artikel

Jaarprijs Goede Voeding 2014 – Naar een gezond 2020 *

Algemeen

Jaarprijs Goede Voeding 2014 – Naar een gezond 2020 *

Het stapsgewijs gezonder maken van voedingsmiddelen kan ervoor zorgen dat de ambitieuze doelstellingen voor 2020 in het begin dit jaar afgesloten Akkoord Verbetering Productsamenstel- ling gehaald gaan worden. Gezondheidswinst en het langzaam wennen aan een andere smaak gaan zo hand in hand, menen de deelnemende partijen FNLI, CBL, KHN, Veneca en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

‘In de eerste plaats dragen consumenten zelf verantwoordelijkheid voor hun gezondheid. Voor de supermarkten is echter ook wel degelijk een rol weggelegd en moet er natuurlijk gezonde voeding in de schappen liggen’, vertelde Henrieke Crielaard van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) tijdens het symposium ‘Naar een Gezonde Voeding’ eind november in Bunnik.

Alle leden van het CBL hebben zich aangesloten bij het gezonde keuze-logo, het Vinkje. Volgend jaar start een campagne om het logo opnieuw onder de aandacht te brengen. Maar omdat supermarkten niet alleen de gezondheid kunnen bevorderen, hebben ze samen met ketenpartners in januari het Akkoord Verbetering Productsamenstelling ondertekend. Het doel: de samenstelling van producten stap voor stap verbeteren. Voor 2020 staan in het akkoord ambitieuze doelen:
– Het zoutgehalte in het productaanbod verminderen, zodat bij consumptie volgens de richtlijn Goede Voeding consumenten nog maar maximaal 6 gram zout per dag consumeren.
– Het gehalte verzadigd vet verminderen opdat consumenten maximaal 10 energieprocent uit verzadigd vet halen.
– Het makkelijker maken minder energie te nuttigen.

Zoutnorm voor soep
Consumenten minder energie laten nuttigen willen de supermarkten realiseren door het eten van groente en fruit te promoten, het eten van kleinere porties aan te moedigen en minder aandacht te besteden aan levensmiddelen die veel energie bevatten. Maar een van de belangrijkste aandachtspunten binnen het Akkoord is zoutverlaging. Fabrikanten en supermarkten richten zich daarbij in eerste instantie op producten waar al relatief veel zout in zit. Als eerste komt er in januari 2015 een zoutnorm voor soep. ‘We hebben met alle soepfabrikanten bij elkaar gezeten en alle specificaties doorgenomen: welke zijn al relatief laag, welke te hoog’, vertelde Crielaard. Aan de zoutgehaltes is wat geschaafd; er is niet gelijk drastisch gesneden. ‘Het is de bedoeling dat alle fabrikanten iets zakken. Anders koopt de consument de producten niet meer.’

Voedingsbedrijven en retailers bepalen de normen samen, een wetenschappelijke commissie ingesteld door het ministerie van VWS ondersteunt daarbij. Supermarkten nemen de zoutnorm op in hun inkoopspecificaties en fabrikanten in hun productspecificaties. Het is de bedoeling de twee zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Crielaard benadrukte dat A-merken niet van het schap kunnen worden geweerd als ze niet ver genoeg gaan met hun zoutreductie. ‘We kunnen fabrikanten nergens toe dwingen en bepalen in onze inkoopspecificaties ook niet de productsamenstelling.’ Hoe de zoutnorm eruit gaat zien in januari, kon Crielaard nog niet zeggen omdat momenteel de laatste puntjes op de i worden gezet. Volgend jaar volgen er in het kader van het Akkoord normen voor sauzen, zuivel en frisdranken.

Cup-a-Soup / alternatief: Zoutvermindering moet sectorbreed
Met zijn Sustainable Living Plan streeft Unilever ambitieuze duurzaamheidsdoelen na, ook op het gebied van gezonde productontwikkeling. ‘Als je bij een multinational werkt, dan zijn kleine veranderingen al snel groot: ze hebben veel impact’, vertelde hoofd Voeding & Gezondheid Unilever Benelux, Rianne Leenen. Een speerpunt is zoutreductie. In 2020 streeft de multinational ernaar dat 75% van zijn voedingsmiddelen voldoet aan het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat consumenten in hun dagelijkse voeding niet meer dan 5 gram zout binnenkrijgen. De smaak dient dan behouden te blijven.

Dat dit niet altijd lukt, blijkt uit de introductie in 2012 van een Cup-a-Soup met 18% minder zout dan de eerdere versie. ‘We hadden dit bewust niet gecommuniceerd, anders denkt de consument dat dit niet lekker is.’ Al snel stroomden echter de klachten binnen. Zijn dit er normaal zo’n vier per week, nu waren dat er zo’n tweeduizend per maand, herinnerde Leenen zich. Zoutvermindering werkt alleen in kleine stappen en als het sectorbreed gebeurt, was de les die Unilever trok. Leenen realiseert zich dat er een ‘doorbraakinnovatie’ nodig is om de zoutdoelstelling van de multinational te halen.

