artikel

Mariëtte Jansen: ‘Gedragswetenschap steeds belangrijker in diëtistenvak’

Algemeen

Mariëtte Jansen: ‘Gedragswetenschap steeds belangrijker in diëtistenvak’

De Diëtisten Coöperatie Nederland (DCN) bestaat 25 jaar. In iedere uitgave van jaargang 2016 van Voeding NU zal een portret van een DCN-diëtist verschijnen.

Mariëtte Jansen-Sloot, vrijgevestigd diëtist, tevens lid van de redactieadviesraad van Voeding NU, geeft haar visie op voeding. Ze zet erg in op gedragsverandering én is als kwaliteitsverantwoordelijke bij DCN nauw betrokken bij het begeleiden van startende diëtisten.

‘Er is een groot verschil tussen het werk van diëtisten in de ziekenhuizen en het werk in de eerste lijn’, geeft Mariëtte Jansen-Sloot aan. ‘In het ziekenhuis gaat het vaak om acute situaties waarbij de voeding aangepast moet worden. In de eerste lijn hebben we veel meer te maken met duurzame gedragsverandering om gezondheidswinst op lange termijn te bereiken’.

Gedragsverandering

Dit is ook wat Jansen drijft: het bewerkstelligen van gedragsverandering. Toen ze bijna een kwart eeuw geleden haar praktijk in het Zuid-Hollandse Gorinchem begon, behoorde gedragsverandering ook al tot het takenpakket van de diëtist, maar in een tijd waarin consumenten van alle kanten worden verleid: online, op de werkvloer, in de winkelstraat en zelfs in de eigen

huiskamer, is dit nog belangrijker. De vraag die Jansen in dat kader altijd stelt is: ‘Wat wil je op lange termijn bereiken?’ Een belangrijke vraag, want een terugval in oud gedrag ligt altijd op de loer. Bij zo’n gedragsverandering gaat het vaak om overgewicht, diabetes, hoge bloeddruk en preventie van hart- en vaatziekten. Maar ook bij ziekten als kanker kan de diëtist betrokken zijn.

Oncologienetwerk

‘Als patiënten uit het ziekenhuis ontslagen worden, is het belangrijk dat de diëtist in de eerste lijn ze verder kan adviseren in de thuissituatie. Hierbij is multidisciplinaire samenwerking essentieel.’ Jansen is nauw betrokken bij het verder “uitrollen” van samenwerking tussen de verschillende disciplines. Zo heeft ze in haar woonplaats Gorinchem samen met andere eerstelijnszorgverleners een oncologienetwerk opgezet. Het netwerk wisselt onderling informatie uit en er wordt naar elkaar doorverwezen. ‘Mensen die geconfronteerd worden met kanker hebben vaak veel vragen over voeding. Advies door een diëtist is dus heel belangrijk. Door de samenwerking binnen het oncologienetwerk zijn de lijnen kort en is het voor de andere disciplines duidelijk naar wie er verwezen kan worden.’

Voedingshypes

Jansen hanteert de ongeschreven regel: ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Aan superfoods en gezonde poedertjes heeft zij geen boodschap. Ze adviseert conform de Richtlijnen goede voeding. ‘Mijn boodschap is inderdaad weinig sexy, want slechte voedingsmiddelen bestaan niet. Als ik dat zo zeg, dan klinkt dat inderdaad saai. Toch zijn mensen vaak opgelucht als ze van mij horen dat het allemaal niet zo ingewikkeld met superfoods hoeft. Veel mensen worden in de war gebracht door de media en zijn blij met een verstandig advies.’

Als cliënten echt een bepaald dieet willen volgen om af te vallen, dan zal ze dat niet resoluut afwijzen. Ook al is het bewijs dat zo’n dieet werkt flinterdun. ‘Ik kijk dan wel wat ik binnen zo’n voedingspatroon kan betekenen om te zorgen dat het geen voedingstekorten gaat opleveren. Je probeert de scherpe kantjes ervan af te halen, maar laat mensen in hun waarde.’

