Varkenshouder Vermeer #3: Over voer, mest en antibiotica

DEN HAAG, 5 april 2018 10:00 | Annet Roodenburg

De vrachtwagens rijden af en aan op het bedrijf van Jan Vermeer, varkenshouder in Moergestel. 12.000 varkens vertrekken jaarlijks van het erf van Jan richting slachterij. En voor €900.000,- aan voer wordt er gebracht.

Waarom kiest Jan voor droogvoer? En wat gebeurt er met de mest? Een blog serie voor HAS Voedseldialoog over varkens…

Varkens voeren

“Wat eten jouw varkens?”, vroeg ik. Jan: “Droogvoer. Voor drie vijfde bestaat dat uit graan, vooral tarwe. Een vijfde mais, vooral uit Amerika. En een vijfde premixen: oliën, zuren, mineralen.” Jan koopt zijn voer bij ABZ. Als commissaris bij die firma mag hij er ook in de keuken kijken. Lang niet alle varkenshouders voeren hun varkens zoals Jan dat doet.

Brijvoer

Ongeveer de helft van alle varkenshouders werken met brijvoer. Die mengen zelf de afzonderlijke grondstoffen op hun bedrijf. Ik vroeg Jan waarom hij dat niet zo doet: “Brijvoer wordt gegeven in een lange trog, waar de varkens allemaal tegelijk uit eten. Dat kost vierkante meters. Toen ik in ’94 hier kwam was daar geen goede plek voor op mijn dam (het erf). Bovendien een brijvoer-keuken kost zo’n 2 ton. Het is storingsgevoelig want je moet vaker voeren. En je hebt 10% meer mest, meer stank en ook meer arbeidskosten. Meer troep die je moet opruimen en schoonmaken.” Ook voor zeugen is brijvoer minder geschikt, er zitten sneller gisten in.

Spier-spek verhouding

Ik was wel benieuwd of Jan via het voer beter vlees probeert te krijgen. “10 jaar lang heb ik kaaswei bijgevoerd, extra eiwit. Maar de kaaswei werd van steeds slechtere kwaliteit. Er zaten steeds meer zouten en suikers in en minder eiwitten.” Jan kon het ook niet goed doseren, met als gevolg dat als hij iets aan het voer veranderde, de varkens meer kaaswei gingen drinken. Hierdoor kregen ze teveel energie binnen, en kregen ze teveel spek. De spier-spekverhouding is wel belangrijk: 1 mm minder spek is 8% meer Beter-Leven vlees. Elk varken dat is goedgekeurd, met het juiste spier-spek gewicht levert Jan de maximale prijs van €125,- plus daarbij €7,50 extra voor de Beter-Leven ster.

Mest

Die doordringende geur in de varkensstal. Het zullen de varkens zelf zijn. Maar zeker ook de mest, die opgevangen wordt onder de stalvloer. De 2 vrachtwagens met mest per week kosten Jan geld, €100.000 per jaar. De mest gaat naar Rendac (bekend van de kadaververwerking) die een vergistingsinstallatie heeft. Ze maken er ‘groen gas’ van, volgens Jan. Met dat groene gas verwarmen ze een gasturbine. Daarmee drogen ze de dikke fractie van de mest. En de korrels sturen ze naar Frankrijk. Goed voor de Footprint van Vion. “Zou je zelf geen mest willen verwerken?” Maar dat is voor Jan niet interessant, te duur en je moet de bacteriën aan de gang houden: “Hetzelfde als varkens voeren, je moet er veel aandacht aan schenken.”

De dierenarts is een regelmatige bezoeker

Naast de maandelijkse controles, neemt hij 4x per jaar bloedproeven en speekselmonsters. Het gaat om ongeveer 6 verschillende dierziektes die vaker voorkomen bij varkens: zoals griep, het Circovirus, en PRRS (Porcine Reproductive & Respiratory Syndrome). Deze ziekten verlagen de weerstand waar door de varkens vatbaar worden voor ander ziekten. De dierenarts adviseert ook over inentingen, dat is de grootste kostenpost en daar komt de antibiotica dan nog bij, maar dat is bijna niets meer. De dierenarts kost Jan jaarlijks zo’n €55.000. En het inenten is veel werk. Dat doet hij zelf: “Ik denk, als ik alles bij elkaar optel, een dag in de 14 dagen”, schat Jan.

Antibiotica

Antibiotica gebruik ligt nu sterk aan banden. Dat heeft ook met het Beter-Leven concept te maken, maar het gebruik is ook heel sterk veranderd de afgelopen jaren. Vroeger reden er mensen rond met een koffertje van de farmaceutische industrie. Antibiotica werd in grote hoeveelheden preventief ingezet. Nu alleen nog maar als er een dier behandeld moet worden, voor uierontsteking, een longontsteking of als een dier kreupel loopt. “We zitten nu landelijk op een 60% reductie”, schat Jan. Als dieren naar de slacht gaan mogen ze 2-3 maanden geen antibiotica gehad hebben. Daar zijn wachttijden voor.

Als er 1 viezerik rondloopt…

Belangrijkste zorg is antibiotica resistentie die optreedt bij bacteriën. Ik had wel eens gehoord dat veehouders in ziekenhuizen een speciale behandeling krijgen, om deze reden. Daar kon Jan wel over meepraten. Over die keer dat hij in het ziekenhuis lag. Toen sprak hij een verpleegster: “Met zo’n kapke voor, ze kwam hier niet ver vandaan. Ze vertelde dat haar vriendje ook met varkens werkt, als vervoerder. Dus de hele dag tussen de varkens zit.” Jan had zich verbaasd: “Als er 1 viezerik rondloopt (…), en daar kruipt zij mee in bed.” Het stond in schril contrast met het uitvoerige protocol waar hijzelf aan onderworpen werd. “Bovendien”, denkt Jan, “er zijn wel meer boeren met vrouwen getrouwd die verzorgende beroepen hebben en in een ziekenhuis of verpleeghuis rondlopen”.

Antibiotica resistentie is een groot probleem, zeker ook in de toekomst. Hoe verder je van Nederland af gaat hoe meer kans je hebt op resistentie in ziekenhuizen. De verwachting is dat er straks minder medicijnen tegen infecties zullen zijn, ook voor mensen. Is dat bekend bij de lezers van HAS Voedseldialoog?