artikel

Deugdzaam eten *

Algemeen

Deugdzaam eten *

Eet niet achteloos, maar met aandacht. Dit is de kern van de boodschap die te lezen is in Deugden van de tafel van de Britse filosoof-schrijver Julian Baggini. En blijf je daarbij realiseren dat het de voeding is waar het uiteindelijk om gaat. Verwar de essen- tie van eten niet met de culinaire modegril, de dieethype, het po- pulaire restaurant, de fancy keukengadgets of de glanzende kook- bladen. De keerzijde van ‘foodisme’ kan zijn dat de glitter en glamour rond eten belangrijker wordt dan het eten zelf. Eten krijgt dan gemakkelijk een onderschikte plek, die weinig verschilt van de tegengestelde zienswijze waarin eten een noodzakelijke brandstof is.

Deugdencatalogus
Zowel het foodisme als het functionele eten behoeven fundament. Baggini wenst die te leggen met een filosofie van voedsel die gaat over waarom eten belangrijk is en wat onze relatie ermee moet zijn. Hij formuleert die filosofie van het eten – die wat hem betreft gelijkstaat aan een filosofie van het goede leven – aan de hand van deugden, oftewel: waarden en opvattingen. Bestaande eetgewoonten, karakteristieken van voedselproductiepraktijken of eetculturele vaardigheden worden door Baggini aan zulke deugden als compassie, rentmeesterschap of deemoed gekoppeld. De verbinding tussen Baggini’s deugdencatalogus en voedingsgerelateerde issues is tamelijk losjes en enigszins gekunsteld. Hetzelfde geldt voor de cursiefjes over bepaalde etenswaren aan het eind van elk hoofdstuk.

Minder losjes is Baggini in de mate waarin hij eten ernstig neemt. Voor hem staan eten, wie we zijn en hoe te leven in relatie tot anderen, in nauw verband tot elkaar. ‘Serieus nadenken over voedsel vereist dat we onze gedachten ook laten gaan over onze relatie met de natuur, met onze mededieren en met elkaar, en eveneens over de eenheid van lichaam en geest.’ Dat eten ons ten diepste verbindt met natuur en milieu, met medemens en dier, is geen uitgangspunt waarin Baggini uniek is. Het is eveneens een basisingrediënt in het werk van bijvoorbeeld Louise Fresco of Carlo Petrini. Deugdzaam eten maakt ons aards.

Zoete koek
“Durf te weten”, is de eerste deugd die wordt opgevoerd. De toon wordt ermee gezet. Probeer je te verdiepen in wat je eet, wees niet al te kritiekloos en verlaat je niet alleen op gemakzuchtige vuistregels, je gezonde verstand – “vaak niet meer dan ingeburgerde onwetendheid” – of op merken en logo’s, laat Baggini weten. Als eten ons allemaal worst is dat we voor zoete koek slikken, voedt dat de ondeugden.

Eten verbouwen in eigen volkstuin is een manier om aandacht voor voedsel te ontwikkelen. Je zult snel leren dat voedsel produceren moeilijker is dan aanvankelijk gedacht, leuk kan zijn en vol van andere zegeningen (ontspannend, bevredigend, buitenlucht, enz.). Maar het zal mogelijke beelden van zelfvoorzienendheid snel doen verdampen. Een moestuin leert je juist hoe afhankelijk je bent van de natuurlijke omstandigheden en van wat anderen produceren. Eten uit eigen tuin, zoals ook Michael Pollan bepleit, voedt het besef van onderlinge afhankelijkheid van andere mensen en materialen eerder dan van onafhankelijkheid. Ironisch genoeg stel ik me voor dat deze ontdekking de gedachte versterkt dat Jumbo de plank misslaat in hun reclame waarin de moestuinier als een karikaturale knoeier wordt weggezet die zich beter kan laten ‘ontzorgen’ door het voorradige assortiment groenten in de supermarkt.

Ook van locavoren, voorstanders van lokaal eten, verwacht Baggini dat ze juist door deze voorkeur de kwetsbaarheid van het voedselsysteem leren zien en de rijkdom van andere eetculturen, in plaats van te denken dat eten van dichtbij altijd het meest duurzaam, efficiënt of medemenselijk is.

