Voeding voor huisartsen

DEN HAAG, 26 februari 2018 13:51 | Anette Roodenburg

Eerder deze maand sprak ik op een nascholing voor huisartsen: het ging over ‘Voeding: zin en onzin’. Ik was gevraagd om het over ‘Voedingsmythes’ te hebben. En er waren stemkastjes, voor meer interactiviteit.

Een buitenkans, leek me: Want wat weten huisartsen eigenlijk van voeding? Volgens mij niet zoveel. Kon ik ze ook meteen zelf wat vragen voorleggen….

De zaal zat vol, er waren zo’n 90 huisartsen

Het programma zag er goed uit, heel relevante onderwerpen: ik kwam binnen tijdens het verhaal over ondervoeding bij ouderen. Andere programmaonderdelen waren: darmaandoeningen, voeding en kanker, eetgedrag, zoutbeperking. Vlak voor mijn inbreng was een heel interessant verhaal over ‘Voedselallergie’. Daar heb ik veel van opgestoken. Nu kan ik mijn eigen allergie voor rauwe tomaat, die ik pas zo’n 10 jaar geleden heb ontwikkeld, toch beter plaatsen. Ik heb nu wat minder zorg over zo’n anafylactische shock. Hoewel je het nooit zeker weet….

Genoeg voedingsmythes voor een heel boek!

Om een beetje een gevoel te krijgen van welke voedingsmythes er leven had ik de organisatie gevraagd de huisartsen hiernaar te vragen. Er waren een kleine 20 huisartsen die reageerden met een veelvoud van onderwerpen en vragen: vitamine tekort, supplementen, allergie (voor gluten, varkensvlees, E-nummers) darmklachten, het FODMAP dieet, antibiotica & probiotica, de huidige voedselproductie, afvallen, spaarstand, ketogeen dieet, brood, zuivel, zout, suiker, etc. Genoeg voor een heel boek!

Er wordt veel over voeding gepraat in de spreekkamer

Dat bleek wel uit de antwoorden op mijn vraag: Hoe vaak komen patiënten met vragen over voeding: 28% van de huisartsen gaf aan ‘heel vaak’ en bijna 60% ‘regelmatig’. Dankbaar maakte ik gebruik van de stemkastjes. Wanneer heb je nu de kans om zo’n onderzoekje onder huisartsen te doen!

Betrouwbare informatiebronnen over gezonde voeding, volgens de huisartsen

Ik begon mijn verhaal met de vraag wie zij, als huisarts, het meest vertrouwen als het gaat om informatie over gezonde voeding. En vervolgens wie zij denken dat hun patiënten het meest vertrouwen. Interessante verschillen! De grootste groep huisartsen ziet het Voedingscentrum als meest betrouwbare bron (38%), daarna volgen voedingswetenschappers (28%) en diëtisten (25%). Slechts 3% ziet zichzelf als meest betrouwbare bron. De meeste van deze huisartsen weten wel dat ze weinig van voeding weten.

Betrouwbare informatiebronnen over gezonde voeding, volgens hun patiënten

De huisartsen denken dat hun patiënten het meest op familie en vrienden vertrouwen (47%) als het gaat om informatie over gezonde voeding. Daarna volgen de huisarts (zijzelf dus) met 18% en boeken (15%). Het Voedingscentrum scoort volgens de huisartsen laag bij hun patiënten met 3%, en voedingswetenschappers nog lager, 2%.

Arts als meest betrouwbare bron van informatie over gezonde voeding

Er ging een golf van verrassing door de zaal toen ik de resultaten van een consumentenpanel liet zien. Ruim 1000 consumenten kregen deze zelfde vraag een paar jaar geleden voorgelegd: de arts scoort het allerhoogste, nog boven de diëtiste en voedingsinstanties uit.

Voedingscentrum

Veel wat ik vertelde over de voedingsmythes kwam van het Voedingscentrum. Een betrouwbare bron, bekend bij huisartsen, bleek al. Deze bron wordt door een derde van de huisartsen vaak geraadpleegd en door iets meer dan de helft van de huisartsen slechts af en toe.

Overgewicht en afvallen

Overgewicht en afvallen komt ook geregeld langs in de huisartsenpraktijk, dat bleek wel uit vragen over ‘dik worden van lucht’, ‘de spaarstand’ en diverse diëten. Ik was wel benieuwd: ziet u wel eens patiënten die u eigenlijk het advies zou moeten geven om af te vallen, maar dat doet u niet? ‘Ja’ antwoorde 86%: 50% vanwege tijdgebrek (de patiënt komt met een andere klacht), en nog eens 36% vanwege andere redenen. Toen ik vroeg welke andere redenen, stak een huisarts haar vinger op: ‘Ik verwacht dat het geen effect heeft, maar misschien moet ik dat toch anders gaan zien nu ik weet dat wij als huisarts als zo’n betrouwbare bron van informatie over voeding worden gezien.’

Niet representatief

Het was een interessant uurtje. Voor het weggaan werd mij nog wel verzekerd dat dit geen representatieve groep huisartsen was. Nee, dat denk ik ook: deze huisartsen waren hier, bij de nascholing over voeding.… Er valt dus nog veel meer te doen…