artikel

Tanderosie: uitdaging van de toekomst *

Algemeen

Tanderosie: uitdaging van de toekomst *

Door een veranderende levensstijl consumeren Nederlanders vaker zure dranken en tussendoortjes, met als gevolg tanderosie. Tanderosie is het oplossen van hard tandweefsel door zuren die niet afkomstig zijn van bacteriën. Het percentage kinderen en volwassenen met tanderosie zal de komende jaren enorm toenemen. Preventieve voorlichting, kennis op het gebied van zure voedingsmiddelen en gedragsverandering zijn noodzakelijk om erosieve gebitsslijtage het hoofd te bieden.

In een groot deel van de twintigste eeuw werd groente en fruit gegeten afhankelijk van het seizoensaanbod en was de keuze beperkt tot regionale producten, tegenwoordig zijn steeds meer soorten (zure) voedingsmiddelen het gehele jaar door verkrijgbaar. Daarnaast nam in het bijzonder het aanbod aan erosieve dranken en snoep een grote vlucht. Op steeds meer locaties worden voedingsmiddelen aangeboden, zoals in schoolkantines, stations, ziekenhuizen en andere openbare gebouwen met als gevolg dat er meer en vaker gegeten en gedronken wordt. De toegenomen welvaart speelt daarbij een grote rol, maar ook de introductie van hersluitbare verpakkingen. Ons graasgedrag draagt niet alleen bij aan overgewicht, obesitas en diabetes, maar ook aan tanderosie (1).

Tanderosie en zuurgraad
Tanderosie is het oplossen van hard tandweefsel door zuren die niet afkomstig zijn van bacteriën. Deze zuren zijn afkomstig uit voedingsmiddelen of vanuit de maag. Jarenlang was één van de grootste bedreigingen voor het gebit het ontstaan van cariës door een slechte mondhygiëne en het gebruik van suiker. Waar blijkt dat tandbederf door het gebruik van fluoridehoudende tandpasta’s en preventieve voorlichting is gestabiliseerd, lijkt tanderosie nu het probleem van de toekomst. Werd in Nederland in 1997 bij 3% van de twaalfjarigen erosieve gebitsslijtage geconstateerd (2), in 2010 was dit percentage bij deze leeftijdsgroep al tot 42% gestegen (3). Verwacht wordt dat dit percentage de komende jaren verder zal stijgen.

In het begin is tanderosie slecht te herkennen. Het wordt pas zichtbaar als de tanden dunner, doorschijnend of geler worden en de randen afbrokkelen (foto 1). Knobbels op de kiezen vlakken af en er ontstaan kratervormige putjes (foto 2). Vullingen komen boven het tandoppervlak uit; tanden en kiezen worden gevoelig en en pijnlijk. Het melkgebit is gevoeliger voor erosie dan het blijvend gebit vanwege zachter glazuur.

Een van de factoren die bij het ontstaan van erosieve gebitsslijtage een rol speelt, is de zuurgraad van de voeding (pH). De waarde waarbij glazuur oplost wordt in de praktijk in het algemeen gelegd op pH < 5,5. Veel belangrijker is echter de buffercapaciteit van de zure voedingsmiddelen. Hoe hoger de buffercapaciteit van een voedingsmiddel, des te lastiger speeksel het aanwezige zuur kan neutraliseren en hoe groter de kans dat het tandweefsel oplost. Wanneer voedingsmiddelen een hoog gehalte aan fosfaten en calcium hebben, vormen deze niet of nauwelijks een gevaar voor het gebit. Daarnaast is de frequentie, de duur en de wijze van consumeren van invloed op het ontstaan van tanderosie.

(Fris)dranken en sappen
De consumptie van frisdrank en vruchtensappen (foto 3) wordt gezien als een van de belangrijkste oorzaken van tanderosie (4), maar ook de consumptie van andere zure voedingsmiddelen kan tanden doen oplossen (tabel 1???) (5). Hoewel karnemelk en yoghurt als zuur worden ervaren, zijn zij door aanwezigheid van hoge concentraties calcium en fosfaat niet erosief. Wel kunnen deze dranken aanleiding geven tot cariës, wanneer er fruit en/of suiker aan is toegevoegd. Hetzelfde geldt voor melk en chocomel. Toevoeging van zuren, zoals citroenzuur, appelzuur en fosfaatzuur, zorgen voor een frisse smaak. Citroenzuur wordt ook vaak als conserveringsmiddel toegevoegd. Andere toevoegingen, zoals suiker, zoet- en smaakstoffen, kunnen zure smaak maskeren. Smaak is daarom geen maat of iets zuur is.

Alle frisdranken, vruchtensappen en vruchtenlimonade hebben een lage tot zeer lage pH en smaken fris. Na het drinken van een glas vers sinaasappelsap is het verstandig niet direct de tanden te poetsen, maar het glazuur de tijd te geven te remineraliseren.

