artikel

Gezamenlijk uitdragen van de wetenschappelijke consensus *

Algemeen

Gezamenlijk uitdragen van de wetenschappelijke consensus *

In de media verschijnen dagelijks onderzoeken naar effecten van voeding op ons bestaan. De nieuwe onderzoeken lijken elkaar, door de bril van consumenten, vaak tegen te spreken. Of studies lijken niet te stroken met het advies van instituties in de publieke sector, zoals consultatiebureaus, GGD’s of het Voedingscentrum.

Steeds meer mensen zoeken gezondheidsinformatie op internet, waar wetenschappelijk wel en niet-onderbouwde verhalen lastig van elkaar te onderscheiden zijn. De kundigheid en intentie van de schrijver is bovendien niet altijd vast te stellen. Iedereen kan zichzelf ‘voedingscoach’ of ‘voedingsdeskundige’ noemen.
Er vindt vaak debat plaats over deze nieuwe studies, niet alleen tussen voedingswetenschappers onderling; ook geïnteresseerde consumenten praten over het onderzoek en wetenschappers discussiëren met consumenten via internet. Mij valt dan één ding op: de heersende wetenschappelijke consensus krijgt in de berichtgeving vaak niet de aandacht die het verdient.

Wetenschappelijke consensus over voeding
De voedingswetenschap is een jonge, levendige wetenschap waarin veel verandert en toch op hoofdlijnen veel hetzelfde blijft. De Gezondheidsraad komt in november van dit jaar met nieuwe Richtlijnen Goede Voeding. Dit onafhankelijke orgaan baseert haar adviezen op de wetenschappelijke consensus. Zij maakt op dit moment een grondige analyse van de wetenschappelijke bevindingen. Anders dan in voorgaande richtlijnen ligt de nadruk meer op voedingsmiddelen en -patronen.

Voor het Voedingscentrum dienen de Richtlijnen Goede Voeding als basis voor zijn voorlichting over voeding. Samen met Nederlandse experts worden de adviezen van de Gezondheidsraad door het Voedingscentrum vertaald naar de Schijf van Vijf, het voorlichtingsmodel voor een gezond, veilig en duurzamer eetpatroon.

Onderzoeken in perspectief

Ik zie het als onze taak om, als voedingswetenschappers en voedingsprofessionals, nieuwe onderzoeken in het perspectief te plaatsen van de wetenschappelijke consensus. Dat geldt ook voor nieuwe eigen onderzoeken. Samen zijn we verantwoordelijk voor welke informatie er bij de consument terechtkomt. We willen mensen niet in verwarring achterlaten, maar ze juist inspireren om gezonder en duurzamer te kunnen eten. Dat is ons gezamenlijk belang.

Voor het Voedingscentrum is ‘behoudendheid’ zijn kracht. Liever geven we betrouwbaar advies, dan dat we voor de muziek uitlopen met conclusies die onvoldoende zijn onderbouwd.

Het handelingsperspectief voor de consument verandert niet zomaar, terwijl dat in de media wel zo kan worden uitgelegd. Zo kopte nieuwssite NU.nl recentelijk “Omega 3- en omega 6-vetten tijdens zwangerschap niet goed”, terwijl het ging om een klein, verkennend onderzoek. Als voedingswetenschappers zijn wij als geen ander in staat om een nieuwe studie te plaatsen in het licht van alle andere studies over hetzelfde onderwerp.

Aandacht voor consensus
Een toekomstbestendig voedingsadvies maken we samen, door duidelijker te benadrukken waar de ruime meerderheid van voedingswetenschappers het over eens is en waar nog onzekerheden bestaan. Om de verwarring bij consumenten te verminderen is de aandacht, voor wat de wetenschappelijke consensus is, onontbeerlijk. Ik zou graag willen dat we die consensus samen meer kunnen gaan uitdragen.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 10 van oktober 2015 op bladzijde 15

Reageer op dit artikel