artikel

Glutenvrij label beschermt coeliakie- patiënten niet voldoende

Algemeen

Glutenvrij label beschermt coeliakie- patiënten niet voldoende

Personen met coeliakie hebben een intolerantie voor gluten en moeten deze compleet uit hun dieet schrappen om hun darmen gezond te houden.

Voor hen is een duidelijke en correcte etikettering van voedingsmiddelen van groot belang. Momenteel zijn er meerdere labels die gebruikt worden om aan te tonen in hoeverre een product glutenvrij is, maar de precieze betekenis van deze labels verschilt. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de huidige labels coeliakiepatiënten niet voldoende beschermt. Hoog tijd om daar verandering in te brengen.

Een glutenvrij dieet volgen is geen gemakkelijke taak. Gluten worden vaak toegevoegd aan producten die van nature glutenvrij zijn, om de kwaliteit en stabiliteit van deze producten te verbeteren. Voor coeliakiepatiënten betekent dit dat ze van elk product de ingrediëntenlijst moeten controleren. De aanwezigheid van een glutenvrij label kan het zoeken naar geschikte producten vele malen makkelijker maken. Maar daarmee is het probleem nog niet verholpen.

RIKILT Wageningen UR heeft recent een literatuuronderzoek uitge- voerd en de verschillende labels voor glutenvrije voeding vergeleken om te kijken in hoeverre deze geschikt zijn voor coeliakiepatiënten.

Australië en Nieuw-Zeeland voorlopers

Glutenvrij betekent niet hetzelfde als geheel vrij van gluten. Wereldwijd bestaan er verschillende wetgevingen over hoeveel gluten nog zijn toegestaan in een product met een glutenvrij label. In Nederland hebben we te maken met de Commissie Regulatie 1169/2011 van de Europese Unie, die stelt dat een glutenvrij product maximaal 20 mg gluten per kg mag bevatten. Dit geldt specifiek voor producten waar glutenbevattende granen vervangen zijn door glutenvrije varianten, of waarbij het totale glutengehalte verlaagd is door het productieproces.

In de regelgeving van de Verenigde Staten staat deze toevoeging niet, wat betekent dat ook producten die van nature glutenvrij zijn, een glutenvrij label mogen dragen. In Canada geldt weer een andere regeling. Hier mogen producten met een glutenvrij label helemaal geen glutenbevattende granen als ingrediënt hebben. De 20 mg per kg grens wordt in dit geval gebruikt als contaminatiegrens.

De meest strikte wetgeving komt uit Australië en Nieuw-Zeeland. Hier moet een product met een glutenvrij label ook echt glutenvrij zijn, wat betekent dat er geen gluten meer in aangetoond mogen worden. De huidige grens van de meetmethoden die hiervoor gebruikt worden ligt op 3 mg/kg. Naast de verschillende grenswaardes voor glutenvrij, zijn er nog twee extra labels van belang. In de Europese Unie mag een product met een glutengehalte tussen de 20 en 100 mg/kg het label ‘zeer laag in gluten’ krijgen. Australië en Nieuw-Zeeland kennen het label ‘laag in gluten’ voor producten waarin wel gluten aangetoond worden, maar niet boven de grens van 200 mg/kg.

Blootstelling aan gluten

Een coeliakiepatiënt kan darmklachten krijgen als hij aan te veel gluten wordt blootgesteld. De blootstelling is van twee factoren afhankelijk; het glutengehalte van producten en de hoeveelheid die van deze producten gegeten wordt. De eerste factor is afhankelijk van de wetgeving. Lang niet alle onderdelen van een glutenvrij dieet hoeven restgehaltes gluten te bevatten. Onderdelen als groente, fruit en zuivel zijn van nature glutenvrij en de kans op kruisbesmetting is klein. De onderdelen waar restgluten en kruisbesmetting wel een rol spelen, zijn de bewerkte producten als soepen en sauzen of de vervangers voor producten als brood en pasta. Bij deze producten wordt het belangrijk hoeveel ervan gegeten wordt. Verschillende onderzoeken hebben inmiddels aangetoond dat een persoon gemiddeld 200-600 g van dit type glutenvrije producten eet per dag.