Hoewel het woord “koolzuur” in dranken veel wordt geassocieerd met zuur heeft het aanwezige koolzuur geen invloed op een lage(re) pH. Zo is koolzuurhoudend mineraalwater niet erosief. Wordt aan (koolzuurhoudend) mineraalwater citroenzuur voor een frisse smaak toegevoegd, dan draagt deze wel bij aan tanderosie. Hoewel light varianten geen gaatjes veroorzaken omdat suikers vervangen zijn door (kunstmatige) zoetstoffen, zijn zij wel erosief. Zij mogen dan wel geen calorieën bevatten, maar de meeste dranken hebben een pH = 3,4 en bevatten zuur. Tanderosie wordt relatief vaak gezien bij coladrinkers, ondanks het feit dat cola als enige frisdrank fosfaatzuur bevat en de buffercapaciteit veel lager is dan veel andere frisdranken en vruchtensappen. Dit ligt in het feit dat cola niet alleen de meest gedronken frisdrank is, maar ook dat de contacttijd met de gebitselementen vaak verlengd is. Meestal blijft het niet bij een glas cola en houden sommige coladrinkers de vloeistof lang in de mond, spoelen er mee en kauwen er zelfs op.

Bij jonge kinderen vormen naast vruchtensappen en vruchtenlimonade siropen een bedreiging voor het gebit. Hoewel siroop meestal wordt verdund (een op vijf of een op tien) blijft de pH van oploslimonade ver onder pH < 5,5. Bij slechte en langzame drinkers blijft het zuur lang in de mond en kan het kwetsbare melkgebit gemakkelijk oplossen.

Dranken zoals koffie en thee zijn niet erosief. Gewone thee heeft meestal een pH rond 7. Zwarte thee, groene thee en vruchtentheeën, waaraan kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen aan zijn toegevoegd, zijn veilig voor het gebit. Alleen kruidenthee en vruchtenthee op basis van vruchtenextract en citroenzuur vormen een risico. IJsthee moet worden gezien als limonade (6) en is samen met energiedrank de meest erosieve drank (tabel 1). Het drinken van anderhalve liter ijsthee per dag is funest voor het gebit (foto 4).

Sportdranken zijn bedoeld als bron van vocht en energie tijdens en na intensief sporten. Zij bevatten extra suiker, mineralen en citroenzuur. In een droge mond na het sporten kan sportdrank zeer schadelijk zijn. Er is nauwelijks meer speeksel om het zuur te neutraliseren. Sportdranken zijn overigens ook populair bij middelbare scholieren (7). Erosiegevaar schuilt bij hen in het frequent en langdurig drinken uit hersluitbare flesjes. Daarnaast vergroot overmatige consumptie van suikers de kans op overgewicht.

Alcohol
Hoewel bier zuur bevat is deze drank weinig tot niet erosief. Speeksel kan het zuur in bier makkelijk neutraliseren. Bovendien wordt bier meestal maar kort in de mond gehouden. Wijn daarentegen kan wel een probleem zijn, niet alleen door de aanwezige zuren, maar ook doordat wijn vaak langere tijd in de mond blijft en met kleine slokjes wordt gedronken. Witte wijn is erosiever dan rode wijn (8). Alcoholische mixdranken zijn populair bij jongeren. Deze bevatten vaak zure vruchtensap/frisdrank gemixt met rum of wodka. Meestal wordt er met kleine slokjes over een langere tijd direct uit de flesjes gedronken en door de toevoeging van lichtviskeuze vruchtenextracten hecht het langer aan het mondweefsel, waarbij de inwerking op de tanden langer is.

Snoep
Vele soorten (sabbel)snoep bevatten zuren, zoals citroen, appel- en fumaarzuur (foto 5). Zo kunnen winegums, zure matten, fruit lollies, fruittoffees en jawbreakers de zuurgraad van het speeksel verlagen tot onder pH < 5,5. Lollies waar yoghurt aan is toegevoegd verweken het glazuur niet. Snoepproducten waar aroma’s zoals salmiak, kaneel en pepermunt aan zijn toegevoegd vormen geen gevaar op erosie. De laatste jaren komen er extra zure vloeibare soorten snoep op de markt. Deze hebben een pH die lager is dan die van frisdrank en zelfs maagzuur. Candysprays (pH 1,6-2,3) vormen dan ook een groot risico in het kwetsbare kindergebit (foto 6). Kleine beetjes zure vloeistof wordt herhaaldelijk in de mond gespoten. Van sommige soorten van dit snoep is gerapporteerd dat branderigheid, bloeding van de tong en irritatie van het mondslijmvlies kan ontstaan. Kauwgom met fruitsmaak en kauwgom gevuld met een vloeibare zure kern zijn niet alleen erosief, maar kunnen extra schadelijk zijn doordat door kauwen de kiezen extra slijten. Het is daarom aan te bevelen suiker- en zuurvrije kauwgom te gebruiken. Snoep dat echt tandvriendelijk is, dat wil zeggen geen gaatjes veroorzaakt en niet erosief is, is in de winkel herkenbaar aan het Happy Tooth logo (foto 7).

