artikel

De passie van… Michel Joosten *

Algemeen

De passie van… Michel Joosten *

‘Het begon eigenlijk al op de middelbare school. Toen al had ik een passie voor hoe het menselijk lichaam werkt. Ik vond biologie een mooi vak, maar ook de functie van voeding op het lichaam en hoe dat fysiologisch verwerkt wordt.

Hoe bent u in de voedingssector terechtgekomen?
‘Het begon eigenlijk al op de middelbare school. Toen al had ik een passie voor hoe het menselijk lichaam werkt. Ik vond biologie een mooi vak, maar ook de functie van voeding op het lichaam en hoe dat fysiologisch verwerkt wordt. Ik heb vervolgens Voeding en Gezondheid gestudeerd in Wageningen. Na deze opleiding heb ik doctoraal onderzoek gedaan bij TNO Kwaliteit van Leven, waar ik klinische en observationele studies heb gevolgd op het gebied van alcoholconsumptie, insulinegevoeligheid en diabetes mellitus type 2. Toen kwam ik erachter dat ik niet alleen kennis tot mij wilde nemen, maar daadwerkelijk zelf nieuwe kennis wilde vergaren. Met name rondom voeding en gezondheid.’

Wat houdt uw huidige werk in?
‘Ik ben nu bezig met een opleiding tot arts. Over ongeveer 1,5 jaar ben ik klaar met mijn coschappen. Uiteindelijk wil ik zowel patiënten behandelen als klinisch onderzoek doen. Ik denk dat met name deze combinatie een grote toegevoegde waarde heeft. De geneeskunde blijft continu nieuwe inzichten verwerven, zoals nieuwe behandelmethoden of medicamenten. Hierdoor kun je veel gerichter onderzoek doen en ga je nadenken over de huidige behandelmethoden en verbetermogelijkheden. Ik zie ook dat voeding vaak onderbelicht is bij artsen en dat hier dus nog veel winst te behalen valt. Sommige medicamenten komen beter tot hun recht als je ook met voeding rekening houdt. Bepaalde bloeddrukverlagende middelen bijvoorbeeld werken nog beter wanneer men ook een zoutrestrictie hanteert.

Als arts zou ik mij vooralsnog willen gaan specialiseren als internist-nefroloog. Na mijn promotieonderzoek heb ik jarenlang als postdoctoraal onderzoeker gewerkt bij het UMCG op de afdeling interne geneeskunde. Daar deden we veel voedingsonderzoek, onder andere bij niertransplantatiepatiënten. Wij zagen dat ook bij deze groep voeding onderbelicht is. Door de nierziekte en dialyse zijn de patiënten een aangepast dieet gewend dat niet meer geschikt is na de niertransplantatie. Dit is een duidelijk voorbeeld van hoe voedingsonderzoek in een klinische setting kan worden toegepast. Een ander specialisme dat mij interesseert is maag-darm-leverarts. Ook hier speelt de interactie met voeding en ziekte een belangrijke rol.’

Wat zou u nog onderzocht willen zien?
‘Magnesium is een onderbelicht mineraal in voedingsonderzoek en de geneeskunde. Bij natrium en kalium hebben we hormonen, zoals het renine-angiotensine-aldosteronsysteem, die de bloeddruk reguleren. Bij de calciumhuishouding spelen vitamine D en het parathyreoïd hormoon een grote rol. Voor magnesium verwacht ik ook zo’n hormonale regeling. Het is het op één na meest voorkomende kation in de cel, dus dit moet haast wel nauw gereguleerd worden, maar eigenlijk weten we er nog heel weinig van. Toch zien we uit voedingsonderzoek duidelijke relaties tussen magnesium en hartziekten, bloeddrukregulatie en nierziekten. Hier valt dus nog veel kennis te verwerven.’

Dit artikel verscheen in Voeding Nu nummer 12 van december 2015 op bladzijde 13

Reageer op dit artikel