artikel

De passie van: Mieke Vreman

Algemeen

De passie van: Mieke Vreman

‘Op welk moment komt voeding in beeld bij huisartsen?’

HOE BENT U IN DE VOEDINGSSECTOR TERECHTGEKOMEN?

‘Na de middelbare school heb ik voorlichtingskunde gedaan, daar zat ook een stuk voedingsleer in. Dit was echter meer gericht op voorlichting en niet op de behandeling. Na mijn studie ging ik aan het werk in de schuldhulpverlening, dat was toen een opkomende sector. Na een aantal jaar heb ik de overstap gemaakt naar een commerciële bank waar ik jaren heb gewerkt als accountmanager in het mkb. Ik hield altijd al van koken en ben geïnteresseerd geraakt in de medische kant van voeding toen ik kinderen kreeg die een koemelkeiwit-allergie bleken te hebben. Destijds heb ik het roer omgegooid en mijn baan in de zakelijke dienstverlening opgezegd. Ik heb een cursus gewichtsconsulent gevolgd en ben kookworkshops gaan geven. Als gewichtsconsulente liep ik al snel tegen een grens aan: ik kon geen cliënten met obesitas behandelen en als er co-morbiditeit speelde kon ik de cliënten ook niet behandelen; een diëtist is veel breder bezig. Ik werkte samen met een diëtist die mij attendeerde op het bestaan van de compacte opleiding Voeding & diëtetiek en besloot die opleiding te gaan volgen. In 2013 ben ik afgestudeerd als diëtist. Hierna kon ik haar praktijk in Roosendaal overnemen.’

 

WAT HOUDT UW HUIDIGE WERK IN?

‘Ik heb een eigen praktijk en ben gevestigd op twee locaties, Oud Gastel en Roosendaal. Met drie andere diëtisten heb ik een samenwerkingsverband: Vip diëtisten. Het belangrijkste doel is optimale cliëntenzorg. Ik coach de cliënt bij gedragsverandering en gedragsbehoud ten aanzien van voeding en leefstijl. Het uitgangspunt daarbij is het doel van de cliënt, bij leefstijl-coaching kijk je breder dan alleen het voedingsgebied. In mijn praktijk krijg ik cliënten op het spreekuur met diabetes, overgewicht, hart- en vaatziekten, maag-darmklachten en allergieën. Ik werk samen met andere paramedici in de eerste lijn, maar ook met fysiotherapeuten, praktijkondersteuners, de plaatselijke sportschoolhouder en een buurtsportcoach in het kader van JOGG. Daarnaast heb ik contact met de zorggroepen en ik geef voorlichting; laatst heb ik een scholing gegeven aan praktijkondersteuners over de meest recente voedingsrichtlijnen. Het leukste vind ik als de begeleiding leidt tot een positief resultaat: als ik zie dat mensen beter in hun vel gaan zitten, minder klachten krijgen, kortom gezondheidswinst halen, dat is dankbaar werk.’

 

WAT ZOU U NOG ONDERZOCHT WILLEN ZIEN?

‘Verdere wetenschappelijke onderbouwing van de toegevoegde waarde van de diëtist. Er is onderzoek gedaan naar interventies op het gebied van overgewicht en ondervoeding, maar dit zou kunnen worden uitgebreid naar diabetes en darmklachten. Als mensen eerder een bezoekje aan de diëtist brengen alvorens ze de medische molen ingaan, dan is er een enorme besparing mogelijk. Als we de toegevoegde waarde van de diëtist kunnen aantonen, met name bij artsen, kan daar veel winst behaald worden. Er is al een pleidooi om klinische voedingsleer op te nemen in de studie geneeskunde en diverse specialisaties. Wat ik ook interessant zou vinden om te weten op welk moment voeding in beeld komt bij de huisarts of specialist. Is voeding onderdeel van de diagnostiek of pas als niets anders meer werkt?’

Reageer op dit artikel