artikel

Gedragsproblemen voorspellen alcohol-, tabak- en cannabisgebruik jong volwassene

Algemeen

Gedragsproblemen voorspellen alcohol-, tabak- en cannabisgebruik jong volwassene

Jongeren die rond hun veertiende symptomen hebben van een antisociale gedragsstoornis, roken meer, drinken meer alcohol en gebruiken vaker cannabis rond hun twintigste dan jongeren zonder gedragsproblemen. Onderzoekers uit Nederland, Finland en de Verenigde Staten laten in Addiction zien dat dit verband bij jongens vooral wordt verklaard door genen en bij meisjes vooral door omgevingskenmerken.

Jongeren die antisociaal gedrag vertonen, zoals agressie naar mensen en dieren, pesten, bedreigen en stelen, beginnen eerder met het gebruik van tabak, alcohol en cannabis, gebruiken het vaker en hebben een groter risico hieraan verslaafd te raken dan jongeren die zich niet antisociaal gedragen. Door naar de overeenkomsten en verschillen tussen eeneiige en twee-eiige tweelingen te kijken, kan worden vastgesteld of het verband tussen antisociaal gedrag en middelengebruik te verklaren is door een gedeelde genetische kwetsbaarheid of door de gedeelde omgevingsinvloeden.

Tweelingonderzoek

Onderzoekers uit Nederland, Finland en de Verenigde Staten analyseerden de gegevens van meer dan duizend eeneiige en twee-eiige tweelingen die werden geïnterviewd rond hun 14de en 22ste. Eeneiige tweelingen zijn genetisch volledig identiek, terwijl twee-eiige tweelingen gemiddeld de helft van hun genen delen, net als broers en zussen. Bij tweelingonderzoek wordt gekeken naar de mate waarin iemand lijkt op zijn of haar tweelingbroer of -zus, in dit geval wat betreft antisociaal gedrag en middelengebruik. Vervolgens wordt onderzocht of monozygote tweelingen gemiddeld méér op elkaar lijken dan dizygote tweelingen.

Hoe groter dit verschil, hoe groter de rol van genen. Hoe kleiner dit verschil, hoe groter de rol van de omgeving. De onderzoeksresultaten bevestigen dat het hebben van antisociale gedragsproblemen in de adolescentie een aanwijzing is voor frequenter alcohol-, tabak- en cannabisgebruik in de vroege volwassenheid. Bij jongens lijkt deze samenhang vooral verklaard te worden door eenzelfde set genen die in de adolescentie tot uiting komt in antisociaal gedrag en in de vroege volwassenheid in frequenter middelengebruik.

Hierbij gaat het naar verwachting om genen die de mate van zelfcontrole bepalen. Bij meisjes daarentegen lijkt de samenhang tussen antisociaal gedrag in de adolescentie en tabak- en cannabisgebruik in de vroege volwassenheid vooral verklaard te worden door kenmerken van de omgeving tweelingzussen delen. Hierbij kan worden gedacht aan een disfunctionele opvoedomgeving en omgang met deviante vrienden.

Beloop

De kwetsbaarheid voor middelengebruik wordt dus tijdens de adolescentie al zichtbaar in de vorm van antisociale gedragsproblemen. Toekomstig onderzoek is nodig om verder te specificeren welke genen en omgevingskenmerken samenhangen met de ontwikkeling van gedragsproblemen en frequent middelengebruik. Deze kennis kan bijdragen aan de ontwikkeling van preventie- en interventieprogramma’s.

 

Verweij KJH et al.

Role of overlapping genetic and environmental factors in the relationship between early adolescent conduct problems and substance use in young adulthood.

Addiction. 2016.

Reageer op dit artikel