artikel

Bijeenkomst Gezonde voeding, gezonde dranken *

Algemeen

Bijeenkomst Gezonde voeding, gezonde dranken *

Producenten hebben gaten te dichten in de markt. Na het Voeding Nu congres Gezonde voeding, gezonde dranken is duidelijk te zien wat Nederland nodig heeft. Een aantrekkelijke sportdrank voor kinderen verlaagd in energie, tandvriendelijke drank en aangename voedingsmiddelen met een lagere energiedichtheid maar met een hoge verzadigingswaarde. Tijdens het congres sprak dagvoorzitter Fred Brouns gelijk zijn bezorgdheid uit: ‘Maarliefst 90 procent van de suikerhoudende sportdrank wordt gebruikt door niet-atleten.’

Fred Brouns, programmaleider Health Food Innovation Management bij de Universiteit Maastricht, onderzocht het effect van sportdrank. De uitkomst is geen verassing. Een sportdrank heeft alleen meerwaarde als iemand langdurig een flinke inspanning levert. Alleen dan hoeven suikers en mineralen aangevuld te worden. Een topatleet, en dat kan ook een amateur zijn die de marathon loopt, kan zeer gebaat zijn bij zo’n suikerhoudende drank. Iemand die een half uurtje hardgelopen heeft kan dat flesje beter laten staan. Net als dat kinderen beter geen sportdrank kunnen gebruiken. Kinderen, en hun ouders, beseffen niet hoe ongezond die dranken voor hen kunnen zijn. Op het etiket staat wel informatie over bijvoorbeeld de energiedichteid, maar dat lijkt hen niet van consumptie te weerhouden. In de gemiddelde sportkantine is dat goed te zien. Daar lessen kinderen regelmatig hun dorst met sportdrank. ‘Dat signaleer ik tijdens voorlichtingen die ik op scholen geef,’ benadrukt Brouns. Het gevaar zit niet in cafeïne. Het is de regelmatige inneming van suikerhoudende energiedrank. Dat kan leiden tot overgewicht en diabetes op latere leeftijd. Dat veel nietatleten sportdranken gebruiken komt omdat mensen zich graag met topsporters identificeren. Producenten zouden zich volgens Brouns verantwoordelijker moeten voelen. Bovendien zouden ze kunnen inspelen op dit gat in de markt.

Azo-kleurstoffen
Stephan Peters van het Voedingscentrum ging in op de risico’s van energy drinks als Red Bull of felgekleurde dranken met azo-kleurstoffen. Ouders geven wel eens aan dat hun kinderen ‘een paar dagen niet te houden’ zijn na het eten van snoep met azo-kleurstoffen. Recent is het effect van azo-kleurstoffen op gedrag onderzocht (Southampton studie) maar daaruit kwam geen significant bewijs, slechts een heel klein effect. Er wordt in 2010 wel een Europese regeling van kracht, waarin een labelling op producten met azo-kleurstoffen verplicht is gesteld. Met de tekst ‘kan hyperactiviteit en concentratiestoornissen bij kinderen veroorzaken’ wil de EU dat producenten de consumenten waarschuwen. ‘Jammer’, vindt Peters. ‘Wij zijn tegen zo min mogelijk waarschuwingen op de verpakking, omdat er vaak onterechte aannames vanuit gaan. Vaak worden mensen onnodig bang. De E-nummers die nu op de markt zijn, zijn veilig.’

Onveilige kleurstoffen worden verboden. Zo is in 2007 de rode kleurstof E128 van de markt gehaald omdat het afbraakproduct ervan, alanine, mogelijk een carcinogeen is. EFSA houdt dit jaar, aan de hand van nieuwe normen, een reguliere check waardoor meer azo-kleurstoffen kunnen sneuvelen. Peters benadrukt dat niets zeker is in de wetenschap: ‘Afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid.’ Het Voedingscentrum gaat in elk geval met de EFSA mee in haar advisering. Nog even afwachten dus.

Tanden
Zuivel-, fris- en vruchtendranken hebben een lage pHwaarde. Omdat mineralen van het tandbeen en tandglazuur oplosbaar zijn in zuur kunnen voedsel en drank met een hoge zuurgraad erosief werken op het gebit. Cor van Loveren van het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) benaderde in zijn lezing de keuze voor gezonde drank vanuit preventie van tandcariës en –erosie. Ook Van Loveren ziet een gat in de markt: tandvriendelijke drank. Hij benoemde factoren die de erosiviteit kunnen tegengaan. Zo kunnen producenten letten op de buffercapaciteit van hun product.

Bicarbonaat en fosfaat werken als bufferstoffen en kunnen zuren in de mondholte neutraliseren. De sterkte van het zuur, de pKa-waarde, is ook van belang, net als de adhesie (aantrekkingskracht) van het product aan het tandoppervlak. Met calcium en fosfaat valt ook winst te behalen. Een hoog gehalte aan calcium en fosfaat vermindert demineralisatie (ontkalking) van tandglazuur en bevordert bovendien de remineralisatie (herstel) van tandglazuur. Jan Steijns, manager Health & Nutrition Affairs bij FrieslandCampina, ging ook in op tandgezondheid.

