artikel

De passie van… NAV-lid Wim Saris *

Algemeen

De passie van… NAV-lid Wim Saris *

‘Een groot vraagteken betreft nog hoe individuen omgaan met hun energie’

Hoe bent u in de voedingssector terecht gekomen?
‘Dat is een merkwaardig verhaal. Mijn vader was vroeger voedselcommissaris in de provincie Overijssel. Destijds was het nodig dat in tijden van oorlog of rampspoed voldoende voeding was opgeslagen in Nederland, bijvoorbeeld in de vorm van koekjes of in blikken. Ik vond het wel fascinerend dat er ergens een plek was met een grote voorraad eten en er werd thuis ook wel eens over gesproken. Nu bestaat er geen voedselcommissaris meer en  is er door de toegenomen productie geen schaarste, maar zo is wel mijn interesse op het gebied van voedsel en voedselproductie ontstaan.

Ik ging in Wageningen studeren aan de nieuwe richting Humane Voeding. Ik was ook geïnteresseerd in landbouw en veeteelt, maar mijn voorkeur ging al snel uit naar de klinische en medische kant van voeding. Hierdoor ben ik tijdens mijn studie ook een basisopleiding medicijnen gaan volgen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waardoor ik makkelijker klinisch onderzoek kon doen en niet steeds de toestemming van een dokter nodig had.

Ik ben in Nijmegen gepromoveerd op een onderzoek naar lichamelijke activiteit en prestatie bij schoolkinderen. Dat sloot aan bij mijn parttime werk aan de Radboud Universiteit, waarin ik me richtte op Gezondheidsvoorlichting en Opvoeding bij basisschoolleerlingen.

In 1982 ben ik als onderzoeker overgestapt naar de Universiteit Maastricht waar ik in 1986 hoogleraar Humane Voeding ben geworden. Behalve het doen van onderzoek, gaf ik les en was ik betrokken bij het universitair management. Ik heb vrij snel na mijn aanstelling het universitaire onderzoeksinstituut NUTRIM mee opgericht, waarin de brug werd geslagen tussen de faculteiten geneeskunde en gezondheidswetenschappen. Tussen 2005 en 2009 ben ik nog programmadirecteur geweest van het TIFN, het topinstituut voor food en nutrition.

Wat houdt uw huidige werk in?
‘In 2005 ben ik parttime gaan werken voor DSM, als corporate scientist Human Nutrition. Ik was toen 55 en benieuwd naar hoe het eraan toe ging in de industrie. Bij de universiteit ben ik in juni afgezwaaid, bij DSM zal ik nog tot 1 oktober als corporate scientist in dienst zijn.

Ik zie dat twee zaken tussen industrie en universiteit verschillend zijn. In het bedrijfsleven worden eenmaal genomen besluiten vrijwel binnen een half jaar uitgevoerd en na een jaar heb je het er niet meer over, terwijl er op de universiteit nog jaren daarna over wordt gesproken zonder tot besluitvorming te komen. Ook biedt het human resource beleid in het bedrijfsleven meer mogelijkheden voor de medewerkers.

Ik heb in de loop der jaren 60 promovendi begeleid en was betrokken bij grote Europese multicenter onderzoeksprojecten op het gebied van voeding. Daar zijn verschillende databases uit voortgekomen, bijvoorbeeld uit het Diogenesproject. De data van 800 mensen die zijn afgevallen worden nu gekoppeld aan genetische databanken waardoor vervolgonderzoek kan plaatsvinden. Ik zal die onderzoeken niet doen, maar ben nog wel betrokken.’

Wat zou u nog onderzocht willen zien?
‘Een van de grootste vraagtekens voor mij betreft de energie-efficiëntie van mensen en dieren. Hoe komt het dat de ene mens zeer efficiënt zijn energie gebruikt en de andere niet? Hoe komt het dat de voederconversie bij het ene varken vele malen hoger is dan bij het andere? Van de mens weten we dat door de genetische bepaling er verschillen zijn die tussen individuen drie keer zo groot kunnen zijn. We weten er wel iets van, maar veel te weinig.’

Naam: Wim Saris
Geboortedatum: 17 augustus 1949
Woonplaats: Meerssen
Functie: emeritus hoogleraar Humane Voeding Universiteit Maastricht, corporate scientist Human Nutrition DSM (tot 1 oktober)
Lid en medeoprichter Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 9 van september 2014 op bladzijde 8

Reageer op dit artikel