artikel

De passie van… Mariëtte Jansen-Sloot *

Algemeen

De passie van… Mariëtte Jansen-Sloot *

‘Ik ben in Amsterdam als diëtist afgestudeerd. Na het afronden van de diëtetiekopleiding ben ik aan het werk gegaan. Voeding en gezondheid had daarvoor al mijn interesse, waardoor ik dus heel bewust de opleiding ben gaan volgen.

Hoe bent u in de voedingssector terechtgekomen?
‘Ik ben in Amsterdam als diëtist afgestudeerd. Na het afronden van de diëtetiekopleiding ben ik aan het werk gegaan. Voeding en gezondheid had daarvoor al mijn interesse, waardoor ik dus heel bewust de opleiding ben gaan volgen. Die interesse kwam denk ik doordat voeding één van de basisbehoeften van het leven is. Maar ook het werken in de zorg trok mij erg aan. Dat vond ik toen ook wel een belangrijk onderdeel,  het was dus vooral de combinatie van voeding, gezondheid en zorg.’

Wat houdt uw huidige werk in?
‘Ik ben diëtist in mijn eigen diëtistenpraktijk. Dit houdt in dat behalve het verlenen van dieet- en voedingszorg, ik mij ook dagelijks bezighoud met het stuk ondernemen wat daarbij komt kijken. Dan kan je denken aan aspecten als, hoe zet je jouw praktijk in de markt en hoe zorg je dat je voldoende cliënten binnenhaalt.  Daarnaast zit ik in het bestuur van de Diëtisten Coöperatie Nederland (DCN), waardoor ik mij ook met allerlei activiteiten bezighoud die  interessant zijn voor de diëtisten met een eigen praktijk. Mijn plaats in het bestuur is een nadrukkelijk aanwezig onderdeel van mijn dagelijks werk. Het is voor mij geen achtergrondbezigheid. Ik ben hier denk ik wel zo’n twee dagen per week mee bezig. Ik vind dit onderdeel een hele leuke toevoeging aan het werken in en voor mijn praktijk. Ik vind dat werk nog steeds ook erg leuk, maar op een gegeven moment heb je toch wel behoefte aan nieuwe input en inspiratie. Die doe ik mede op door middel van deel uitmaken van het bestuur DCN. Daarnaast werk ik mee aan verschillende onderzoeken zoals een nieuw project van de Hogeschool Arnhem Nijmegen
, ‘Dieetbehandeling bij CVRM, hoe maken we resultaten transparant’ en het SMARTsize-project van de VU die beide binnenkort van start gaan. Een onderzoek dat momenteel in de afrondingsfase zit, is de PDA-studie van TNO waar ik ook aan mee heb gewerkt.’

Wat zou u nog onderzocht willen zien?

‘Misschien is het niet echt iets wat onderzocht moet worden, maar meer ontwikkeld. Waar ik behoefte aan heb, is een goed instrument om de effectiviteit van het handelen van de diëtist te meten. Maar dan heb ik het niet zozeer over de harde eindpunten zoals gewichtsverlies of een daling van de cholesterolwaarden, maar over de kwaliteit van leven van de cliënt. Ik wil kunnen meten of het diëtistisch handelen ervoor zorgt dat iemand zich prettiger voelt. Ik denk alleen dat het best lastig is om de resultaten van alleen het diëtistisch handelen te meten, maar niet onmogelijk.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2015 op bladzijde 21

Reageer op dit artikel