Kaas is volgens de World Health Organisation (WHO) een bron van calcium die mogelijk het risico op cariës verkleint. Voor de EFSA is dat echter niet overtuigend genoeg. Zij willen eerst bewijs zien van het effect van kaas op tandgezondheid en dat is moeilijk. Niemand eet zijn/haar hele leven alleen maar kaas.

Fluoride is goed voor de tanden, maar alleen in mondwater omdat het bij inneming botontkalking kan verergeren. Binnen de frisdranken is de light-variant de beste keuze. Doordat deze suikervrij zijn, hebben ze volgens Van Loveren geen invloed op cariës. Ondanks de suikervrije eigenschap kunnen light-frisdranken nog wel een lage pH-waarde hebben en alsnog erosief werken. Vruchtendrank is de grootste boosdoener bij tanderosie en citrusvruchten spannen daarin de kroon. Bij het drinken van sinaasappelsap heeft iemand 37 procent meer kans op aanslag van het glazuur dan bij appelsap.

Verzadiging
Kees de Graaf, hoogleraar sensoriek en eetgedrag van de Wageningen Universiteit, ziet een uitdaging voor de voedingsmiddelenindustrie: ‘Ontwikkel aangename voedingsmiddelen met een lagere energiedichtheid maar met een hoge verzadigingswaarde.’ Door vloeibare producten te gebruiken krijgen mensen binnen een korte tijd veel energie binnen. Die verzadigen minder goed dan vaste voedingsmiddelen. ‘Kijk maar naar een appel. Het duurt slechts anderhalve minuut om een appel in sapvorm op te drinken terwijl mensen gemiddeld zeventien minuten bezig zijn met het eten van een appel,’ zo legt De Graaf uit. Vast voedsel blijft namelijk langer in de mond. Appelmoes zit daar met zes minuten logischerwijs tussenin.

Met dat principe onderzocht de hoogleraar in hoeverre viscositeit (dikte) van voedingsmiddelen van invloed is op ad libitum (onbeperkte) voedselinneming van mensen. Proefpersonen consumeerden hiertoe een chocoladezuivelproduct in drie verschillende ‘diktes.’ Het ging om een vloeibare, een semi-vloeibare en een semi-vaste vorm. In elke vorm van de chocoladezuivel zat evenveel energie en voedingsstoffen.

De proefpersonen kregen een van de drie vormen toegediend in een grote witte verpakking.  Onbekend was welke vorm iedereen dronk. Het onderzoek vond plaats in een bioscoop. Tijdens de film mochten de deelnemers zoveel drinken als ze wilden. ‘We zien dat het wel degelijk uitmaakt hoe ‘vast’ een voedingsmiddel is, zo zegt De Graaf’. Van de vloeibare vorm dronken de personen het meest.

Als mensen iets drinken hebben ze dus een hoge eetsnelheid. Bij de semi-vloeibare vorm werd 14 procent minder gedronken en van de semi-vaste vorm dronken de mensen 30 procent minder. Het maakt niet uit hoeveel energie of voedingstoffen in het zuivelproduct zit, het behoeft eenvoudigweg geen ‘werk’ voordat het doorgeslikt kan worden. Een hoge eetsnelheid betekent een hoge voedsel/energie-inneming.

Vast voedsel is daarom gunstiger dan vloeibaar voedsel met dezelfde energiedichtheid. De Graaf vindt het aanbod aan energierijke vloeibare dranken erg groot terwijl consumenten meer gebaat zijn bij drank met weinig energie. Vloeibare producten met een lepel eten is een goede optie. Omdat het dan langer duurt tot voedsel ingenomen is treedt verzadiging sneller op. ‘Kortom, mensen moeten iets minder eten en iets meer genieten,’ besloot De Graaf zijn lezing.

Fruitdrank versus vers fruit
‘Adam verleidde Eva met een appel, maar laten wij ons daar nog door verleiden?’ Het antwoord is nee als het aan Bertine Philipsen-Geerling van Hero ligt. Mensen eten te weinig fruit. Zo’n 70 procent haalt de aanbeveling niet (Voedsel Consumptie Peiling 2003). Redenen van consumenten zijn onder andere teveel gedoe (schillen, plakkerige handen, onhandig om mee te nemen) en er is geen typisch fruitmoment, zoals dat met brood wel zo is. Bovendien is de smaak niet homogeen. ‘Iedereen kent dat wel met mandarijnen. Je koopt een netje en er zitten altijd wel een paar vieze bij’, aldus de Nutrition en Health Manager.

Onlangs bleek dat Hero Fruit2Day dezelfde nutritionele waarde van 200 gram verse vruchten heeft. Dat maakt het de consument een stuk makkelijker. De vraag is nog wat de verzadigende waarde is en de werking in de darmen van Fruit2Day, maar daar hoopt Philipsen-Geerling de volgende keer meer over te vertellen.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2009 op bladzijde 18

Reageer op dit artikel