artikel

Nationaal Groentecongres: Broccoli voor beginners *

Algemeen

Nationaal Groentecongres: Broccoli voor beginners *

‘Groente wil eigenlijk niet gegeten worden’. Dat bracht smaakonderzoeker Kees de Graaf van Wageningen Universiteit naar voren op het Nationaal Groentecongres. En daarmee raakte hij de kern van het probleem rond de groenteconsumptie in Nederland. Zo’n 150 voedingskundigen bezochten half september de bijeenkomst Broccoli voor beginners die werd georganiseerd door het Platform Gezonde Voeding 0-4-jarigen in samenwerking met Voeding Nu. Doel: het gezamenlijk zoeken naar wegen om de groenteconsumptie bij kinderen te verhogen.

Met zijn uitspraak had De Graaf enkele lachers op zijn hand, alsof groente zelf bepaalt wat ze met consumenten doet. Hij illustreerde zijn uitspraak aan de hand van smaakonderzoeken bij kinderen. ‘Fruit heeft dat probleem niet’, legde de hoogleraar uit. ‘Dat komt door onze voorkeur voor zoet. Groente heeft daarbij een lage energiedichtheid en geeft geen beloning of bekrachtiging aan de eter. De vraag is of je eerder zou moeten beginnen met het aanbieden van groente om de consumptie omhoog te brengen.’ Hij liet onderzoeken zien waaruit blijkt dat smaken aan te leren zijn en dat herhaaldelijk aanbieden van nieuwe smaken kan leiden tot gewenning.

De dagvoorzitter van het symposium, kinderarts Koen Joosten van het ErasmusMC-Sophia Kinderziekenhuis, legde De Graaf de vraag voor of het een richtlijn zou kunnen zijn eerst met groente te beginnen bij de vaste voeding en daarna met fruit en andere smaken. ‘Dat durf ik niet zo te zeggen’, stelde de Graaf. ‘We weten nog te weinig over de langetermijneffecten. Hiervoor zouden we een RCT met een langere termijn follow-up moeten doen.’ Wel concludeerde hij dat de hogere inname van groente na het spenen volgens onderzoek nog een half jaar na de introductie bestaat. Na anderhalf jaar is dat effect verdwenen. ‘Het is de vraag of een hogere blootstelling aan groente in de eerste twee jaren een langer durend effect heeft.’

Bewijzen voor effect groenteconsumptie
Na de lezing van kinderarts Dick van Waardenburg van Maastricht UMC, zou de bezoeker van het symposium het idee kunnen krijgen dat er weinig wetenschappelijk is bewezen over het positieve effect van groenteconsumptie bij kinderen. De voedingsrichtlijnen voor kinderen zijn afgeleid van studies die hoofdzakelijk bij volwassenen zijn gedaan. Groente is een belangrijke bron van micronutriënten en vezels, maar of het alleen groenten zijn die voor een positief gezondheidseffect zorgen, daarbij plaatste hij nog een vraagteken. ‘Ook met andere voedingsmiddelen kun je aan veel nodige nutriënten komen’, concludeerde hij.

Mark Benninga, maagleverdarmspecialist van het Emmakinderziekenhuis in Amsterdam, ging dieper in op het belang van vezels, met name bij constipatie en buikpijn. Met zijn presentatie ontkrachtte hij een aantal fabels rond het eten van (vezelrijke) producten en maagdarmproblemen, gestaafd door, veelal buitenlands, onderzoek. Het idee dat bananen en chocolade zorgen voor constipatie verwees hij naar het rijk der fabelen.

Hij constateerde dat de vezelinname bij kinderen te laag is, maar aan de hand van onderzoek liet hij ook zien dat extra vezels ‘niet helpen tegen buikpijn of constipatie, daarvoor ontbreekt voldoende bewijs’. Ook van probiotica is volgens hem niet bewezen dat het bijdraagt aan een verbetering bij buikpijn of constipatie. Toch liet hij de zaal niet helemaal in verwarring achter. ‘Een normale drank- en vezelinname zijn aanbevolen voor kinderen met of zonder buikpijn of constipatie’, was zijn algemene conclusie.

