artikel

Nieuwe directeur Voedingscentrum Gerda Feunekes: ‘Een van de mooiste banen in de voedingswereld die er is’ *

Algemeen

Nieuwe directeur Voedingscentrum Gerda Feunekes: ‘Een van de mooiste banen in de voedingswereld die er is’ *

Deze zomer trad Gerda Feunekes (49) aan als nieuwe directeur van het Voedingscentrum. Ze zegde haar andere ‘ook heel leuke en interessante baan’ bij Unilever er voor op. Opgroeien deed ze in Groningen, met passie voor voedsel en eten; vervolgens ging ze naar Wageningen Universiteit waar ze Voeding studeerde. Onder het toeziend oog van toponderzoekers Martijn Katan en Ronald Mensink verdiepte Feunekes zich daar in vetmetabolisme. En later promoveerde ze er op voedingsgedrag en voedselkeuze, waar ze zich bij Unilever verder in doorontwikkelde. Vanuit haar brede voedingsspectrum wil ze ‘binnen twee jaar nieuwe concrete doelen hebben verwezenlijkt’.

Van Unilever naar het Voedingscentrum, vanwaar deze stap?
‘Dat was eigenlijk heel gemakkelijk. Toen ik de advertentie voor het Voedingscentrum zag, hoefde ik niet lang na te denken. Ik had bij Unilever een leuke baan, maar dit vond ik wel héél interessant, want voor mij is het een van de mooiste banen die er is op voedingsgebied. Het gaat erom de brede voedingskennis die er is om te zetten in effectieve communicatie. Alles op voedingsgebied, van voedselproductie en consumentengedrag tot overheidsbeleid, komt hierin samen; en dat sloot perfect aan op mijn expertise en op mijn passie om effectief te willen zijn.

In mijn rol als Global Nutrition director bij Unilever was ik strategisch onder andere verantwoordelijk voor alle hartige producten wereldwijd, van sojasaus in China tot een bouillonblokje in Afrika. Een belangrijk onderdeel van mijn werk gebeurde in samenwerking met IUNS, de internationale organisatie op het gebied van voedingswetenschap. Ik hield me onder meer bezig met voedselverrijking en vooral zoutreductie. Hierin was ik al bezig in de driehoek van productverbetering, consumentengedrag en het overheidsbeleid.

Ik zie mijn nieuwe baan als mooi en invloedrijk, waarin ik veel kan bereiken. Het Voedingscentrum staat als een huis, maar het kan nog beter.’

Wat wil je bereiken in de komende jaren?
‘Er zijn voor de komende jaren een paar speerpunten. Ik wil dat de wetenschappelijke consensus op het gebied van voeding en duurzaamheid beter wordt uitgedragen en wordt ‘geactiveerd’. Als Voedingscentrum verkondigen wij eigenlijk de gedeelde mening van de wetenschap. Een consensus die we niet als Voedingscentrum maken, maar die er is onder wetenschappers. Ik denk dat het belangrijk is om meer zichtbaar te maken hoe deze consensus tot stand komt, wat en wie erachter zitten. Voor de consument is consensus nu een abstract ding. Een manier om dat concreter te maken, kan door bijvoorbeeld meer openbare debatten te organiseren. Daarbij zou wat mij betreft de nadruk veel meer moeten liggen op waar we het over eens zijn. Wat je nu vaak in de media ziet, zijn de zaken waar experts het niet over eens zijn, maar in feite zijn ze het over veel belangrijke dingen toch wel eens. Deze zaken wil ik groter maken en meer voor het voetlicht brengen, activeren en laten zien wie erachter zitten; welke voedings- en duurzaamheidshoogleraren. Wat zijn hun meningen en hoe stevig zijn die? Door dit te doen, kun je mensen met een extreme mening, die nu nog regelmatig een breed podium krijgen en gezien worden als gelijkwaardig, wat beter plaatsen. Het worden dan outliers die iets héél anders vinden dan de meeste wetenschappers. Ik zie dat als een uitdagende rol voor het Voedingscentrum.’

