Varkenshouder Vermeer #1: Varkens is een sneller spelleke

DEN HAAG, 26 maart 2018 16:12 | Annet Roodenburg

Een gewone varkensboer, die wilde ik heel graag eens spreken voor de blog HAS Voedseldialoog. En zo kwam ik samen met Anne Hendriks, 2de jaars student Voedingsmiddelentechnologie en Corné Verhees, opleidingsdirecteur Voedingsmiddelentechnologie bij Jan Vermeer. Jan is varkensboer in Moergestel.

Zoon van een melkveehouder met wat zeugen. Zijn broer heeft het bedrijf van hun vader overgenomen. Die was van jongs af aan altijd al koeienboer. Jan vond dat prima, hij wilde wat anders, varkens!

“Koeien is leuk, maar varkens is een sneller spelleke”

Jan legt uit waarom hij liever varkens dan koeien houdt: “Als je iets verandert, heb je sneller resultaat. Het is een leukere, kortere business “. Jan is eerst gaan werken, bij een aannemer en in de varkens. Hij heeft ongeveer 3 jaar gezocht naar een geschikt bedrijf: “Ben overal geweest: België, Land van Maas en Waal, West Brabant.” Uiteindelijk stond een kilometer van het ouderlijk huis een bedrijf met 180 zeugen te koop, met een vergunning voor een vleesvarkensstal. Daar is hij toen begonnen. Het was 1994. Hij was 25 jaar oud.

400 zeugen en 4000 vleesvarkens

In 1995 heeft hij een tweede stal erbij gebouwd. Inmiddels zijn er 400 zeugen en 4000 vleesvarkens op een oppervlakte van 1,5 hectare. Het bedrijf heeft een jaarlijkse omzet van ongeveer 1,5 miljoen. Jan werkt er samen met zijn echtgenote, zij werkt voor halve dagen mee, doet de administratie en springt af en toe bij. Als het druk is, is er ook nog een Poolse arbeider, ongeveer 2 dagen per week. Plus Job van Dommelen, een buitengewoon goed ingewerkte stagiair.

Varkens stinken

Na het interview leidde Job ons uitgebreid rond door de stallen. Toen we weer in de frisse lucht stonden was hij verbaasd dat we niet geklaagd hadden over de stank. Het was geen verrassing dat de varkens stonken verklaarden wij. Maar we werden wel alle drie bij thuiskomst naar de douche gestuurd door onze huisgenoten.

Van de omzet gaat het meeste op aan varkensvoer

Die omzet van 1,5 miljoen gaat voor een groot deel, namelijk € 900.000,- op aan het varkensvoer. Daarnaast moet Jan ongeveer €180.000,- per jaar aflossen aan de bank. En moet hij een ton betalen aan de mestverwerker en iets minder (€55.000) aan de dierenarts. Meer over deze activiteiten en geldstromen in het volgende deel van de blog over dit bedrijf.

Het leven van de varkenshouder

Om kwart over 6 gaat de wekker. “Dan ga ik een rondje voeren. Mijn vrouw doet de kraamstallen altijd. De biggen verzorgen en om een uur of 8 ontbijten we meestal. Dan weer terug de zeugen controleren op ‘berigheid’ en dat soort zaken; of dieren verzetten, hokken schoonmaken, van alles tot aan onderhoud toe.” Warm eten doen ze rond vijf uur, half zes en om 8 uur zit de werkdag erop. Zeven dagen in de week. Op vakantie gaat hij weinig, 1 week per jaar. Het probleem is goede vervanging regelen, en als hij terug komt van vakantie is er altijd te veel te doen.

Wat Jan wel meer zou willen is: tijd. Maar dat heeft iedereen volgens hem. Ook zijn zus die bij de Rabobank werkt en 3 weken op vakantie gaat. Maar wat meer tijd voor een stukje mountainbiken zou hij wel willen.

In de volgend blogs meer over de varkenshouderij. Over voeren, berigheid, varkenspest, mestverwerking, antibiotica, schone lucht en de plannen van de provincie….