Hoe ingewikkeld het is om te bewijzen dat groente effect heeft op de gezondheid, kwam aan bod in de lezing van Marjan van Erk, systeembiologe van TNO. De vele variabelen maken het lastig. Van Erk gaf inzicht in een andere methode van het meten van het effect van interventies, het zogeheten Health Space model: ‘Door veel variabelen in een biologische context te meten en hierop slimme wiskundige technieken los te laten, kunnen we meer zeggen over de fysieke gezondheid, bijvoorbeeld na groentegebruik.’ Ze deed een proef met een groep gezonde mensen met overgewicht en zonder overgewicht, met en zonder groenteconsumptie. Daarbij werd het effect van 200 g groente in vier weken op plasmaparameters en genexpressie in vetweefsel bestudeerd. De uitkomsten wijzen erop dat groenten waarschijnlijk positief effect hebben op twee lichaamsprocessen: ontstekingen en energiemetabolisme.

Voedingszorg voor de zwangerschap
Veel stelliger in het stimuleren van voldoende groenteconsumptie dan haar voorgangers was arts-onderzoeker Régine Steegers-Theunissen, hoogleraar periconceptie en epidemiologie. Zij liet zien dat er 40 procent meer kans is op zwangerschap bij een ivf-behandeling bij een mediterraan dieet (met veel groente en fruit) van man en vrouw in vergelijking met een traditioneel Hollands eetpatroon. ‘De zaadkwaliteit van de man gaat omhoog en er is minder foetale groeivertraging’, aldus Steegers. Ze benadrukte dat al voor een vrouw zwanger wil worden het van belang is om gezond te eten en te beginnen met het suppleren van foliumzuur. ‘De ontwikkeling van de embryo is afhankelijk van de voeding in de eerste 10 weken van de zwangerschap; 25 procent van de miskramen in de eerste 10 weken komt door slechte voeding van de moeder’, zegt Steegers. ‘Vrouwen die zwanger willen worden zouden 14 weken voor de bevruchting al moeten beginnen met suppletie van foliumzuur. Dit om een laag geboortegewicht, niet goed ontwikkelde hersenen of een schisis (hazenlip) te voorkomen.’

Om haar doelgroep te bereiken heeft Steegers vanuit haar vakgroep een applicatie ontwikkeld om vrouwen op het gezonde spoor te zetten: ‘Vanuit de praktijk weet ik dat het moeilijk is om mensen rond hun voeding op andere gedachten te brengen. Vandaar een digitale coach die in de praktijk daadwerkelijk leidt tot meer groente- en fruitconsumptie en foliumzuursuppletie van de gebruikers.’ Meer informatie over de applicatie staat op www.slimmerzwanger.nl.

Vanuit de zaal bracht Astrid Postma-Smeets van het Voedingscentrum in dat ook het Voedingscentrum een applicatie heeft voor ouders met een zwangerschapswens en ouders met jonge kinderen. Deze Gezond Groeien applicatie van het Voedingscentrum is een betrouwbare informatiebron vol weetjes, tips en recepten. Ouders met een zwangerschapswens of met jonge kinderen vinden er antwoorden over gezonde voeding tijdens de zwangerschap en voor hun kind. Meer informatie op www.voedingscentrum.nl. In haar lezing, die ze later op de dag gaf, ging ze vooral in op het eten van kinderen na de geboorte. Eerst lichtte ze toe hoe het Voedingscentrum de normen van de Gezondheidsraad vertaalt naar de praktijk. Ze gaf aan dat bij de overgang van fles- of borstvoeding naar vaste voeding het beste het eigen tempo van het kind kan worden gevolgd, het goed is te oefenen met vast voedsel zonder ‘honger’ en te beginnen met kleine hapjes (eerst een paar lepeltjes, om vervolgens van fijngeprakt naar kleinere stukjes te gaan). ‘Daarna is het vooral een zaak van tijd, aandacht en waardering voor eten’, aldus Postma-Smeets. Voor een acceptatie van groenten door jonge kinderen is het volgens haar vooral belangrijk om ze aan te moedigen te proeven. ‘Het biedt kansen door te variëren, zowel in soort groente als in het aanbodmoment. En natuurlijk doet goed voorbeeld van de ouders (meestal) goed volgen. De ouder bepaalt wat en wanneer wordt gegeten, het kind hoeveel’, aldus Postma-Smeets.

Bijzondere boontjes
Monique L’Hoir, specialist overgewicht en jonge kinderen, werkzaam bij TNO, deed er nog een schepje bovenop als het gaat om de praktische en opvoedkundige aanpak van kinderen bij hun eetgedrag. Ze putte voor haar betoog ook uit haar ervaring als psychologe in een ziekenhuis, waar ze veel ouders sprak met kinderen die niet deden wat de ouders wilden en dat vertaalde ze naar het eetgedrag. Met haar uitspraak dat je kinderen ‘best een beetje mag verwaarlozen’ had ze veel lachers op haar hand. ‘Ik bedoel dat je niet de aandacht te veel moet vestigen op wat kinderen moeten en vooral geen negatieve aandacht’, verklaarde l’Hoir. ‘Als je als ouder een paar keer zegt dat de boontjes van het bord moeten, dan gaan er bij de meeste kinderen automatisch een paar voelsprieten overeind staan die zeggen; met die boontjes zal wel iets aan de hand zijn. Als ouders vervolgens meer gaan aandringen of andere zaken beloven als de boontjes opgaan, dan ben je eigenlijk al verloren, want de volgende keer kunnen ze weer uitgespeeld worden. Kortom: negeren van (kortdurend) ongewenst gedrag en belangrijk: beloon gewenst gedrag. Negatieve aandacht vermijden.’

