artikel

Bonenjaar 2016 geeft impuls aan de peul

Algemeen

Bonenjaar 2016 geeft impuls aan de peul

Soms moeten dingen in de week liggen voor het beste resultaat. Zo ook peulvruchten. In november stonden deze volop in de belangstelling. De Gezondheidsraad kwam in zijn nieuwe Richtlijnen goede voeding voor het eerst met een specifiek advies voor peulvruchten: ‘Eet wekelijks peulvruchten.’ En het Jaar van de Boon werd gelanceerd.

Peulvruchten is een verzamelnaam voor onder andere bruine bonen, kapucijners, kievitsbonen, limabonen, kidneybonen, spliterwten, kikkererwten, linzen en soja. Het zijn de zaden uit de peulen van een zogenoemde vlinderbloemige plant. Peulen bestaan uit twee vruchtbladen waar binnenin zaden groeien en die open springen als ze rijp zijn. Peulvruchten zijn rijk aan koolhydraten, eiwitten, B-vitamines en mineralen, zoals ijzer, calcium, molybdeen en fosfor. Peulvruchten zijn vanwege hun samenstelling goed voor je gezondheid. Ze bevatten veel vezels en weinig calorieën. Voorzitter van de Gezondheidsraad Daan Kromhout daarover: ‘Van bonen is overtuigend aangetoond dat ze het cholesterol verlagen. Daarnaast zijn ze een goede vleesvervanger. Ik ben al jaren een pleitbezorger van de boon en ben blij dat bonen een prominente rol hebben gekregen in de nieuwe Richtlijnen.’

Duurzame eiwitbron
Bonen hebben qua duurzaamheid diverse voordelen, zeker als vleesvervanger. Peulvruchten leveren immers in vergelijking met dierlijke bronnen van eiwit een lagere uitstoot van broeikasgassen op. De productie van een blik bruine bonen heeft een broeikasgasemissie van 1,6 kg CO2eq/kg. Dat is hetzelfde als een kant-en-klare vleesvervanger. Daarmee is het één van de eiwitbronnen en vleesvervangers met een lage klimaatbelasting. Tempé, plantaardige burgers en vissen als haring en makreel zitten daar nog onder (1,1 kg), maar ei, tofu en noten zitten er boven. Ter vergelijking: de vleessoort met de laagste klimaatbelasting is kip met 2,6 kg CO2eq/kg.

De efficiëntie waarmee eiwit in de voedselproductie gemaakt wordt uit stikstof is een belangrijke verklaring voor de verschillen. Peulvruchten hebben een lage ecologische voetafdruk, ze binden stikstof waardoor er weinig kunstmest nodig is, ze zijn lang houdbaar waardoor er weinig verspilling is en ze komen vaak van eigen bodem.

Impuls is nodig
Hoewel er een lange traditie is in Nederland is van het eten van peulvruchten zijn ze nog meer vergeten dan de vergeten groenten. In Nederland eet de helft van de bevolking nauwelijks of geen peulvruchten, de andere helft gemiddeld maar een paar gram per dag. Hoewel de variatie enorm is, worden er nog zo weinig soorten gekweekt dat er bijna sprake is van beschermde boonsoorten. De agrariërs staan al te trappelen om extra bruine bonen in te zaaien. Maar een advies is niet voldoende om de consumptie te veranderen, daar is meer voor nodig. Dat ‘meer’ kwam half november met de lancering van het Internationale Jaar van de Boon 2016. Dit International Year of the Pulses is uitgeroepen door de wereldvoedsel- en landbouworganisatie FAO. Nederland heeft een heus Nationaal Bonen Comité opgericht om de ‘blije boon’ letterlijk en figuurlijk komend jaar op de kaart te zetten. Koks, culinair journalisten, cateraars, supermarkten en natuurlijk ook het Voedingscentrum omarmen dit initiatief en daarmee de boon.

Recepten
De gezondheids- en duurzaamheidsvoordelen worden al lang erkend door het Voedingscentrum, te zien aan de aanwezigheid van de boon in de Schijf van Vijf sinds 1953. Maar daar overtuig je de consument niet mee. Wel met heerlijke, hippe, creatieve en makkelijke recepten. Die zal je vaak tegenkomen in 2016! Ik durf te voorspellen dat de consumptie de komende jaren zomaar zou kunnen verdubbelen.

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2015 op bladzijde 19

Reageer op dit artikel