Wanneer ontstaan klachten

De hoeveelheid gluten die nog door een coeliakiepatiënt verdragen kan worden, wisselt sterk per persoon. In het algemeen kan er onderscheid gemaakt worden tussen drie verschillende groepen patiënten, elk met hun eigen behoeften. De gemiddelde patiëntengroep bestaat uit personen die lang genoeg glutenvrij gegeten hebben om de darm de kans te geven te herstellen. Deze personen kunnen een kleine hoeveelheid gluten verdragen zonder direct klachten te ervaren. De onderzoeksgroep van Catassi heeft laten zien dat deze hoeveelheid tussen de 10 en 50 mg gluten per dag ligt. Dit geldt niet voor de gevoelige patiëntengroep. Deze groep kan al klachten krijgen wanneer ze wordt blootgesteld aan minder dan 1 mg gluten per dag.

De derde groep bestaat uit herstellende patiënten. Bij deze groep is de darm nog beschadigd, ofwel omdat er pas net met het glutenvrije dieet begonnen is, ofwel omdat ze al dan niet bewust een te grote hoeveelheid gluten binnen hebben gehad in hun glutenvrije dieet. Zolang de darm nog herstellende is, moet de hoeveelheid gluten waaraan deze blootgesteld wordt minimaal gehouden worden. Wanneer de darm eenmaal hersteld is, schuiven patiënten vanuit de herstellende groep door naar de gemiddelde of gevoelige patiëntengroep, afhankelijk van hoeveel gluten ze daarna kunnen verdragen.

Veilig eten zonder klachten

Het doel van een glutenvrij label is om coeliakiepatiënten te laten zien wat ze veilig kunnen eten zonder klachten te krijgen. Dit geldt voor alle drie de patiëntengroepen, zowel gemiddeld, gevoelig als herstellend. De tabel laat zien aan hoeveel mg gluten iemand blootgesteld kan worden als de maximaal toegestane hoeveelheid gluten ook werkelijk in zijn producten aanwezig is.

Voor de gemiddelde patiëntengroep is 10-50 mg gluten per dag te tolereren. Dit betekent dat de grenswaarden van ‘laag in gluten’ en ‘zeer laag in gluten’ al te hoog zijn en dat deze labels dus zinloos zijn voor coeliakiepatiënten. De Europese, Amerikaanse en Canadese grenswaarde voor glutenvrij (20 mg/kg) is voldoende om de gemiddelde patiëntengroep te beschermen, maar veel te hoog voor zowel de gevoelige als de herstellende patiëntengroep. Veilige hoeveelheden gluten voor deze groepen liggen onder de 1 mg gluten per dag, wat nu alleen gehaald wordt wanneer de glutenvrije grenswaarde van Australië en Nieuw-Zeeland aangehouden wordt én deze groepen hun productinname laag houden.

Relevante grenswaarden

Van de vele verschillende labels om glutenvrije voeding aan te duiden, is het grootste gedeelte niet geschikt om de coeliakiepatiënten te beschermen die dat het hardst nodig hebben. De labels ‘laag in gluten’ en ‘zeer laag in gluten’ zijn niet informatief voor coeliakiepatiënten en hebben daardoor geen toegevoegde waarde. Om zowel de gevoelige als de herstellende groep patiënten te beschermen, zouden de grenswaardes voor gluten in glutenvrije producten verlaagd moeten worden naar 3 mg/kg, vergelijkbaar met de huidige wetgeving in Australië en Nieuw-Zeeland.

Omdat de gemiddelde patiëntengroep een kleine hoeveelheid gluten kan verdragen, is het zinvol om nog een tweede grenswaarde in te stellen die ook het label ‘zeer laag in gluten’ weer betekenis kan geven. Verder onderzoek zal uit moeten wijzen wat voor deze patiëntengroep een veilige en acceptabele grenswaarde is in het gebied van 10-50 mg gluten per dag.

Door de grenswaarden zo in te stellen dat ze relevant zijn voor alle drie de patiëntengroepen, zullen de glutenvrije labels weer informatief en veilig zijn voor coeliakiepatiënten wereldwijd.

Referentie
I.D. Bruins Slot, M.G.E.G. Bremer, R.J. Hamer, H.J. van der Fels-Klerx. Part of celiac population still at risk despite current gluten thresholds. Trends Food Sci Tech, 43(2), 219-226.

Reageer op dit artikel