Een tweede aandachtsgebied is het beter bereiken van consumenten die het het hardst nodig hebben. We bereiken nu al veel mensen via al onze media – we hebben miljoenen bezoekers per jaar, en tal van tools en gadgets – maar we weten ook dat er een kloof in gezondheid is tussen hoger en lager opgeleiden. Ook overgewicht komt meer voor bij mensen met een lage opleiding. We zijn als Voedingscentrum al op de goede weg, maar het is mijn zorg dat we de kwetsbaarste groepen beter bereiken, opdat we de grootste invloed op de totale volksgezondheid kunnen bereiken.’

Het overbrengen van voedingskennis is één ding, maar daarmee is (slecht) voedingsgedrag nog niet veranderd.
‘Ik zal mijn mensen uitdagen om de meest kwetsbare groepen te bereiken. Kennen we deze goed genoeg? Wat motiveert ze? En daarbij steek ik in op samenwerking met organisaties die ook deze groepen benaderen, zoals de Hartstichting en het Nederlands Instituut voor Sport en Beweging. We staan er niet alleen voor, we zitten al in allerlei samenwerkingsverbanden. Zo geven we als onderdeel van het Convenant Gezond Gewicht invulling aan het project Gezonde School, waarin we de gezonde keuze in de schoolkantines zo concreet mogelijk maken, betrokkenen krijgen echte tools in handen.

Kennisverspreiding is een belangrijk deel van ons werk, maar ik realiseer me dat het slechts één determinant is van gedragsverandering. Het is daarom voor het Voedingscentrum essentieel iets te doen of aan te bieden dat aansluit bij verschillende fasen van gedragsverandering waarin mensen kunnen zitten. We hoeven deze fasen niet allemaal zelfstandig aan te sturen, ook dat doen we samen met anderen. Onze focus ligt van oudsher wel op de beginfase, de fase van bewustwording. Het duiden van de consensus, helderheid scheppen in de wirwar van informatie die de consument over zich heen krijgt. Daarbij hebben we een leerstoel mogelijk gemaakt voor gedragsonderzoeker Rob Holland die probeert te achterhalen hoe de meer onbewuste keuze van mensen in elkaar steekt. Met de inzichten die zijn groep bereikt, hopen we natuurlijk ook doeltreffender hulpmiddelen te ontwikkelen.’

Unilever is een bedrijf dat wereldwijd klanten heeft en ze dagelijks overhaalt merkproducten te kopen. Kun je bij het bereiken van de consument ook gebruik maken van technieken die je bij Unilever hebt geleerd?
‘Ik heb bij Unilever veel geleerd. Een van de redenen om daar te gaan werken was omdat ik dacht, dat ik, door de grootte van het bedrijf, veel invloed zou kunnen uitoefenen op het eten van mensen. Na mijn masteropleiding, waarin ik me vooral verdiepte in de biochemie van vetten, heb ik een keuze gemaakt die verder ging in de richting van voedingsgedrag. Naast fysiologie vond ik dat een interessant aspect van mijn voedingsopleiding. Ik promoveerde op een onderwerp dat was gericht op de vetconsumptie en de gedragingen die daaraan ten grondslag liggen. Ik wilde eigenlijk begrijpen waarom mensen bepaalde voedingsmiddelen consumeren en welke patronen ze hebben. Mijn eerste baan bij Unilever als Consumer Scientist sloot daar goed bij aan. Ik kwam terecht in een groep van voedings- en gedragswetenschappers en deed onderzoek naar consumentenvoorkeuren, deed sensorisch onderzoek en leerde bijvoorbeeld begrijpen hoe merken werken.

Een belangrijk inzicht dat ik daar kreeg, dat overigens niet nieuw is, is dat gezondheid belangrijk is voor mensen, maar dat er daarnaast tal van andere zaken zijn die ook belangrijk zijn en die op het moment dat iemand iets gaat kopen of eten zwaarder kunnen wegen, zoals prijs, smaak of culturele zaken. Gezondheid is belangrijk, maar niet altijd de belangrijkste keuzefactor. Meestal wel als mensen iets hebben, een aandoening of ziekte, maar ook dan niet altijd. Dus als je mensen wilt motiveren de gezondste en meest duurzame keuze te maken, dan moet je zorgen dat je begrijpt wat de achterliggende drijfveren van mensen zijn. Wat drijft ze nu? Hoe steekt een leven in elkaar? Niet alleen focussen op voeding en gezondheid.

