Op zoek naar specifieke leefstijladviezen bij darmkanker

Wageningen, 17 april 2019 09:59 | Hans Kraak

Gelden adviezen voor gezonde voeding en meer beweging ook voor mensen bij wie de diagnose darmkanker al gesteld is? Naar het antwoord op deze vraag wordt gezocht in de zogeheten COLON-studie. Initiator van dit onderzoek is Prof. dr. Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en Ziekte aan Wageningen Universiteit, tevens lid van de redactieadviesraad van Voeding Nu. In een artikel geeft ze inzicht in de vorderingen van haar studie.

In de COLON-studie worden patiënten met dikkedarmkanker gevolgd. COLON staat voor Colorectaal kanker: Observationele, LONgitudinale studie. ‘Nu gebruiken we voor de preventie van kanker de Richtlijnen voor Kankerpreventie van het World Cancer Research Fund/American Institute for Cancer Research’, schrijft Kampman in haar artikel. ‘Deze richtlijnen zijn opgesteld voor gezonde mensen om het risico op kanker zo laag mogelijk te houden. We vragen ons af of je die adviezen ook moet geven aan mensen die darmkanker hebben?’

Extra eiwitten of vitamine D?
Volgens Kampman moeten voor mensen met kanker de richtlijnen wellicht aangescherpt worden of zijn specifiekere richtlijnen nodig. ‘Ik kan me voorstellen dat er, vanwege spierverlies, geadviseerd gaat worden dat meer eiwitten nodig zijn en wellicht komt er ook een advies welke specifieke eiwitten dan het beste zijn. En hebben darmkankerpatiënten bijvoorbeeld extra vitamine D nodig om de ziekte zo goed mogelijk door te komen?’, vraagt Kampman zich af.

Extra beweging
Ook vroegen Kampman en haar collega’s zich voor de COLON-studie af of extra bewegen het fysiek herstel na de operatie zou bevorderen. ‘Patiënten zijn vaak heel moe, ze hebben een wond en ook psychisch doet zo’n diagnose natuurlijk veel’, vertelt Kampman. ‘Voor veel mensen is het lastig zich ertoe te zetten meer te bewegen, maar patiënten die na de operatie meer waren gaan bewegen dan voorheen hadden meer kans op herstel ten opzichte van de patiënten die hun fysieke activiteiten na de operatie niet veranderden. Opvallend is dat het helemaal niet uitmaakt of patiënten voor de operatie ook fysiek actief waren. Als ze hun beweging maar opvoerden.’

Veel vragen
Dat er behoefte is aan specifieke adviezen blijkt volgens Kampman wel uit de vragen die binnenkomen via de website www.voedingenkankerinfo.nl. ‘Mensen vragen daar bijvoorbeeld of ze geelwortel moeten gebruiken tijdens therapie of dat een koolhydraatbeperkt dieet geschikt is’, licht ze toe. ‘Ook gaan er veel verhalen rond dat je bij een bepaalde chemotherapie beter vetrijk kunt eten of dat je juist beter kunt vasten omdat je dan minder last hebt van de bijwerkingen en de behandeling beter aanslaat. Die vragen en meningen triggeren ons als onderzoekers. We willen graag antwoorden hebben, zodat er adviezen gegeven kunnen worden die wetenschappelijk onderbouwd zijn.’