artikel

De passie van… Trudy Voortman *

Algemeen

De passie van… Trudy Voortman *

Interview met Trudy Voortman: wetenschapper aan het Erasmus medisch centrum Rotterdam op de afdeling epidemiologie.

Hoe bent u in de voedingssector terecht gekomen?
Ik las als kind veel, maar tijdens het eten mocht ik niet lezen. Daarom ging ik de etiketten van alle producten die op tafel stonden bestuderen en vergelijken. Toen ik van de middelbare school af kwam was voor mij de keuze snel gemaakt. De studie Voeding en Gezondheid aan Wageningen Universiteit sloot als beste aan op mijn interesses. Na het behalen van mijn bachelor wilde ik een onderzoeksmaster volgen. Ik heb gekozen voor moleculair onderzoek omdat ik de diepte in wilde. Deze master verdiept zich in het mechanisme op moleculair niveau. Ik vond deze master enorm leuk maar miste wel de directe link met de mens en gezondheid.

Na mijn afstuderen ben ik gaan werken bij Unilever. Daar heb ik mij verdiept in plantensterolen, bekend van de Becel pro-activ producten. Ook hier was ik bezig met onderzoek, maar op een totaal ander gebied. Het raakvlak met mensen en gezondheid had ik daar wel. Na enige tijd gewerkt te hebben begon ik te verlangen naar een eigen onderzoek. Ik ben toen gaan zoeken naar promotieplekken en heb een hele leuke functie aangeboden gekregen. Vanaf 2012 werk ik aan mijn eigen promotieonderzoek aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Wat houdt uw huidige werk in?
Ik verdiep mij nu in een totaal ander gebied van onderzoek. Van moleculair onderzoek ben ik overgestapt naar epidemiologisch voedingsonderzoek. De groep waarin ik werk, ErasmusAGE, doet onderzoek naar het effect van levensstijl en voeding op gezondheid in verschillende fasen van het leven. Ik richt mij op kinderen en kijk onder andere naar het effect van voeding op groei, lichaamsvet, cholesterol en botdichtheid. Omdat ik weinig ervaring had in epidemiologisch voedingsonderzoek, doe ik nu een master epidemiologie in deeltijd naast mijn werk. Ik vind het leuk om me ook in deze kant van onderzoek te verdiepen.

Wat zou u nog onderzocht willen zien?
Aan elke type onderzoek zitten voor- en nadelen. Zo heb je over moleculair onderzoek meer controle en zijn er meer gedetailleerde gegevens meetbaar dan bij epidemiologisch onderzoek. Je bent bij dit soort experimenten echter vaak beperkt tot onderzoek in dieren of cellen. Epidemiologisch onderzoek is in mensen, maar bij observationeel onderzoek is de kans op bias groter en er zijn externe invloeden waar rekening mee gehouden moet worden. Het liefst willen we natuurlijk trials in mensen, maar dit is ook niet altijd mogelijk. Wat ik graag zou zien is dat uitkomsten van verschillende onderzoeken vaker gekoppeld worden zodat er meer mee gedaan kan worden. Eén onderzoek is niet voldoende om conclusies te trekken over gezondheidseffecten van voeding, het zijn allemaal puzzelstukjes die samen een deel van het totale plaatje kunnen leveren. Ik zou het leuk vinden om resultaten van verschillende soorten studies meer te integreren met elkaar.

Daarnaast ligt er nog veel open op het gebied van implementatie. Weten wát gezond is is belangrijk, maar hoe zorg je dat mensen daadwerkelijk gezonder gaan eten? Welke gedrags- en omgevingsfactoren zijn hierbij van belang? Hier wordt al veel onderzoek naar gedaan maar op dit vlak valt nog veel te winnen.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2013 op bladzijde 15

Reageer op dit artikel