Smaakbeleving
Bij zoutreductie en productherformulering in het algemeen, draait alles om behoud van smaak. Daarom is goed consumentenonderzoek zeer belangrijk, vertelde Stefanie Kremer van Wageningen Universiteit. Als producten hoog genoeg scoren bij zo’n test, dan komt het product in de schappen. Belangrijk om te weten is op wat voor soort onderzoek het cijfer is gebaseerd. Nemen consumenten één hapje of slok (Central location test, CLT) of proeven ze juist meerdere keren (Rapidly repeated exposure test, RRET)? Dan is er ook nog de Home use-test (HUT), waarbij respondenten een tas producten mee naar huis krijgen om te proeven. Het maakt verschil in de smaakbeleving of een respondent één hapje van het product neemt op een testlocatie of het in alle rust thuis opeet. In sommige gevallen loont het dus de moeite voedingsmiddelen uitgebreid te testen, aldus Kremer. Het verhoogt immers de voorspellende waarde. ‘Natuurlijk zitten hier bepaalde limieten aan. De basissmaak van een product moet gewoon goed zijn. En zout blijft een enorme smaakversterker.’

Gezondheid meten
Nog handiger is het als consumenten hun gezondheid kunnen meten, zodat fabrikanten hier met hun producten optimaal op kunnen inspelen. Een lastige opgave, omdat gezondheid zo veelomvattend is, legde Nard Clabbers van TNO uit. De huidige definities van bijvoorbeeld WHO en EFSA vindt hij te nauw. Hij heeft het liever over het vermogen je aan te passen aan de uitdagingen van het leven: ‘veerkracht’ en ‘stabiliteit’. Om te kijken in hoeverre het lichaam hiertoe in staat is, ontwikkelde TNO de gestandaardiseerde ‘PhenFlex Challenge’. Testdeelnemers krijgen een zogenaamde ‘challenge-cocktail’ van glucose (75 gram), palmvet (60 gram), eiwit (20 gram), een snufje aroma en water. Met behulp van reactieprofielen meet TNO vervolgens 160 parameters. Hoe beter je lichaam met ‘de challenge’ omgaat, hoe beter de metabole flexibiliteit, gaf Clabbers aan. Gezonde mensen doen er korter over om de test te verwerken dan ongezonde mensen. Een mogelijke vervolgstap is om niet zo voor de hand liggende factoren als gedrag, spiritualiteit en luchtvervuiling mee te nemen in het bepalen van gezondheid. In de toekomst wordt het volgens TNO mogelijk met een doe-het-zelfgezondheidskit de eigen gezondheid te meten.

Yam Glutenvrij wint Jaarprijs Goede Voeding 2014
De vakjury van de Jaarprijs Goede Voeding wees Yam glutenvrij licht meerzaden- en donkerbrood van Bake Five aan als winnaar van de Jaarprijs Goede Voeding 2014, die op 20 november werd uitgereikt in de Landgoederij in Bunnik. Ook kreeg het brood de meeste stemmen van de publieksjury. Van de 22.000 uitgebrachte stemmen ontving Yam er 7995. De jury vond het een pluspunt dat dit brood vers gebakken is en ook nog smakelijk. Verder viel de grote zoutreductie ten opzichte van regulier brood op.

‘Het brood heeft een vaste, niet-cakeachtige structuur met gezonde ingrediënten, vezelbevattende granen, zonder gluten. De prijs is relatief hoog, maar daar staat tegenover dat een gemiddeld sneetje Yam wat zwaarder en vaster is dan een doorsnee boterham’, oordeelde de jury.

‘Dit is heel mooi. Aan de basis stonden jonge mensen van onder de dertig. Het product richt zich op mensen die een gezonde leefstijl aanhangen en houden van afwisseling. Ook coeliakiepatiënten kunnen dit brood eten’, reageerde directeur Karel Wiltink van Bakkerij Wiltink die Yam produceert.

Tosti Bruinbrood van Topking (6422 stemmen) en Hollands Goud Koolzaadolie (5858 stemmen) waren de andere twee genomineerden voor de prijs. De tosti is ontwikkeld samen met grondstofleveranciers en grossiers en wordt nu uitgerold op de markt. Topking benadrukte dat het product sportkantines gezonder kan maken.

Deze tosti van bruin meergranenbrood en 30-pluskaas kan de convenience-tosti met 48-pluskaas en wit brood gaan vervangen, aldus de vakjury. De tosti van Topking bevat meer vezel, minder zout en verzadigd vet en minder energie, constateerden de juryleden. Ze gaven aan zich al te verheugen op de volkoren tosti.
De Hollands Goud Koolzaadolie van Colzaco is een initiatief van een aantal boeren uit het oosten van Nederland. ‘We voegen zelf waarde toe aan het koolzaad door het te verwerken. Het loopt gesmeerd’, lachten de initiatiefnemers. De olie bevat weinig verzadigd vet en relatief veel alfalinoleenzuur (ALA), signaleerde de jury. Toch genereert ALA bij omzetting maar 5-15% van het voor de mens bruikbare DHA. De beschikbaarheid uit dierlijke bron is groter, plaatste de jury een kritische kanttekening. Maar vergeleken met olijfolie dat 0,5% ALA bevat per 100 gram, kan de koolzaadolie met 8% per 100 gram toch worden gezien als gezonde aanvulling in een voedingspatroon. Ook smaak en prijsstelling overtuigden de juryleden.

De zakjes noten en vruchten van Nutty Frutty van Justnuts en de allergeenvrije kruiden Simply Spices van Dutch Spices gaf de jury ieder een aanmoedigingsprijs.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2014 op bladzijde 12

Reageer op dit artikel