondheidseffecten niet kunnen worden uitgesloten bij het eten en drinken volgens de Schijf van Vijf, maar consumenten hoeven zich geen zorgen te maken, zo stelt Anton Rietveld van het RIVM. “Het in de buurt zijn van de norm, betekent niet per se dat er negatieve gezondheidseffecten optreden. Wanneer je gevarieerd eet, is de kans op gezondheidseffecten klein. Er is geen sprake van acuut gevaar.”

Strenge normen

Volgens het Voedingscentrum is het niet direct schadelijk als de hoeveelheid arseen in een product iets boven de norm uitkomt, aangezien de normen voor deze hoeveelheden zo streng zijn.

Ook Suzanne Rotteveel van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) sluit zich hier bij aan. “Voor de hoeveelheid arsenicum in rijstproducten worden strenge normen gehanteerd omdat de risico’s bekend zijn. Voor babyvoeding zijn deze normen nog veel strenger.”

Warenwetregeling

De NVWA gaf eerder al aan niet handhavend te kunnen optreden, omdat de autoriteit rekening moet houden met een meetonzekerheid van in dit geval 20%.

“Desondanks zijn de bevindingen van foodwatch een signaal dat de NVWA zal meenemen in haar toezicht. Levensmiddelenbedrijven moeten er voor zorgen dat de producten die zij op de markt brengen aan de wettelijke eisen voldoen. In een aantal monsters in het foodwatch-onderzoek zijn gehaltes net boven de wettelijke limiet gevonden of net eronder. Dat duidt er op dat bedrijven de verantwoordelijkheid niet altijd voldoende nemen.”

Volgens Rotteveel is voor levensmiddelenfabrikanten de kwaliteit en veiligheid van hun product een eerste prioriteit. “Dat geldt zeker voor babyvoeding waar een aparte warenwetregeling voor bestaat met strikte eisen waar de babyvoeding aan moeten voldoen”, aldus Rotteveel.