artikel

De passie van… Stephan Peters *

Algemeen

De passie van… Stephan Peters *

‘Na mijn opleiding Medische Biotechnolo- gie aan de Hogeschool West-Brabant ben ik bij TNO-Voeding gaan werken als analytisch chemicus. Na drie jaar ben ik overgestapt naar TNO-Pharma. Hier is mijn interesse voor voeding gegroeid.

Hoe bent u in de voedingssector terechtgekomen?
‘Na mijn opleiding Medische Biotechnologie aan de Hogeschool West-Brabant ben ik bij TNO-Voeding gaan werken als analytisch chemicus. Na drie jaar ben ik overgestapt naar TNO-Pharma. Hier is mijn interesse voor voeding gegroeid. Ik onderzocht bij TNO-Pharma de interacties tussen voedingscomponenten en biochemische processen. Ik heb toen besloten aan de Open Universiteit Voeding en Toxicologie te gaan studeren. Na mijn afstuderen heb ik zes jaar gewerkt bij Numico Research. Hier deed ik onderzoek naar voedingssupplementen en heb ik meegewerkt aan de ontwikkeling van klinische voeding. Tegelijkertijd heb ik het eiwitmetabolisme bij onvrijwillig gewichtsverlies onderzocht aan de Universiteit Utrecht. Op dit onderwerp ben ik in 2009 gepromoveerd. Na deze periode van verdieping in één specifiek onderwerp, wilde ik me weer breder bezighouden met voeding. Met de overstap naar het Voedingscentrum werd dat mogelijk.’

Wat houdt uw huidige werk in?
Sinds 2007 werk ik bij het Voedingscentrum. Hier houden we ons bezig met drie gebieden: gezondheid, voedselveiligheid en duurzaamheid. Gedragsaspecten met betrekking tot voedselkeuzes zijn binnen alle drie de gebieden van belang. Ik richt me vooral op de vertaling van voedingswetenschap naar consumentvriendelijke informatie. Onlangs heb ik meegewerkt aan de bewustwordingscampagne ‘Verleid me niet’ (#verleidmeniet). Met deze campagne willen we de consument bewustmaken hoe vaak ze onderweg worden verleid tot het kopen van snacks en snoep. Consumenten worden meer beïnvloed door de omgeving en het voedselaanbod dan ze zelf vaak denken. Zo zullen consumenten wanneer je ze vraagt of de snack die ze net bij de kassa hebben gekocht een bewuste voedingskeuze was, dit hoogstwaarschijnlijk bevestigen. Maar als je het aanbod zou veranderen waardoor consumenten met een appel naar buiten lopen, zullen zij ook denken dat het een bewuste keuze was. Dit is een gebied dat me fascineert.’

Wat zou u nog onderzocht willen zien?
‘Ik zou willen dat voedings-, gedrags- en communicatiewetenschappers hun kennis meer gaan bundelen. Niemand wil ongezond eten, maar door omstandigheden doen we dat vaak toch. Met het geven van alleen informatie veranderen we de voedingsgewoontes van consumenten niet. Door het integreren van voedings- en gedragswetenschappen kunnen we bruikbare tools voor consumenten maken om ze te helpen met gezondere keuzes en ze leren omgaan met de obesogene omgeving. Nudging is een goed voorbeeld hiervan; het verleiden tot een gezonde keuze door bijvoorbeeld de kantine anders in te richten. De afgelopen zeven jaar heeft het Voedingscentrum zich enorm ontwikkeld in het combineren van de kennis uit de voedings- en gedragswetenschap. Als het om consumentencommunicatie gaat, zijn we in Europa voorloper op dit gebied. Maar we zijn er nog niet. We willen weten hoe we mensen met een lage SES (sociaaleconomische status) het beste kunnen bereiken. Ik pleit voor leerstoelen aan alle voedingsopleidingen binnen Nederland. Deze leerstoelen zouden zich moeten bezighouden met de integratie van voedings-, gedrags- en communicatiewetenschappen. In het Engels zou je die leerstoel noemen: Nutri-Behavioural Sciences.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2014 op bladzijde 11

Reageer op dit artikel