artikel

Verslag Too Much, Too Little *

Algemeen

Verslag Too Much, Too Little *

Tijdens het Wageningen Nutritional Sciences Forum 2009 in Burgers’s Zoo kwam een keur aan internationale voedingswetenschappers bijeen. Het symposium met als titel Too Much, Too Little werd gehouden ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de afdeling Humane Voeding aan Wageningen Universiteit. Een breed spectrum aan voedingsonderwerpen werd behandeld. Opvallend waren de onderzoeksresultaten van Jimmy Bell van het Hammersmith Hospital in London, dat ook dunne mensen veel intra-abdominaal vet kunnen hebben.

Op de eerste dag werd het thema Too Much, Too Little uit de doeken gedaan in een eerste sessie lezingen. Mike Gibney van University College Dublin in Ierland ging in op de overvloedigheid aan eten in de Westerse maatschappij en de gevolgen die dat heeft voor het overgewicht. Ook wees hij daarbij een vinger in de richting van het voedselconsumptieonderzoek dat gebaat is bij betere rapportages over de inname. Er is volgens hem geen grotere intellectuele voedingsuitdaging: ‘Onderrapportage in voedingsonderzoek is een te weinig erkend probleem waardoor de uitkomsten van voedingsonderzoek vaak niet zuiver zijn’, zei hij. ‘De rapportage moet goed gevalideerd zijn anders heeft verdere uitleg van de gegevens weinig zin. Ik zeg niet dat al het onderzoek op dit moment niet bruikbaar is, maar er zijn manieren te vinden waarop het beter kan. Daarbij kun je denken aan het inzetten van moderne communicatiemiddelen, zoals de telefoon, bijvoorbeeld om mensen eraan ter herinneren dat ze aan een onderzoek meedoen. De aandacht voor onderrapportage van energie zou van cruciaal belang moeten zijn voor iedere redacteur van een wetenschappelijk voedingstijdschrift alvorens gegevens te publiceren. Er ontstaat te vaak een vertekend beeld van de werkelijkheid.’

Ook vindt Gibney dat de focus van onderzoek meer gericht zou moeten zijn op eetpatronen in plaats van op individuele voedingsmiddelen. ‘De complexiteit van een maaltijd is vele malen groter en zegt vele malen meer dan individuele voedingsmiddelen. We zouden een database van metabolome biomarkers moeten maken die gebaseerd zijn op de belangrijkste clusters van dieetpatronen in de bevolking. En hierbij moeten we dan het potentieel onderzoeken voor de voedingsepidemiologie.’ Hij illustreerde zijn stellingname onder andere aan de hand van het aantal (cumulatieve) combinaties dat met voedingsmiddelen te maken is (tabel 1).

De Amerikaanse onderzoeker Keith West ging na de lezing van Gibney juist in op de tekorten in de voeding die zich vooral openbaren in de ontwikkelingslanden. De nutriënten waar in de wereld de grootste tekorten aan zijn, zijn vitamine A, zink, ijzer, jodium en folaat. Hoewel er vooruitgang zit in het bestrijden van honger wereldwijd denkt hij toch niet dat het eerste Millenniumdoel (het halveren van extreme armoede in 2015) wordt gehaald. De millennium ontwikkelingsdoelen zijn in 2000 door 189 landen afgesproken. ‘Ik constateer verder dat er tot nu toe heel weinig aandacht is geweest voor adolescenten in voedingsonderzoek’, zei West. ‘Ook de relatie tussen kanker en ondervoeding zou meer aandacht moeten krijgen.’

Dunne personen

In de volgende sessie lezingen werd doorgegaan op het probleem overgewicht. Jimmy Bell van het Hammersmith Hospital in London liet de resulaten van zijn onderzoeken naar de vetverdeling bij dunne en dikke personen zien. Met MRI-scans bepaalde hij waar het vet in het lichaam zich bevindt. Hij constateert dat het vet dat in de buikholte zit, rond de organen, in het bijzonder rond de lever, en vanaf de buitenkant van het lichaam niet zichtbaar is, bijdraagt aan een grotere kans op chronische aandoeningen. Dit betekent dat dunne mensen, die ogenschijnlijk minder risico lopen op diabetes type 2 of hart- en vaatziekten, toch niet zo gezond hoeven zijn als ze aan de buitenkant lijken. Hij noemt deze fenotypen TOFI’s (thin on the outside, fat on the inside). Aan de andere kant blijkt uit zijn MRI-onderzoeken dat mensen die er obees uitzien, maar weinig intra-abdominaal vet hebben, minder risico op chronische aandoeningen kunnen lopen. Hierbij gaat het om de FOTI’s (fat on the outside, thin on the inside), afbeelding 2 en 3. ‘Betekent dit nu dat iemand met een Body Mass Index van boven 25 nu achterover kan gaan leunen omdat de kans toch aanwezig is dat hij of zij weinig inwendig vet heeft?’, zo stelde Bell tijdens zijn lezing de vraag. ‘Nee, want onderzoek per MRI is vrij kostbaar en we kunnen daar niet iedereen onder leggen, maar het is ook duidelijk geworden dat intensieve lichaamsbeweging er snel toe kan bijdragen dat het intra-abdominaal vet verdwijnt. Dus (intensief) bewegen is nooit verkeerd.’

