artikel

Het laatste woord… Werken aan brug tussen wetenschap en beleid *

Algemeen

Het laatste woord… Werken aan brug tussen wetenschap en beleid *

Als je denkt dat het voedingsbeleid te weinig rekening houdt met wat de wetenschap aan bouwstenen oplevert, dan moet je er wat aan doen.

Zo dacht ik erover. Na ruim 25 jaar als voedingswetenschapper bij Wageningen Universiteit gewerkt te hebben, ging ik naar het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het RIVM verricht beleidsondersteunend onderzoek voor onze nationale overheid  en voor internationale organisaties en overheden, dus daar moest ik zijn. Is het me gelukt, een brug te slaan? Ik denk het wel. Ik zal dit illustreren aan de hand van een onderwerp waar ik de afgelopen tien jaar bij het RIVM in allerlei vormen mee bezig ben geweest: het gezonder maken van producten door herformulering, dus door bijvoorbeeld minder zout, minder suiker of minder verzadigd vet.

Het begon met een servicecontract dat het RIVM had met de Europese Commissie voor ondersteuning op het gebied van voeding, waaronder herformulering. Tussen de vele stakeholders binnen het bijbehorende EU Platform for Action (overheden, levensmiddelenindustrieën, retailers, cateraars, ngo’s) vielen heel wat kloven te overbruggen. Daarna heb ik een parapluproject over herformulering mogen leiden waarin TNO, WUR en RIVM gezamenlijk onderzochten hoever je met herformulering technologisch kunt gaan, waarbij het herformuleerde product voor de consument prima acceptabel blijft, en waarbij voldoende gezondheidswinst gemaakt kan worden. De resultaten werden via workshops gecommuniceerd met producenten, retailers en cateraars. Ik heb binnen RIVM een WHO Collaborating Centre for Nutrition mogen opzetten, en vanuit die invalshoek heb ik de WHO kunnen adviseren met betrekking tot zijn European Action Plans for Food and Nutrition, onder andere met betrekking tot herformulering. De WHO heeft ons ook gevraagd voor de verschillende Europese landen door te rekenen wat de te behalen gezondheidswinst is van eventuele zoutreducties in die landen. Maar het gaat er natuurlijk om of daadwerkelijk voortgang gemaakt wordt met het gezonder maken van voedingsmiddelen. Op verzoek van de overheid houden we dat al enkele jaren bij. Onze voedselvoorziening is grensoverschrijdend, dus je wilt eigenlijk ook weten hoever andere landen zijn. Daar is nog weinig van bekend, maar misschien is het de moeite waard dat in kaart te brengen.

Ik heb geprobeerd aan de hand van het voorbeeld van herformulering te laten zien dat er vele mogelijkheden zijn om als voedingswetenschapper de wetenschap en het beleid dichter bij elkaar te brengen. Ik heb er in ieder geval een goed gevoel over.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 3/4 van maart/april 2015 op bladzijde 27

 

 

 

Reageer op dit artikel