artikel

Redactioneel: Duurzaam, duurzamer, minder dierlijk eiwit

Algemeen

‘Een duurzame voeding ligt buiten ons bereik.’ Deze stelling bracht milieuprofessor Lucas Reijnders van de Universiteit van Amsterdam naar voren tijdens het jaarsymposium van de Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen (NAV), begin deze maand. Hij onderbouwde haar door te wijzen op de groei van de bevolking, de bestaande niet-duurzame eetpatronen en de niet-duurzame, wereldwijde productiewijze, waarbij natuurlijke hulpbronnen steeds verder worden opgemaakt. Als het om de productie van eten gaat, wordt vooral fosfaat uit erts schaars, bedoeld als meststof voor intensieve landbouw. Ongeveer 17 procent van al het energieverbruik verdwijnt momenteel in de productieketen van ons wereldwijde eten.

Reijnders is geen doemdenker. De hoeveelheid energie, uit uitputtelijke bronnen, die op we op dit moment gebruiken, is een schijntje van de energie die ons ter beschikking staat van de zon, de wind of de getijdewerking van het water. Alleen, we moeten er wel wat meer mee doen. En dat vindt ook het Nederlandse kabinet, want half mei stuurde de ministers en staatssecretarissen een brief naar de Tweede Kamer waarin zij hun standpunt over een duurzame sameleving concretiseert. ‘Duurzaam moet je doen’, is het motto. De brief is te vinden op http://www.vrom.nl/ (duurzame ontwikkeling).

Tot we af zijn van het massale gebruik van uitputbare hulpbronnen, kunnen we duurzamer worden, dat kan wel. Door milieuvriendelijker te produceren of ons voedingspatroon aan te passen. De energieneutrale kas die eraan komt, is een mooi voorbeeld van een zuiniger productiemethode. Als het om ons voedingspatroon gaat, zouden we vooral minder dierlijke producten moeten gaan eten, om de aarde-opwarming en ontbossing tegen te gaan. Ook het kabinet noemt de transitie van dierlijke eiwitten naar plantaardige en duurzaam geproduceerde, dierlijke eiwitten als aandachtsthema in zijn brief. Het kabinet stelt dat de gemiddelde Nederlandse consument zich nog weinig bewust is van de effecten die de productie van vlees en zuivel op ecosystemen en de broeikasgasproductie hebben.

De Nederlandse vleessector is verbaasd over de strekking van dit deel van de kabinetsbrief en wil de minister hier nog eens over aanspreken, hoewel hij niet klaagt over een verminderde vleesconsumptie in ons land, in tegendeel. Ook Reijnders noemt het belang van minder vleesconsumptie voor het milieu, maar signaleert de praktische moeilijkheid bij het omvormen van onze vlees- en zuiveletende natie; zo’n patroon verander je niet zomaar.

Tijd voor een nieuwe weg, met regelmatig een vleesvervanger, goed vol te houden en nog lekker ook.  

Hans Kraak

Reageer op dit artikel