artikel

De passie van… Eva Corpeleijn *

Algemeen

De passie van… Eva Corpeleijn *

Op de middelbare school had ik al belangstelling voor voeding en een verwondering over hoe het lichaam functioneert. In feite hoe ingenieus wij als mens in elkaar zitten, ook wat betreft de hormoonhuishouding.

Hoe bent u in de voedingssector terechtgekomen?
‘Al heel vroeg eigenlijk. Op de middelbare school had ik al belangstelling voor voeding en een verwondering over hoe het lichaam functioneert. In feite hoe ingenieus wij als mens in elkaar zitten, ook wat betreft de hormoonhuishouding. Ik ben vervolgens de opleiding Voeding van de Mens gaan volgen in Wageningen. Het is nu precies twintig jaar geleden dat ik in september begon met deze studie.’

Wat houdt uw huidige werk in?

‘Als voedingswetenschapper in het UMCG ben ik vooral bezig met het opzetten en uitbouwen van onderzoeken naar de rol van voeding bij het ontstaan van obesitas en diabetes. Voor mijn unit ligt de focus op speciale doelgroepen. Zo doe ik bijvoorbeeld onderzoek naar het ontstaan van obesitas bij jonge kinderen. Maar ook de rol van obesitas en gezondheid bij vrouwen met fertiliteitsproblemen.

Ik werk daarnaast samen met de afdeling nefrologie, want voeding speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van nierziekten. Maar ook werk ik mee als nierziekten eenmaal zijn ontstaan. Dan kijk ik naar hoe patiënten zo gezond mogelijk kunnen blijven. Wij hebben daarnaast een speciaal project voor niertransplantatie patiënten. Deze patiënten krijgen met een nieuwe nier een nieuw leven. Ons project is dan gericht op voeding en beweging om de transplantatiepatiënten te leren hoe ze zo goed mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen en hierdoor dus ook goed zorgen voor hun nieuwe nier. Wij zeggen hier altijd: “Een gezonde nier is een gezond lichaam”.
Een andere doelgroep waar ik naar kijk zijn psychiatrische patiënten. Er is momenteel veel aandacht voor de somatische gezondheid van deze patiënten. Zeker als zij in een instelling wonen, zijn zij afhankelijk van hun omgeving wat betreft gezonde voeding en lichaamsbeweging. Hier is echter weinig aandacht voor, waardoor er in deze doelgroep meer ziektes ontstaan dan noodzakelijk is. Al deze onderzoeken houden zich bezig met leefstijl, obesitas en diabetes, maar in allerlei verschillende belangengroepen.

Wij doen verschillende vormen van onderzoek. We doen observationeel onderzoek, dus de grote cohort studies. Maar wij doen ook wel leefstijl-interventies. Vervolgens proberen wij de resultaten van de deze studies te vertalen naar de praktijk.’

Wat zou u nog onderzocht willen zien?

‘Waar wij voortdurend tegenaan lopen, is dat wij geen makkelijke markers hebben voor voedingsinname of voedingspatronen. Wat ik merk in de praktijk is dat bij onderzoek in het ziekenhuis voeding op veel afdelingen een grote rol speelt. Bijvoorbeeld op de afdeling chirurgie is obesitas een probleem, bij oncologie is voeding en obesitas een probleem en zoals ik al zei bij de fertiliteit, dus de afdeling gynaecologie. Maar toch kijkt men niet graag naar voeding. Het wordt vaak weggelaten, omdat voeding lastig meetbaar is. Ik hoop dat daar in de toekomst verbetering in komt met bijvoorbeeld digitalisering, apps maar misschien ook door anders te kijken naar voeding, door bepaalde voedingsgewoonten te benaderen als een biomarker voor ongezond eten.

Er zijn nu al zoveel nieuwe middelen om gezondheid te stimuleren of te meten zoals wearable technologies (self-monitoring) of biomarkers in urine. Albert Heijn wil een app maken om producten de scannen, waarna een gezonder alternatief wordt aangeboden. Er gebeurt al veel in dit gebied, maar ik zou graag creatieve oplossingen willen zien om de voedingsassessment makkelijker te maken.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2015 op bladzijde 19

Reageer op dit artikel