artikel

De passie van Ronald Mensink *

Algemeen

De passie van Ronald Mensink *

Interview met Ronald Mensink Naam: Ronald MensinkWoonplaats: EchtGeboren: 30 april 1960Functie: Hoogleraar Moleculaire Voedingskunde, Vakgroep Humane Biologie, Universiteit Maastricht

Hoe bent u in de voedingswereld terechtgekomen?
Ik ben twee keer uitgeloot voor geneeskunde. De eerste keer had ik een dramatisch lotingsnummer, waardoor ik me heb moeten oriënteren voor een andere studie. Dat deed ik in Wageningen, eigenlijk zonder het idee voeding te gaan studeren. Als ik na twee jaar alsnog de switch naar geneeskunde wilde maken, zou ik eerst de militaire dienst in moeten, en ik zag het niet zitten om op mijn 22e alsnog geneeskunde te gaan studeren. In Wageningen kon je destijds binnen de studie Voeding de natuurwetenschappelijke en de sociale weg inslaan. Mij trok het fysiologische aspect van voeding, dus koos ik voor de natuurwetenschappelijke, biochemisch georiënteerde richting. Voeding zie ik als een uitdaging. Je kunt er bovendien zelf veel plezier aan beleven en het is voor iedereen belangrijk. Van de conceptie tot wanneer het leven eindigt, oftewel, van wieg tot graf zoals dat vaak gezegd wordt. Het leeft onder veel mensen en dat maakt het uitdagend.

Wat vindt u bijzonder aan uw werk?
Als je het wetenschappelijk bekijkt vind ik het prettig dat we onderzoek doen met mensen. Ik wil graag een korte lijn tussen de bevindingen en de toepasbaarheid naar de mens. Dat wil niet zeggen dat we geen basaal fundamenteel onderzoek doen, maar dit is vaak ondersteunend aan de fysiologie. Eerst bij de mens kijken of iets werkt, en dan pas de diepte in naar mechanismen. Met andere woorden, vanuit de fysiologie proberen we door ons op moleculair niveau te begeven te ontdekken waarom iets op een bepaalde manier werkt. Bijvoorbeeld, waarom sommige mensen gevoeliger zijn voor bepaalde voedingsstoffen dan andere mensen.

Een belangrijk moment in mijn werk was het transvetzuur onderzoek. Vanwege de bijzondere impact daarvan op de voedingsindustrie. Die was zich van weinig kwaad bewust met het toevoegen van transvet aan producten. Toen bleek dat transvetzuren het HDL cholesterolgehalte verlaagden en het LDL cholesterolgehalte verhoogden ten opzichte van oliezuur, heeft de industrie grote inspanning moeten verrichten om de transvetten uit de voedingsproducten te halen. Dat dit het resultaat was van het onderzoek, was totaal onverwacht. Een ander mooi noemenswaardig voorbeeld vanuit de fysiologische benadering is de wijze waarop plantaardige sterolen en stanolen het cholesterolgehalte kunnen verlagen. Door een onverwachtse bevinding van een humane studie, zijn we de diepte in gedoken en hebben een nieuw werkingsmechanisme voorgesteld voor de cholesterolverlagende werking van deze stoffen. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot de formulering van nieuwe producten.

Wat wilt u nog onderzocht zien?

Op het gebied van voeding worden er vooral aanbevelingen gedaan op groepsniveau, welke eventueel afhankelijk zijn van geslacht, leeftijd en zwangerschap. Ik wil dit verder segmenteren. Is het bijvoorbeeld mogelijk om vooraf te bepalen wie iets extra’s nodig heeft van een bepaalde voedingsstof? Hierbij zou je gebruik kunnen maken van genexpressie-profielen in weefsels en bloedcellen. Wederom, het is dan van belang om de link te leggen tussen de fysiologie en moleculaire biologie. Ook kan een stap voorwaarts worden gemaakt door de interactie met het ziekenhuis te bevorderen. Wat dat betreft zit je in Maastricht fantastisch.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2009 op bladzijde 13

Reageer op dit artikel