artikel

De passie van: NAV-lid Caroline van Rossum *

Algemeen

De passie van: NAV-lid Caroline van Rossum *

‘Ik wilde biologie studeren, maar daar was toen weinig werk in. Van een oud-student hoorde ik dat zij Voeding en Diëtetiek had gestudeerd en ik werd daar zo enthousiast van dat ik Voeding en Diëtetiek ben gaan studeren aan de Haagse Hogeschool.’

Hoe ben je in de voedingswereld terecht gekomen?
‘Na de middelbare school wilde ik biologie studeren, maar daar was toen weinig werk in. Ik hoorde van een oud-student dat zij Voeding en Diëtetiek had gestudeerd en ben me toen daarin gaan verdiepen. Ik werd enthousiast en ben Voeding en Diëtetiek gaan studeren aan de Haagse Hogeschool. Na deze studie ben ik doorgestroomd naar Voeding en Gezondheid op Wageningen Universiteit. Vervolgens heb ik een kort uitstapje gemaakt naar de farmacie, maar heb toen toch besloten te gaan promoveren op sociaal-economische gezondheidsverschillen bij ouderen aan de Erasmus Universiteit.

Sinds 1998 ben ik werkzaam bij het RIVM. Eerst als postdoc op het gebied van genetische factoren van overgewicht. Vanaf 2003 ben ik in dienst gegaan bij het RIVM en werkzaam op verschillende projecten ter ondersteuning van het voedingsbeleid. Zoals op het gebied van NEVO, het berekenen van gezondheidswinst van voeding en het voedingsmonitoringssysteem.’

Wat houdt je huidige werk in?
‘De laatste jaren ben ik als projectleider van de Nederlandse voedselconsumptiepeiling (VCP) onder de algemene bevolking aan de slag. De leukste baan van Nederland al zeg ik het zelf. Individuele patiëntenbegeleiding heeft mij nooit zo getrokken. Nu kan ik mij bezighouden met de hele bevolking en hoop ik Nederland iets gezonder te krijgen.

Om de zes jaar komt er een nieuwe VCP uit. Daar gaat vier jaar dataverzamelen aan vooraf. De onderzoeksgroep bestaat uit ruim 4.000 personen in een leeftijd van 1 tot 79 jaar. Er wordt rekening gehouden met verschillende kenmerken, zoals regio, nationaliteit en opleidingsniveau, zodat de onderzoeksgroep representatief is voor heel Nederland. Bij iedereen wordt twee keer een interview  afgenomen over wat de persoon de voorgaande dag heeft gegeten en gedronken. Dit duurt ongeveer 45 minuten. Voor een aantal leeftijdsgroepen wordt deze navraag ondersteund met een dagboekje. Al deze gegevens worden verzameld en zorgen uiteindelijk voor een nieuwe VCP. Naast dit project,  houd ik mij nog bezig met andere onderwerpen, meestal gerelateerd aan de voedselconsumptie in Nederland.
Naast mijn werkzaamheden bij het RIVM ben ik sinds 2013 bestuurslid bij de NAV, de Nederlandse Academie van Voedingswetenschap. Het doel van de NAV is multidisciplinaire samenwerking binnen de voedingswetenschap stimuleren.’

Wat zou je nog onderzocht willen zien?

‘Allereerst zie ik dat de data die wij verzamelen nog meer benut kunnen worden. We kunnen dan beter inzicht krijgen in de Nederlandse consumptie. Veel instanties in Nederland en de rest van Europa verzamelen data. Als al deze disciplines hun data samenvoegen krijgen we meer inzicht in het gedrag van de bevolking. Marketeers weten bijvoorbeeld veel over consumptiegedrag en supermarkten hebben veel klantgegevens. Als deze kennis wordt gebundeld krijgen wij wellicht antwoord op de vraag wat de gedragsdeterminanten zijn op het gebied van voeding. Wetenschappers duiken al snel in hun eigen onderzoeksmethodieken. Het kan geen kwaad om ook eens naar andere methodieken te kijken. Misschien kunnen we dan niet alleen constateren dat er aandachtspunten zijn onder de bevolking maar krijgen we ook meteen antwoord op de vragen, hoe dat komt en wat we eraan kunnen doen.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 1/2 van januari/februari 2014 op bladzijde 15

Reageer op dit artikel