artikel

Column: Hoe duurzaam is gezonde voeding? *

Algemeen

Column: Hoe duurzaam is gezonde voeding? *

De consument heeft de laatste jaren vaak te horen gekregen dat hij of zij gezonder zou moeten eten. Tegelijk zou hij of zij er meer rekening mee moeten houden dat het voedsel duurzaam is geproduceerd. Daar zit wat in, want bijvoorbeeld van de klimaatbelasting van een Nederlander is 30 procent het resul-taat van voeding. Maar gaan gezondheid en duurzaamheid samen of zijn ze strijdig?

Bekend voorbeeld van strijdigheid is het advies om twee keer per week vis te eten. Dat staat haaks op de noodzaak de overbevissing van de zeeën tegen te gaan. Viskweek wordt ten onrechte gepromoot als oplossing, want de meeste kweekvis wordt gevoerd met vismeel gemaakt zeevis. Campagnes van de milieubeweging om geen groenten en fruit te eten waar residuen van bestrijdingmiddelen in zitten kunnen tweeërlei effect hebben: 1. De consument vervangt bespoten door onbespoten groeten. 2. De consument wordt kopschuw en eet  minder groenten en fruit. Het eerste is gunstig voor de gezondheid, het tweede ongunstig.

Maar er zijn ook voorbeelden dat gezondere voeding juist duurzamer is. Twee voorbeelden:

  • Minder vlees eten is vaak gunstig voor de gezondheid, maar ook voor duurzamheid, want plantaardig voedsel levert minder mest, broeikasgassen en verlies van regenwoud in Brazilië.
  • Pluimveevlees geldt als gezonder dan rood vlees. Tegelijk benut pluimvee plantaardige eiwitten veel efficiënter dan runderen. Ook dat betekent dus minder emissies en minder verlies van natuur.

Soms is duurzamer voedsel neutraal voor de gezondheid. Ingevlogen groenten vervangen door groenten uit de regio spaart het milieu, mits het geen groenten uit zwaar gestookte kassen betreft. En rijst vervangen door aardappelen maakt voor de gezondheid niet uit, maar legt minder beslag op grond, want aardappelen hebben per ha een veel hogere productie.

Er is een groeiende groep consumenten die dit soort informatie interessant vindt. Een kleine groep verdiept zich er echt in en bezoekt bijvoorbeeld de website van Milieu Centraal. Maar voor de meeste consumenten is die drempel te hoog. Informatie op de verpakking is beter, maar kleine letters werken niet. Naast fast food is er behoefte aan fast info. Het beste is een logo met de stoplichtkleuren rood, geel en groen, zoals bijvoorbeeld Sainsbury’s in Engeland hanteert voor de gezondheid van producten. Zoiets kan ook voor duurzaamheid. Industrie en supermarkten voelen daar niets voor, maar dat zeiden ze vijf jaar gelden ook over gezondheidslabels en die zijn inmiddels gemeengoed. De tijd is rijp voor een duurzaamheidslogo naast de twee gezondheidslogo’s.

Gezondheid en duurzaamheid hoeven elkaar niet te bijten en kunnen elkaar zelfs versterken. Een prachtige uitdaging voor het bedrijfsleven.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 6 van juni 2009 op bladzijde 31

Reageer op dit artikel