artikel

De smaakversterker glutamaat

Algemeen

De smaakversterker glutamaat

Smaakversterkers zijn stoffen die fabrikanten aan voedingsmiddelen toevoegen om een smaak intenser of beter te maken. Het bekendste voorbeeld van een smaakversterker is glutamaat met E-nummer 621. Ook wel bekend als mononatriumglutamaat, MSG of Vé-Tsin. Veel consumenten maken zich zorgen over de aanwezigheid van glutamaat in voeding. Allerlei gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, astma, gedragsstoornissen en overgevoeligheidsreacties zouden een verband hebben met toegevoegd glutamaat. Naar deze verbanden is veel onderzoek gedaan, maar deze zijn nooit aangetoond.

In dubbelblinde placebo-gecontroleerde studies treden klachten even vaak op na inname van glutamaat als na een placebo waar geen glutamaat in zit. Ook internationale voedselveiligheidsorganisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en de Food and Drug Administration in de Verenigde Staten (FDA) hebben uitvoerig naar glutamaat gekeken. Zij komen tot de conclusie dat glutamaat met de huidige inname voor iedereen volkomen veilig is. Sommige mensen hebben na het eten van bepaalde voedingsmiddelen klachten waarbij niet altijd duidelijk is waarom. Het Voedingscentrum raadt dan aan om contact op te nemen met de huisarts of allergoloog.

Glutamaat in het lichaam
Glutamaat zit van nature in ons lichaam. Het is een van de twintig aminozuren die het lichaam nodig heeft als bouwstof van eiwitten. Glutamaat zit van nature ook in bijvoorbeeld vlees, vis, kaas, melk, tomaten, champignons en in moedermelk. Het overgrote deel is gebonden glutamaat als onderdeel van eiwitten. Een kleiner deel is ongebonden vrij glutamaat. Gebonden glutamaat proef je niet, maar ongebonden glutamaat smaakt hartig. Gemiddeld krijgen wij per dag ongeveer 12 gram glutamaat binnen. Hiervan is iets meer dan 10 gram van nature gebonden glutamaat, 1 gram van nature ongebonden vrij glutamaat en 0,4 gram toegevoegd vrij glutamaat als smaakversterker.

Toegevoegde hoeveelheden zijn dus vele malen kleiner dan dat wat van nature al in onze voeding voorkomt. Het glutamaat dat wordt toegevoegd is exact dezelfde stof als die van nature aanwezig is in voedingsmiddelen. Er is geen verschil hoe het lichaam omgaat met glutamaat dat ergens van nature inzit of later toegevoegd is.

Glutamaat wel of niet eten?
Sommige consumenten willen toch producten met toegevoegd glutamaat liever vermijden. Het Voedingscentrum vindt dat in principe geen probleem. Toegevoegd glutamaat zit namelijk vaak in pakjes, zakjes en kant-en-klaarproducten die niet nodig zijn om gezond te eten. Aan de andere kant biedt glutamaat wel de mogelijkheid om zout in producten te verlagen. Nederlanders krijgen gemiddeld bijna negen gram zout binnen per dag, terwijl dit niet meer dan zes gram zou moeten zijn. Het toevoegen van glutamaat kan een manier zijn om het zoutgehalte op relatief eenvoudige wijze te verlagen. Het is jammer als fabrikanten dit niet doen doordat ze verwachten dat consumenten het product dan niet meer kopen. Met de informatie in de factsheet ‘Glutamaat en overige smaakversterkers’ wil het Voedingscentrum een bijdrage leveren aan een objectiever beeld over glutamaat.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 11 van november 2015 op bladzijde 25

Reageer op dit artikel