Dieren die in vlees veranderen
Baggini’s boek bevat meer van dergelijke omdraaiingen die de bedoeling hebben het dogma te vermijden. Dogma’s zijn naar binnen gekeerd en sluiten uit. Intolerantie en kortzichtigheid worden wat Baggini betreft zeker ook vermeden als het om biologisch of diervriendelijk eten gaat. Met betrekking tot biologisch is het pleidooi dat biologisch en gangbaar naar elkaar toegroeien en vergelijkbaar zijn op het punt van voedingswaarde. Verheerlijking van biologisch, kortom, vindt weinig genade bij Baggini’s, die hier de nuance verliest door wel mogelijke beperkingen van biologisch produceren voor het wereldvoedselvraagstuk aan te snijden, maar niet die van de intensieve landbouw.

Een opmerkelijke twist geeft Baggini ook aan het eten van vlees. Dat brengt hij nadrukkelijk met compassie als bijpassende deugd in contact. Vlees eten met compassie betekent dat het louter afkomstig is van dieren die een fatsoenlijk leven hebben geleid; dat leven heeft tot doel ze uiteindelijk tot vlees te veranderen. Vegetariërs, zo stelt hij, hebben in zekere zin minder respect voor dieren dan empathische carnivoren omdat vegetariërs dieren in de veehouderij niet nemen voor wat ze zijn, maar voor wat ze naar hun idee zouden moeten zijn.

Baggini acht vegetarisme inconsistent in zijn opvattingen, maar heeft er compassie mee. Dit mededogen verdwijnt bij het gedachteloze (vlees)eten, waarin de waarde van eten alleen wordt bepaald door keuzemogelijkheden, kwantiteit en goedkoop: ‘Onderaan de morele ladder staan degenen die zich totaal niet druk maken over dierenwelzijn en alles eten waarop ze de hand kunnen leggen. Ze zijn consistent in hun onverschilligheid, maar verdienen geen lof daarvoor.’

Overzichtswerk
Baggini’s boek is niet opmerkelijk in de thema’s en vraagstukken die de revue passeren. Alle bekende onderwerpen binnen het voedseldomein komen in meer of mindere mate aan de orde: duurzaamheid, milieu, dierenwelzijn, technologie, traditie, overgewicht, afvallen, voedselverspilling, streek- en seizoensgebonden eten, supermarktketens en korte ketens. In dit opzicht is Deugden van de tafel een toegankelijk overzichtswerk te noemen, dat vooral herkenning oproept.

Verrassender zijn sommige uitkomsten die een aantal van zijn ethische redeneringen bereikt. Hiermee levert Baggini een grotere bijdrage aan bestaande discussies. Baggini grossiert in ‘dwarse draaien’ als resultaat van diens argumentaties: traditie is geen deugd op zichzelf, maar blijft levend en interessant door vernieuwing; recepten beroven ons van de controle over onze kookkunsten en zijn daarmee fnuikend voor ons zelfvertrouwen en eigenheid in de keuken; wie af wil vallen moet vooral geen dieet volgen dat afwijkt van de eetgewoonten; we kunnen alleen zoveel eten weggooien doordat de moderne landbouw ons voorziet van een overvloed aan goedkoop eten; het gelijkstellen van schaalgrootte, hightech en/of grootbedrijf aan moreel verwerpelijk, is gedachtegoed dat moreel uit evenwicht is.

Houdini
De lezer van Deugden van de tafel leert Baggini kennen als een sceptisch rationalist (de tegenhanger van een onwankelbare romanticus), met kennisgedreven argwaan als leidraad voor het goede eten en leven. Deugdzaam eten behoeft weten; verfijnde smaak vereist kennis van zaken.

Hoe meer je leert over voedsel, hoe ingewikkelder en genuanceerder het wordt. Wie daaruit concludeert dat we in deze complexiteit verstrikt zullen raken en deze ons zal verstikken, rekent buiten Baggini. Als Houdini ontworstelt Baggini zich aan deze logica door de lezer het tegenovergestelde doel voor te houden. Deugdelijk eten benauwd niet, maar bevrijdt omdat het leidt tot grotere objectiviteit, overtuiging en waardering voor de kwaliteiten van wat je in je mond stopt. Het leven wordt hierdoor verrijkt. Met dit doel voor ogen is er in ieder geval geen weldenkende reden, meent Baggini, om op de complexe wereld van eten, met al zijn twisten, twijfels en tegenstrijdigheden, te reageren met ongeïnteresseerd schouderophalen of met het weglopen voor moeilijke keuzes. Dit lijkt me een even deugdelijke eetfilosofie als levensles.

Julian Baggini, Deugden van de tafel: een filosofie van het eten. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2014. ISBN 978 90 468 1714 8, 352p., €24,95.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2014 op bladzijde 24

Reageer op dit artikel