Jansen: ‘Als cliënten graag veel geld uitgeven aan palmsuiker omdat ze heilig geloven dat dit goed voor ze is? Nou, dat moet dan maar. Vaak verandert hij of zij op den duur toch van mening als zo’n dieet lastiger blijkt dan gedacht. We zetten dan alles weer op een rijtje en ik ondersteun de cliënt bij het uitzetten van een nieuwe denkrichting.’

Maatwerk leveren

In haar regio krijgt de diëtist niet alleen te maken met autochtone Nederlanders, maar ook met mensen met een buitenlandse achtergrond. Vereist dat een andere aanpak? ‘Als het om kinderen gaat, wil iedereen het beste voor zijn of haar kind. Het is dus van belang goed uit te leggen wat het beste is voor het kind. We moeten ons continu aanpassen aan de belevingswereld van de personen waarmee we te maken hebben. Waarom denk je dat ik dit werk al 25 jaar doe? Je hebt te maken met mensen en ik wil ‘Mijn boodschap is weinig sexy’ PORTRET maatwerk leveren.’ Om goede resultaten te boeken moet je je klanten weten te inspireren.

Zoals alle diëtisten, die paramedisch werken, volgt Jansen regelmatig bijscholingen om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Dit is ook een voorwaarde voor vermelding in het kwaliteitsregister paramedici.

Kwaliteitsverantwoordelijke bij DCN

Jansen wil met haar opgebouwde kennis en kunde ook verder kijken dan alleen haar eigen praktijk. Ze is daarom actief bij DCN waar ze zich bezighoudt met kwaliteit. ‘We kijken hoe we de kwaliteit van diëtisten en hun handelen beter in kaart kunnen brengen.’ Zo heeft ze voor DCN een kwaliteitshandboek ontwikkeld dat vooral voor kleinere praktijken uitkomst biedt. ‘NEN-ISO-certificering is een intensief en kostbaar traject, dat eigenlijk alleen voor grote organisaties haalbaar is. Voor kleine praktijken is dit niet te doen. Wij begeleiden praktijken op basis van ons kwaliteitshandboek, dat voldoet aan de NEN-ISO-norm voor de gezondheidszorg. Diëtisten kunnen bij ons een interne audit aanvragen en als die positief is afgerond, ontvangen ze het DCNkeurmerk.’ Een externe audit kan dan de volgende stap zijn. Omdat dit een flinke investering is voor een praktijk, biedt DCN die niet aan, aldus Jansen.

Startende diëtisten

Toen Jansen in 1993 startte met haar praktijk, zag de wereld er een stuk simpeler uit. ‘Toen kon je bij wijze van spreken een bord in de tuin naast je huis zetten en begon je je praktijk. Nu moet je ruimte aan allerlei vereisten voldoen, moet je bepaalde software hebben, contracten afsluiten en meer.’ Ze raadt studenten diëtetiek aan de jaarlijkse DCN-startersdag te bezoeken, waar ze wegwijs worden gemaakt in het starten van een eigen praktijk. ‘Ik begeleid veel starters en adviseer ze zich te specialiseren en de samenwerking te zoeken.’

In een tijd dat voeding volop in de belangstelling staat, zijn er volop kansen voor ondernemende diëtisten, signaleert Jansen. ‘Maar het komt niet vanzelf. Je moet veel energie en tijd steken in je praktijk en actief aan acquisitie doen. Netwerken, huisartsen bezoeken, sociale media gebruiken en zorgen dat je vindbaar bent. Er is natuurlijk meer concurrentie dan toen ik startte, maar er zijn ook veel meer mogelijkheden.’

En niet onbelangrijk: ‘Zorgen dat je up-to-date blijft, want iedere cliënt heeft recht op goede zorg.’

Reageer op dit artikel