artikel

DCN-diëtisten van het eerste uur – Collega’s voor het leven

Algemeen

DCN-diëtisten van het eerste uur – Collega’s voor het leven

Diëtisten Jeanne de Jongh en Tietia Berghuis kennen elkaar al meer dan dertig jaar, vanuit het ziekenhuis in Dordrecht waar ze beiden aan hun carrière begonnen. Daarnaast werken ze samen met twee andere collega’s in hun zelfstandige diëtistenpraktijk Andermaal in Dordrecht en Arnhem. Jeanne was een van de eerste leden van de Diëtisten Coöperatie Nederland die dit jaar 25 jaar bestaat.

Toen ze begonnen in het toenmalige Refaja ziekenhuis in Dordrecht werkten ze fulltime. Parttime werken en je kinderen opvoeden was geen combinatie in het christelijke ziekenhuis Refaja. Beiden kregen ze het later toch voor elkaar om een parttimecontract te krijgen. ‘Dat was wennen, ook voor de andere collega’s, want parttime betekent natuurlijk dat je er niet altijd bent, er was destijds wat meer angst voor dit fenomeen’, zegt Jeanne. ‘Nu is er veel meer vrijheid in het bepalen van je werktijden.’ Tietia vult haar aan: ‘Wij durfden vroeger nauwelijks te vragen of we thuis konden blijven voor een ziek kind. Nu is daar meer begrip voor en kunnen in overleg de werktijden aangepast worden als het nodig is voor de thuissituatie.

Het was de tijd van kiezen tussen werken of kinderen, althans, dat vond de leiding in het ziekenhuis.’ Het is maar goed ook dat de tijden veranderd zijn, vindt Jeanne, want ze ziet ook de andere kant: van moeders die in de zorgsector zware diensten moeten draaien en ook nog de kinderen moeten opvoeden. Gelukkig wordt er steeds beter ingezien dat als je meedenkt met de werknemer en flexibele werktijden aanbiedt, je als diëtist optimaal kan functioneren.

Hoe dan ook kregen beide diëtisten het in 1988 voor elkaar een parttime aanstelling te krijgen waarnaast ze, behalve voor hun kinderen, ruimte kregen voor andere bezigheden. ‘Mijn eigen praktijk is begonnen bij mijn huisarts in Dordrecht, die erg in voeding geïnteresseerd was’, zegt Jeanne. ‘Daar kon ik een middag in de week als diëtist gaan werken.’ Zowel in het ziekenhuis als daarbuiten specialiseerde ze zich in allergieën, met een accent op de behandeling van kinderen.

Behalve voor de huisarts ging ze later ook een dag in de maand in een allergologenpraktijk in Den Haag werken. ‘Van mijn zelfstandigenpraktijk kon ik indertijd niet leven, zeker niet in het begin, want een praktijk moet je opbouwen. Hoewel er toen ook al heel wat mensen in de eerste lijn waren die naar de diëtist kwamen en zelf de consulten betaalden. Er werd toen nog niets vergoed. Pas toen in 2003 de diëtist uit de AWBZ-gelden vergoed kon worden en er een onbeperkte tegemoetkoming was, braken gouden tijden aan. Ik kwam in het werk om en wilde graag ondersteuning van een collega. Helaas voor ons en alle zelfstandig werkende diëtisten, is dit van korte duur geweest. De vergoeding ging via de ziektekostenverzekeraar lopen en werd beperkt tot vier en later tot drie uur, vanuit de basisverzekering met een eigen risico. Soms zat er in de aanvullende verzekering een uurtje extra.’

Jeanne, vanaf het eerste uur lid van de VZFD (de voorloper van de DCN, die in 1991 opgericht is), heeft dit lidmaatschap altijd noodzakelijk gevonden om met elkaar sterk te zijn in gesprek met de zorgverzekeraars en het goed op de kaart zetten van de zelfstandig werkende diëtist.