Het is belangrijk uit te vinden hoe concrete voorkeuren voor eten of voedselkeuze gebonden zijn aan hogere doelen in het leven van iemand. Uiteindelijk kun je dan bepalen hoe een keuze bijdraagt aan die doelen en onderliggende waarden. Een keuze kan bijvoorbeeld te maken hebben met status of met een rol als goede moeder. Vaak zijn mensen zich niet van dit soort relaties bewust. Ik heb daar veel mee gedaan bij Unilever. Als je dit soort processen begrijpt, kun je ook met je voedingsvoorlichting beter aansluiten bij de motivatie van mensen.’

Wat zou je nog onderzocht willen zien?
Ik wil benadrukken dat onze basiskennis over wat nu gezond eten is toch wel redelijk goed vaststaat. We weten wat gezond eten is en wat de belangrijkste problemen zijn, zoals diabetes, obesitas, enz. Maar op het terrein van voedingsgedrag verwacht ik nog wel meer onderzoek. De voedingswetenschap is relatief jong en het onderdeel gedrag daarin is een complex gebied, dat steeds beter in kaart wordt gebracht, maar er zijn nog leemtes. Ik zou het bijvoorbeeld interessant vinden als er een methode komt waarmee je kunt aantonen wat gezonde voeding met de gezondheid van iemand doet. En dan niet in de sfeer van “ik heb een te hoog cholesterol- of suikergehalte en nu moet ik mijn patroon veranderen”, nee, dat je als individu daadwerkelijk voelt of ervaart, wat een gezonde voeding voor positief effect op je heeft. Een effect dat niet op lange termijn pas merkbaar is, door het uitblijven van ziekte of door meer vitaliteit op latere leeftijd, maar een effect dat je bijvoorbeeld na een paar weken al kunt merken. Daarnaast zou er meer onderzoek naar de effectiviteit van interventies mogen komen, bijvoorbeeld op het gebied van het voorkomen van overgewicht. Er gebeurt van alles op dit terrein, maar wat werkt wel of niet?’

Soms klinkt in de (sociale) media door dat het Voedingscentrum gesponsord wordt door de industrie. Het zal je niet verbazen als de mensen die dit denken ook naar je achtergrond bij Unilever zullen wijzen. Hoe denk jij hierover?
‘Het Voedingscentrum wordt niet betaald door het bedrijfsleven. Ik weet niet waar mensen dat vandaan halen. De Raad van Toezicht heeft alle kandidaten voor de functie van directeur goed tegen het licht gehouden. De voorkeur ging daarbij uit naar een kandidaat met een voedingsinhoudelijke achtergrond, dat ben ik geworden. Ik heb in mijn carrière altijd wel een oogje opengehouden voor een baan in de non-profitsector. We hebben een jong en dynamisch team. Ik heb er zin in onze rol te gaan waarmaken.’

Staan er nog grote veranderingen op stapel?
‘Een belangrijke verandering in de komende jaren zal de aanpassing van de Schijf van Vijf zijn, deze gaat op de schop. Zoals bekend, komen er volgend jaar nieuwe Richtlijnen Goede Voeding, waarin het accent meer komt te liggen op voedingspatronen. We zullen daar met onze Schijf op aan gaan sluiten. Inhoudelijk is nog niet bekend wat de richtlijnen precies in gaan houden, maar we kijken vanuit onze expertise natuurlijk al wel naar wat een en ander kan betekenen voor onze uitingen. Dat doen we niet alleen met voedingskundigen, maar bijvoorbeeld ook met communicatie-experts. In ieder geval zal met de moderne media de Schijf van Vijf persoonlijker gemaakt kunnen worden, waarin mensen zich beter kunnen herkennen. Aan de basis blijft een Schijf van Vijf met een eenvoudig en makkelijk te begrijpen boodschap staan.

Daarbij zullen we het Voedingscentrum ook een concreter gezicht gaan geven. We voeren een “gezichtenbeleid” zodat je als consument kunt zien wie de mensen achter het Voedingscentrum zijn, zo zullen onze experts vaker in de openbaarheid komen.’

Naam: Feunekes, Gerda
Voornamen: Gerharda, Ineke, Jantina
Geboren: 24-06-1965 te Leek

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 9 van september 2014 op bladzijde 10

Reageer op dit artikel