artikel

De passie van Kristel Nijs *

Algemeen

De passie van Kristel Nijs *

Naam: Kristel Nijs Geboortedatum: 3 januari 1975 Woonplaats: Tiel Functie: Kwaliteitsadviseur Zorgprocessen in Ziekenhuis Rivierenland in Tiel

Hoe ben je in de voedingswereld terechtgekomen?
Eigenlijk was dat uit frustratie over hoe er in Nederlandse verpleeg- en verzorgingshuizen met het eten werd omgegaan, vooral bij ouderen. Ik werkte als verpleegkundige toen ik van mijn geboorteland België naar Nederland verhuisde ruim 10 jaar geleden. Ik zag tot mijn verbazing grote verschillen. Zo kregen ouderen hier een dienblad met alle gerechten tegelijk erop en dan aten ze bovendien nog vaak alleen op een kamertje. In België is er meer aandacht voor de maaltijden. Daar kan een bewoner van een ziekenhuis of verpleeghuis bijvoorbeeld een biertje of glaasje wijn bestellen. In Nederland was en is alcohol in een instelling absoluut ondenkbaar. Ook zag ik tot mijn verbazing dat er slappe frites geserveerd werden afkomstig uit een au-bain-marie-wagen en dat zowel personeel als bewoners dat accepteerden. In België gaat zoiets onmiddellijk terug naar de keuken. Daar worden de frites door een afdelingsmedewerker apart uit de keuken gehaald en direct naar de patiënt gebracht, zodat ze nog warm en knapperig zijn. De presentatie en de omgeving bepalen veel van de aantrekkelijkheid van het eten. Ik ben zelf ook iemand die met de ogen eet.

Mijn opleiding tot verpleegkundige en de studie ziekenhuiswetenschappen/verplegingswetenschappen met specialisatie geriatrie maakten dat ik in het jaar 2000 wetenschappelijk onderzoek kon gaan doen in Wageningen. Zo ben ik mijn promotieonderzoek naar de relatie tussen ambiance, ondervoedingstatus en de kwaliteit van leven bij ouderen in verpleeghuizen begonnen. Dat er veel ondervoeding bleek voor te komen, verbaasde mij niet.

Wat heeft je gemotiveerd?
Het onderzoek naar het effect van ambiance heeft duidelijke, positieve resultaten opgeleverd. Gebleken is dat als ouderen in een verpleeghuis zoveel mogelijk eten als ze thuis gewend zijn, er veel minder ondervoeding optreedt. Gedekte tafels, samen eten, zelf kunnen opscheppen, de verpleging die aan tafel aanschuift en geen afleiding tijdens de maaltijd door artsen die bij de patiënt langskomen of een schoonmaker in de eetzaal, zorgde ervoor dat de bewoners beter gingen eten en dat hun lichaamsgewicht stabiel bleef. Mijn uitdaging was om te laten zien dat ouderen in een normale voedingstoestand terecht konden komen door een normale voeding. Ik ben een groot voorstander van zoveel mogelijk gewoon eten. Als je ziet wat je eet, eet je makkelijker.

Wat was voor jou een mijlpaal in je carrière?
Voor mij was dat de toekenning van subsidie door het ministerie van VWS voor het implementeren van het ambianceproject in alle verzorgings- en verpleeghuizen in Nederland. Daarmee kreeg ik erkenning voor het belang van een goede ambiance.

Nu ben ik nog zijdelings betrokken bij die implementatie. Intussen werk ik weer op het terrein van de verpleegkunde. Daar kom ik voeding op allerlei vlakken tegen. En ik constateer dat er langzaam iets verandert in Nederland. Een uitvloeisel van het ambianceproject is dat aan ouderen die bijvoeding nodig hebben, tegenwoordig een echte snack verstrekt wordt. Voordeel is dat dit herkenbaar blijft als eten. De angst van tegenstanders hiervan, namelijk dat bewoners dan vooral voor ongezonde producten zullen kiezen, vind ik ongegrond. Mijn ervaring is dat ouderen als er snacks beschikbaar zijn, helemaal niet uitsluitend daarvoor kiezen. Je moet ze uiteraard daarnaast wel gezonde voeding blijven aanbieden en uitleggen wat gezonde voeding is. Mensen houden niet van extremen, en als dat wel zo is dan hebben ze daar in het verleden ook al voor gekozen.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 5 van mei 2009 op bladzijde 15

Reageer op dit artikel