Verder gaf l’Hoir nog praktische tips:
– Goed eten begint met een gezellige tafel. De schikking is belangrijk, een ouder naast elk kind;
– Een vaste regel is: van tafel af is ‘van tafel’; als een kind van tafel gaat, dan mag het niet weer
aan tafel tijdens die maaltijd;
– Geen speelgoed aan tafel;
– Géén aandacht geven aan het wel of niet eten;
– Voordoen heeft veel meer power dan opdrachten geven;
– Een goede regel om een kind te laten eten is: neem van alles drie hapjes.

Ester Sleddens, die namens de vakgroep Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht, sprak, bevestigde dat consequent zijn, het bieden van zorgzaamheid en het geven van structuur door de ouders belangrijk zijn bij het stimuleren van gewenst eetgedrag door kinderen. Ze deed hiervoor onderzoek naar de rol van de ouders en het eetgedrag van kinderen. Goede maatregelen die ouders kunnen nemen zijn volgens haar: regels opstellen en naleven, geen ongezonde producten in huis halen en variëteit in voeding aanmoedigen.

Suikerrijke dranken minderen
Tot slot kwam Jaap Seidell aan het woord. De hoogleraar voeding en gezondheid van de Vrije Universiteit in Amsterdam liet geen twijfel bestaan over het belang van voldoende groente- en fruitconsumptie. ‘Een tekort ervan zit in de top 10 van de wereldwijde sterfteoorzaken’, bracht hij naar voren. ‘Ziekten die gerelateerd zijn aan een te lage inname van groente en fruit zijn maag- en darmkanker, hart- en vaatziekten en een beroerte.’ De drie hoofdlijnen ter preventie hiervan zijn volgens hem: toename van groente- en fruitconsumptie; reductie van energiedichte voeding en een afname van suikerrijke dranken. Ook zijn er veel aanwijzingen dat omgevingsfactoren bepalend zijn voor de groente-inname van kinderen. ‘Voedingspatronen rijk aan groenten zijn geassocieerd met verlaagd risico op obesitas en andere niet-overdraagbare ziekten’, concludeerde Seidell. ‘Voor fruit en/of vruchtensap is dat onduidelijker, waardoor het goed is om apart naar effecten van groente en fruit te kijken.’

Platform gezonde voeding 0-4-jarigen
Het Platform Gezonde Voeding 0-4-jarigen is opgericht in 2011 door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) samen met de Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Kinder- en Dieetvoedingsmiddelen (VNFKD), het Voedingscentrum en TNO. Inmiddels zijn 12 organisaties aan het platform gelieerd. Doel is een bijdrage leveren aan een gezonder eetpatroon voor 0-4-jarigen. Voorzitter van het platform is dr. Koen Joosten, kinderartsintensivist in het Erasmus MC locatie Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, tevens voorzitter commissie voeding van de NVK.

Uitgangspunten van het platform zijn:
– Bundelen van kennis en implementatiestrategieën t.a.v. gezonde voeding voor kinderen van 0-4 jaar (behoudens borst- en zuigelingenvoeding);
– Gemeenschappelijke standpunten en aanbevelingen waarbij preventie en deficiëntie sleutelbegrippen zijn;
– Vertalen van de standpunten en aanbevelingen naar praktische adviezen die breed gedragen worden, ook door de consument.

Het platform wordt ondersteund door het ministerie van VWS.
Doel van het congres was om met professioneel betrokkenen, onder wie jeugdartsen, verpleegkundigen, diëtisten en andere voedingskundigen, te zoeken naar wegen om de groenteconsumptie van kinderen te verhogen. Joosten luidde een paar jaar geleden al de noodklok over slechte inname van groente door kinderen. Door als kinderarts zijn stem te verheffen, zou de boodschap misschien beter aankomen bij een groot publiek. ‘Jong geleerd is oud gedaan’, stelt Joosten.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2013 op bladzijde 23

Reageer op dit artikel