Eetstoornissen

In de goedlopende, zelfstandige praktijk van Jeanne kwam ook haar ziekenhuiscollega Tietia regelmatig werken. ‘In het begin maar een paar uurtjes als freelancer, net als Sacha Visser’, zegt ze. In 2007 zijn we Andermaal als een samenwerking met drie diëtisten gestart. Later is er nog een vierde collega bijgekomen.Tietia heeft zich in de loop der jaren steeds meer gespecialiseerd in de behandeling van mensen met een eetstoornis (anorexia nervosa, boulimia nervosa, binge eating disorder, eetstoornissen NAO en morbide obesitas). Vanuit haar specialisatie werkt ze veel samen met eetstoornissenteams en psychologen van de GGZ in Dordrecht.

De andere twee collega’s van Andermaal, Sacha Visser en Marianne Noordam, zijn gespecialiseerd in voedselovergevoeligheid. Zij werken als diëtist in een allergologenpraktijk Arnhem. Anders dan in veel andere praktijken gaat het bij de meeste cliënten van Andermaal niet primair om afvallen. ‘Op een gegeven moment krijg je een naam en wordt er vanwege je specialisatie naar je doorverwezen’, aldus Jeanne. ‘We hebben natuurlijk wel cliënten met gewichtsproblemen, maar vaker gaat het over diabetes, maagdarm- problemen, allergieën of eetstoornissen. Natuurlijk is er wel vaak een verband met een gezond gewicht. Als er iemand verwezen wordt voor een voedselovergevoeligheid bij Jeanne en er blijkt een onderliggende eetstoornis te zijn, dan verwijzen we naar elkaar. Andersom zien we namelijk cliënten met een eetstoornis, bij wie er ook sprake is van voedselovergevoeligheid.’

Zouden ze vanwege de afwisseling in het werk niet eens een cliënt met een bepaald probleem willen uitruilen? ‘Waarom zouden we dat doen?’, vraagt Tietia. ‘Met mijn kennis en ervaring op het gebied van eetstoornissen weet ik goed in te schatten wat er wellicht nodig is of wat bij iemand het beste kan werken. Dat is iets wat je in de loop der jaren opbouwt en aanvoelt. Ik heb mijn eigen specialisatie en het is binnen de diëtetiek niet mogelijk om overal in gespecialiseerd te zijn. Juist in de specialisatie vinden we een meerwaarde van onze samenwerking.

Veranderingen

Op de vraag of er in de praktijk verschillen zijn tussen vroeger en nu hoeft Jeanne niet lang na te denken: die zijn er zeker. ‘Voorheen kwamen mensen bij de diëtist voor een dieetadvies, bijvoorbeeld voor een vetbeperkt en licht-natriumbeperkt of het suikervrije dieet. Als ouders met hun kind kwamen, wilden ze graag een kant-en-klaar- dieetadvies. Nu kijken we breder. Ook sturen kinderartsen tegenwoordig meer kinderen in waarbij sprake is van een afbuigende groeicurve, voedselovergevoeligheid of een eetstoornis.

De kracht van de diëtist van nu is dat we niet alleen de voeding navragen maar ook kijken naar het eetgedrag van het gezin. Daarbij komen dan ook pedagogische en psychologische aspecten aan bod. Als diëtist hebben we hier natuurlijk ook aan gesnuffeld en kunnen we op dit soort problemen ingaan, door goed naar de cliënt te kijken en te luisteren kunnen we inschatten of we het probleem zelf kunnen begeleiden of moeten doorverwijzen.’ Jeanne werkt bijvoorbeeld bij kinderen vaak met een stickersysteem, waarbij de kinderen uiteindelijk beloond worden met een kleinigheidje ter stimulans voor gezond gedrag. ‘En de lijnen met alle disciplines in het ziekenhuis en in de eerste lijn zijn kort’, aldus Jeanne.

Tietia merkt op dat in de loop der jaren meer de nadruk gelegd wordt op het zelfmanagement van de cliënt. Cliënten worden zelf aan het werk gezet, bijvoorbeeld door het bijhouden van het voedingsdagboek (DCN-dagboek), om zich bewust te worden van hun voedings- en beweegpatroon. ‘Tijdens vervolgconsulten bespreken we dit en komt de cliënt meestal zelf tot verandering. Soms kan een anorexiacliënt niet meer goed zelf bedenken wat een gezond voedingspatroon is en kan een voorbeeld van een dagmenu helpen om de voeding weer op te starten. Dit geeft ook duidelijkheid voor ouders bij de begeleiding van hun kind.’