Suikers

De tweede dag begon Walter Willett van Harvard University Boston in Amerika met een situatieschets van de inname van voeding en voedingsstoffen in de Westerse wereld. Het grootste probleem is volgens hem de buitensporige inname van bewerkte suikers. Vooral de met suiker gezoete (fris)dranken hebben aandeel hierin. De inname van calcium in Westerse landen is volgens Willett ook veel te hoog. Hij meldde dat er verbanden gevonden zijn tussen calciuminname en een hoger risico op prostaatkanker. ‘We krijgen veel te veel melk en andere zuivel binnen’ aldus Willett. ‘500 à 700 mg calcium per dag is voldoende.’ Van vitamine D daarentegen, mag de inname omhoog vanwege de gunstige werking op de botten en spieren. Vooral voor groepen als vrouwen, kinderen en ouderen is dat nodig, het zou bovendien het risico op bepaalde vormen van kanker kunnen verlagen.

Emorn Wasantwisut van de Mahidol University in Bankok in Thailand gaf een situatieschets rond voeding in niet-westerse landen. Ze gaf aan wat de uitkomsten zijn van de dietary survey die gehouden is in Thailand tussen 1960 en 2003: ‘We lopen de trap op die naar de Westerse situatie leidt’. In 1960 bestond de voeding uit gemiddeld 9 energieprocent vet, tegenover 24 energieprocent vet in 2003. De consument controleert volgens Wasantwisut de voedselketen. Zij vroeg zich af of ‘het aanpassen van het handelsbeleid als een geschikt mechanisme kan werken om een gunstig voedingspatroon bij mensen te bereiken?’

Richard Hurrell van Swiss Federal Institute of Technology in Zurich in Zwitserland ging in op de verantwoordelijkheden rond fortificatie van voedingsmiddelen. Voedingsstoffentekort, dat ook in industriële gebieden voorkomt, heeft te maken met gezondheid van mensen en kan resulteren in hoge ziektekosten. Van 7,3 procent van ziekte wereldwijd zijn deficiënties (vooral ijzer en vitamine A) de veroorzaker. De regering van een land is verantwoordelijk voor het zorgen voor legaliteit, het meewerken van de industrie en doelmatige fortificatieprogramma’s. De belangrijkste kwestie is gezondheidswinst behalen bij risicovolle groepen. Christine Hotz van HarvestPlus Washington DC in Amerika besprak biofortificatie als strategie om voedingsstoffentekorten tegen te gaan in ontwikkelingslanden waar de meeste deficiënties voorkomen. In 2012 kunnen volgens haar verscheidene oogsten gerealiseerd worden met biofortificatie. Tijdens het proces verwacht Harvestplus meer duidelijkheid over de effecten: ‘De resultaten zijn veelbelovend’.

Geslaagd

Frans Kok, hoofd afdeling Humane Voeding Wageningen Universiteit, en organisator van het symposium Too Much, Too Little, kijkt terug op drie geslaagde dagen van het Wageningen Nutritional Science Forum. ‘Wat me is opgevallen’, zegt Kok naar aanleiding van het symposium, ‘is dat we als voedingswetenschappers weer de spirit moeten krijgen die de voedingswetenschappers aan het begin van de twintigste eeuw hadden, toen er nog Nobelprijzen naar de voedingswetenschap gingen. Dit geluid viel vooral op de derde dag te horen, waarop de lezingen wat filosofischer van aard waren. Ik zeg hiermee niet dat we naar Nobelprijzen moeten gaan streven, maar wel dat we op gelijke voet moeten komen met de moleculaire biologie en fysica die bloedserieus genomen worden. De voedingswetenschap heeft alle ingrediënten van een serieuze wetenschap, maar wordt vaak toch niet zo serieus genomen als de zogeheten ‘hard sciences’.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 4 van april 2009 op bladzijde 14

Reageer op dit artikel