artikel

Redactioneel: Vragen rond het metabool syndroom

Algemeen

Het metabool syndroom, door sommigen ook wel het syndroom X genoemd, is een verzamelnaam voor risicofactoren van hart- en vaatziekten.

Er zijn verschillende definities in omloop zoals die van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Europese Groep voor de Studie van Insuline Resistentie en het Amerikaanse National Cholesterol Education Program Adult Treatment Panel III. Alle drie rekenen ze (abdominale) obesitas, hypertensie, dyslipidemie en glucosetolerantie of insulineresistentie tot de criteria die bijdragen aan het beeld dat hoort bij het metabool syndroom. De WHO rekent er ook nog microalbuminurie toe. De overige verschillen tussen de definities zijn subtiel en hebben betrekking op de afkapwaarden van bijvoorbeeld de vetzuurverhoudingen in het bloed of de bloeddrukhoogten. Er is sprake van het metabool syndroom als twee of drie van deze risicofactoren bij een persoon voorkomen. Welke? Dat maakt eigenlijk niet uit, en dat geeft tegelijk aan dat er op dit moment nog geen algemeen geaccepteerde definitie voor is. Dat is niet alleen onhandig als het gaat om het vaststellen van ‘patiënten’, maar al evenmin als het gaat om epidemiologisch onderzoek dat mondiaal op dit terrein plaatsvindt. In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NtvG) beweerde Jaap Seidell, hoogleraar Voeding en Gezondheid, afgelopen maand echter dat het metabool syndroom niet bestaat. Een clustering van symptomen, zoals in dit geval de risicofactoren voor hart- en vaatziekten, mag volgens hem alleen een syndroom heten als daarmee ‘een betere voorspelling kan worden gegeven van de prognose bij een individu, dan aan de hand van de afzonderlijke symptomen. Een tweede reden is dat het syndroom inzicht geeft in de onderliggende pathofysiologie. Deze redenen gaan niet op bij het metabool syndroom.’ Het vaststellen van het metabool syndroom heeft volgens hem ‘geen relevante additionele voorspellende waarde in de kliniek of de bevolking’. Zijn opponent Coen Stehouwer, hoogleraar interne geneeskunde, erkent in dezelfde uitgave van het NtvG dat er terecht kritiek is geuit op het metabool syndroom als eenduidige term, maar dat doet volgens hem niet af aan het bestaan ervan. ‘Een syndroom is niets meer of minder dan het vaker dan op grond van toeval mag worden verwacht samen vóórkomen van bepaalde verschijnselen; dat is bij het metabool syndroom het geval… De neiging het te verheffen tot een ziekte moet met kracht onderdrukt worden.’ Ook in deze Voeding Nu is er, zoals vaker, aandacht voor het metabool syndroom, en wel in relatie tot een nieuw element in de beïnvloeding van de risicofactoren: stresshormonen, bij ratten en muizen. Bekeken vanuit de neurobiologie.

Reageer op dit artikel