‘Ook het streng opgeheven diëtistenvingertje is weg’, vult Jeanne aan. ‘Wat niet wil zeggen dat cliënten geen behoefte meer hebben aan duidelijkheid, die behoefte is er zeker, maar we vertellen het op een heel andere manier. We richten ons meer op motiverende gesprekken om de cliënt te helpen zelf aan de slag te gaan. ’In de praktijk van Tietia valt het op dat er de laatste tijd steeds meer vrouwen van boven de vijftig met ernstig ondergewicht en een eetstoornis hulp zoeken. De drempel om naar een diëtist te gaan is voor cliënten vaak nog iets lager dan die naar de psycholoog. ‘Eetstoornissen komen niet alleen voor in de puberteit, we zien steeds jongere kinderen, meer jongens en ook meer volwassen vrouwen.

Het gaat vaak om vrouwen die in hun puberteit anorexia nervosa kregen en daar wel of geen behandeling voor hebben gehad. In bepaalde fasen in hun leven konden ze wel omgaan met de anorexia en er in die periode minder hinder van ondervinden. Het blijkt dat een groep vrouwen op latere leeftijd toch weer meer last heeft van de anorexia, met veel eetgestoorde gedachten, waardoor ze beperkt worden in wat ze van zichzelf mogen eten.

Uit gesprekken blijkt dan vaak dat ze heel veel eigen ideeën over voeding hebben en al langere tijd een verstoord eetgedrag hebben. Ze staan er nu pas weer voor open daar toch enige verandering in aan te brengen, zodat het leven, waarin er in heel veel situaties gegeten wordt, toch weer prettiger wordt. De onderliggende oorzaken van hun eetstoornis zijn eigenlijk nooit verdwenen. Het is zaak daar samen met andere hulpverleners aan te werken. Er is vaak sprake van een trauma.’

Veel producten

Een andere grote verandering die Jeanne opmerkt en die ze ook terugkrijgt van haar cliënten is het enorm toegenomen productaanbod. ‘Mensen weten soms niet meer wat ze moeten kiezen en ik snap dat’, beaamt ze, ‘want ikzelf sta ook weleens vol verbazing voor het schap te twijfelen. Kijk alleen al naar de hoeveelheid halvarinesoorten of het aanbod van zuivelproducten. Waar je allemaal op moet letten als je gezond wilt eten, dat valt niet mee. We draaien het niet terug, het heeft ook zijn positieve kanten, maar het is complexer geworden. We zien nu in de gewone supermarkt ook steeds meer glutenvrije producten, mede doordat het een hype is om glutenvrij te eten.’

‘Eigenlijk is het niet bij te benen’, zegt Tietia. ‘Ik probeer het wel, maar de ontwikkeling van nieuwe producten gaat erg snel. Natuurlijk kijk ik er wel naar, maar ik neem ook niet elke week uren de tijd om mijn boodschappen te doen en alle nieuwe producten te bestuderen. Gelukkig is er internet om samen met de cliënten te kijken welke producten er zijn. Als iemand met een eetstoornis bijvoorbeeld overgaat op amandelmelk, dan check ik dat soort producten. Ik kijk bijvoorbeeld of er voldoende eiwit in zit. In grote lijnen kunnen we mensen leren wat ze moeten weten om de juiste keuze te maken en ze helpen hoe ze gemakkelijker boodschappen kunnen doen.’

Jeanne: ‘Helaas kunnen we met het grote assortiment aan voedingsmiddelen van tegenwoordig niet alles in hapklare brokken gieten. Maar goed, daarom zijn we zo belangrijk. Met een consult van een uur ben je er niet. Het gaat erom dat mensen “weerbaar” worden.’

Tietia: ‘En ook al heb je voldoende kennis over voeding, dan nog zal je niet altijd het goede kiezen. Daarbij komt dat veel cliënten beschikken over veel informatie die ze uit allerlei bronnen weten te halen, van de buurvrouw tot het internet. Heel fijn dat mensen zelf al veel informatie verzamelen, maar jammer genoeg is het niet altijd de juiste. Met een goede uitleg kun je mensen dan toch weer beter op weg helpen. En dat werken met mensen geeft ons na ruim dertig jaar nog steeds veel voldoening en uitdaging.’

Reageer op dit artikel