Fruit
Fruit is gezond en lekker, maar inmiddels is ook bekend dat fruit de tanden kan doen oplossen. Citrusvruchten vormen echt een gevaar wanneer ze meermalen op een dag worden gegeten. Ook producten die van fruit zijn gemaakt zoals appelstroop, smoothies en jam zijn risicovol. Uit een onderzoek is gebleken dat het eten van een appel, zuur in combinatie met kauwkrachten, erosiever is dan het drinken van appelsap. Hoewel appelmoes vaak met zoet wordt geassocieerd, vormt dit product een risico voor het gebit. Het is verstandig de consumptie van fruit te beperken tot een à twee maal per dag.

Dressing en sauzen
Dressings voor salades zijn meestal op basis van olie, water, citroensap of azijn gemaakt. Om een goede emulsie te krijgen wordt er vaak mayonaise aan toegevoegd. Behalve olie en water hebben deze ingrediënten een zuurgraad tussen de twee en de vijf. Aan sauzen op basis van tomaten, zoals ketchup en curry, is meestal ook azijn toegevoegd. Appelazijn wordt niet alleen gebruikt in dressings, maar ook puur toegepast om tot gewichtsverlies te komen. Appelazijn gebruikt in vloeibare vorm kan leiden tot ernstige erosie.

Erosie voorkomen
De beste bescherming tegen erosie is een zuuraanval op de tanden en kiezen zo veel mogelijk te beperken. Het glazuur moet de tijd krijgen om te herstellen. Een gedragsverandering is daarvoor noodzakelijk, waarbij op zuren moet worden gelet.

Adviezen:

  • Verminder het aantal zure eet- , drink- en snoepmomenten.
  • Probeer eten en drinken te combineren.
  • Beperk de tijd van de consumptie.
  • Drink met een rietje.
  • Spoel met water of melk na het gebruik van een zure consumptie.
  • Geen zure consumpties vlak voor het slapen.
  • Wacht een uur met poetsen van het gebit na het eten van iets zuurs.
  • Poets voor het ontbijt wanneer er zure voedingsmiddelen genuttigd worden.
  • Gebruik een zachte borstel en poets met een weinig schurende tandpasta. Bij voorkeur een tandpasta tegen erosie met tinchloride of tinfluoride.

 
Referenties

  1. Gambon D.L., Brand, H.S., Veerman E.C.I. Dental erosion in the 21st century: what is happening to nutritional habits and lifestyle in our society? BDJ 2012; 213: 55 – 57
  2. Truin G.J., Frencken J.E., Mulder J., Kootwijk A.J., de Jong E. Prevalentie van tandcariës en tanderosie bij Haagse schoolkinderen in de periode van 1996-2005. Ned Tijdschr. Tandheelkd 2007: 114; 335-342
  3. El Aidi H., Bronkhorst E.M., Huysmans M.C., Truin G.J. Dynamics of tooth erosion in adolescents: a 3-year longitudinal study. J Dent 2010;38:131-137
  4. Baat C. Gebitsslijtage. Een praktische handreiking voor diagnostiek, preventie en behandeling 72-127. Houten Prelum Uitgevers, 2009
  5. Lussi A., Jaeggi T., Zero D. The role of diet in the aetiology of dental erosion. Caries Res 2004 suppl 1:34-44
  6. Nieuw Amerongen A. van, Keijbus P.A.M. van den, Veerman E.C.I. De invloed van “vruchten’en ijsthee op de pH en buffercapaciteit van het speeksel. Ned Tijdschr Tandheelkd 2004;111:80-84
  7. Gambon D.L., Brand H.S., Veerman E.C.I. Risico van erosie door dranken in schoolkantines. Ned Tijdschr Tandheelkd.2012; 119: 28-31
  8. Brand H.S., Tjoe Fat G.M., Veerman E.C.I. The effects of saliva on the erosive potential of three different wines. Aust Dent J. 2009 Sep;54(3):228-32. doi: 10.1111/j.1834-7819.2009.01124.x
  9. Gambon D.L., van den Keijbus P.A., van Amerongen A.N. Snoepspray en -gels: invloed op speekselsecretie en zuurgraad. Ned Tijdschr Tandheelkd. 2006 ;113:27-32
  10. Swinkels E., Drent V. Het erosieve effect van een appel versus appelsap 2013;NT 07: 34-37


Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 3/4 van maart/april 2014 op bladzijde 8

Reageer op dit artikel