artikel

‘Serieus app-gebruik nog maar kort leven beschoren’ *

Algemeen

‘Serieus app-gebruik nog maar kort leven beschoren’ *

Het gebruik van apps om de gezondheid te meten of de voedingsinname mee in kaart te brengen, is vooralsnog maar een kort leven beschoren. Dat bracht de Ierse professor voeding en gezondheid Mike Gibney naar voren tijdens het jubileumsymposium van Eufic (European Food Information Council).

Begin juni vierde deze organisatie haar twintigjarig bestaan. Eufic is een non-profitorganisatie, deels door het bedrijfsleven gefinancierd en deels door projectfinanciering van de Europese Commissie, met als missie voedingsinformatie te verspreiden om consumenten te helpen een gebalanceerde, veilige en gezonde keuze te laten maken.

Gibney schotelde de toehoorders  een blik in de toekomst voor waarin personalised nutrition volgens hem een grote vlucht zal nemen. Hierin staan persoonsgerichte voedingsadviezen of -interventies centraal. Maar hij liet ook zien dat er nog heel wat hobbels te nemen zijn voor personalised nutrition in de praktijk werkt. Enerzijds is er het probleem van de (wetenschappelijke) validatie. Het is vooralsnog lastig de algemeen vergaarde wetenschappelijke data, over genotype en dieet te vertalen naar verschillende fenotypes. Hij illustreerde dat aan de hand van een eigen onderzoek. ‘We hebben een link gelegd tussen een bepaald dieet waarin we keken naar de inname van n-6-vetzuren, de genen en het fenotype, maar dan nog zijn de uitkomsten observationeel en nauwelijks te vertalen naar individuen.’

Hoewel er steeds meer technische consumententoepassingen op de markt komen om de gezondheid te meten, toonde Gibney de resultaten van een onderzoek dat liet zien ‘dat het percentage dagelijkse gebruikers van apps, sinds het eerste gebruik, snel afneemt in de tijd. De nieuwigheid is er gauw af.’ Niettemin gaf hij verschillende voorbeelden van onderzoeken die mogelijk bijdragen aan een bestendige ontwikkeling van personalised nutrition. Zo worden mogelijkheden onderzocht om kleine samples gedroogd bloed of DNA (afgenomen met een wattenstaafje) te koppelen aan voedingsadvies. Ook zijn camera’s en bijbehorende software in ontwikkeling om met één druk op de knop de voedingsinname vast te leggen.

Consumentenonderzoek
In haar lezing haalde directeur van Eufic, Laura Fernández Celemin, de hoogtepunten van haar organisatie in de afgelopen twintig jaar aan. ‘Een van de belangrijkste dingen is dat we steeds meer betrokken zijn geraakt bij onderzoek naar consumentengedrag. Eerst hadden we vrijwel niets op dit gebied, maar nu spelen we vaak een coördinerende rol in pan-Europese onderzoeksprojecten en hebben we zelf een consumentenonderzoeker in dienst. Wat opvalt in de resultaten in het onderzoek naar consumentengedrag is dat er nog een groot verschil is in wat mensen zeggen te doen en wat ze werkelijk doen als het gaat om hun gedrag of voedingskeuze. Zo zijn we allemaal. De vraag is hoe we dit gat kunnen dichten en hoe we de consumentenmotivatie het best kunnen beïnvloeden.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 7/8 van juli/augustus 2015 op bladzijde 6

Reageer op dit artikel