artikel

Redactioneel: Ontwikkelingshandel

Algemeen

Onlangs zat ik met vier puberende jongens te ontbijten. Op de tafel stond een pak hagelslag met een witte buitenkant, met een rood met zwarte opdruk en een foto van een bergje chocokorrels. Een saai pak, zo constateerden ze. Daarvóór was het pak van hetzelfde Fair Trade-merk veel kleurrijker. Wat is dat, wilde ze daarna weten, fair trade?

Onlangs zat ik met vier puberende jongens te ontbijten. Op de tafel stond een pak hagelslag met een witte buitenkant, met een rood met zwarte opdruk en een foto van een bergje chocokorrels. Een saai pak, zo constateerden ze. Daarvóór was het pak van hetzelfde Fair Trade-merk veel kleurrijker. Wat is dat, wilde ze daarna weten, fair trade? Nou, deed ik een poging, de boer die in Afrika of Zuid-Amerika de cacao voor onze hagelslag produceert, krijgt voor zijn werk een eerlijke prijs waardoor hij beter in zijn bestaan kan voorzien. ‘Nou en, wat heb ik daar nou mee te maken, ik ken die boer toch niet’,  was de tegenwerping van een van hen. Gelach, van de anderen. Ja, maar deze boer heeft bij de productie ook rekening gehouden met het milieu en er is geen kinderarbeid bij betrokken geweest… voegde ik nog toe. ‘Het gaat er toch om dat het lekker is en het er mooi uitziet,’ aldus een puber.

Nou ja, pubers, misschien komen ze zelf nog wel eens op het onderwerp terug. En als zij het niet doen, dan zijn het de media wel, want die stonden de afgelopen tijd bol van de oneerlijkheid in de wereldhandel. Afgelopen maand publiceerde de organisatie Fair Food, eat fair, beat hunger zijn jaarlijkse lijst van producten in de Nederlandse supermarkten die fair, unfair of in between zijn. Eerlijke levensmiddelen zijn bovengemiddeld duurzaam; beter voor mens, milieu en de economie in ontwikkelingslanden dan concurrerende producten. En de bedrijven die ze maken, boeken op dit terrein meer vooruitgang, vindt de organisatie. De lijst is toegankelijk voor consumenten, maar Fair Food-directeur Eelco Fortuijn beaamt dat het bewustzijn over een eerlijke wereldhandel bij deze groep een moeilijk verhaal blijft, ze vinden het sympathiek, dat wel. De lijsten zijn een kernactiviteit van zijn organisatie – die tot doel heeft een bijdrage te leveren aan de bestrijding van honger in de wereld – waardoor bedrijven worden geprikkeld om eerlijkere producten te maken. Conservenfabriek Hak was blijkbaar al geprikkeld, want zijn Haricots Verts uit Kenia en Madagaskar komen bovengemiddeld goed op de lijst naar voren. Prompt stuurde de directeur van het bedrijf dan ook een persbrief rond om het wereldkundig te maken, met complimenten voor de Afrikaanse medewerkers.

Ontwikkelingshandel heet het. Net als het milieu is het een kenmerk aan het worden waarmee bedrijven hun producten kunnen onderscheiden van andere die er minder aan doen. Een druppel op een gloeiende plaat als je weet dat er dagelijks ongeveer 28.000 mensen van de honger omkomen, maar alle kleine beetjes helpen.

Ik zal de klagende pubers eens een keertje geen beleg serveren.

Reageer op dit artikel