artikel

‘We weten nog te weinig van individualiteit’

Algemeen

‘We weten nog te weinig van individualiteit’

Het grootste voedingsconcern ter wereld zet sterk in op persoonlijke voeding en daarbij hoort de verdere ontrafeling van de relaties tussen genen, voeding en leefstijl. Op weg naar een voeding die beter aansluit bij de interpersoonlijke variatie van consumenten. Vanaf het prille begin zet Nestlé in op innovatie. Dit jaar bestaat het bedrijf 150 jaar en voor de gelegenheid liet het bedrijf journalisten uit allerlei werelddelen een kijkje nemen in de zijn onderzoekskeuken.

We staan in het metabonomics-lab van het Nestlé Institute of Healht Sciences (NIHS) dat gevestigd is op het terrein van de technische universiteit in Lausanne, Zwitserland. In de ruimte worden dag in dag uit analyses gemaakt van de metabolieten die het lichaam maakt op basis van het voedsel dat is ingenomen. Aan de hand van monsters van bloed en urine worden ze bepaald. Het hoofd van de afdeling Systems, Nutrition, Metabonomics en Proteomics, Martin Kussmann, is door het continue gedraai en gesuis van de vacuümpompen nauwelijks te verstaan, maar hij voelt zich er als een vis in het water. ‘We gebruiken zowel monsters van gezonde als van zieke mensen’, licht Kussmann toe.

‘We zijn op zoek naar moleculen of biomarkers op basis waarvan we meer kunnen zeggen over de effecten die bepaalde voedingsstoffen in het dieet op verschillende mensen kunnen hebben. We verbinden deze data over de stofwisseling met andere data die we van proefpersonen verzamelen over genen en het dieet. Het gaat er hier niet om dat we concrete producten voor de consument maken. We hopen meer te weten te komen over de variëteit tussen mensen en welke voedingsmiddelen of componenten daarvan effect hebben op bepaalde groepen.’

Toch leidt de opgedane kennis al tot nieuwe productontwikkelingen. Zo is uitgezocht hoe verschillende mensen op verschillende manieren kunnen afvallen en welke soort voeding daarin een rol speelt of welke interventie daarbij kan passen. Ook wijst Kussmann op een observationeel onderzoek waarin naar voren komt dat sommige moeders die zwangerschapsdiabetes ontwikkelen, diabetes zouden kunnen overdragen aan hun kind. ‘We kunnen soms op moleculair niveau al vast stellen dat kinderen deze ziekte zouden kunnen ontwikkelen’, zegt Kussmann. ‘Als je het in een vroeg stadium al weet, dan kun je het dieet al aanpassen zodat er niet te veel druk komt op de alvleesklier.’

Maar het is nog te vroeg om te juichen, want het gaat hier om een grote studie waarbij jongeren tussen hun 5de en 19de levensjaar worden gevolgd en waarbij honderden parameters zijn gemeten. ‘Zo zijn we nog steeds bezig met het ontwikkelen van methodes om data te interpreteren. We hebben hier niet te maken met klassiek vergelijkend onderzoek met wat statistieken. Nee, het is veel gecompliceerder.’

Volgens Kussmann weten we nog te weinig van individualiteit, zeker als het om de voedingsinname en de effecten ervan gaat. Daarbij haalt hij het voorbeeld aan van de screening van baby’s op consultatiebureaus. ‘Wat meten zij daar nu? Lengte en gewicht? Twee parameters. Maar er zijn wel honderden parameters of metabolieten die mogelijk wat kunnen zeggen over de status van de gezondheid of de ontwikkeling van een baby. ’

Vervolgens neemt Kussmann zijn gasten nog mee naar het lab waar continu met spectrofotometrie analyses worden gemaakt van de voeding die door de proefpersonen is ingenomen, van de macro- en microvoedingsstoffen. ‘We kijken niet naar de effecten van individuele voedingstoffen die mensen innemen alleen, een vitamine of mineraal, maar juist naar de interactie die er plaatsvindt in het geheel van de voeding, het totale pakket.’

Pilot met Samsung

In het NIHS draait het om voedingsonderzoeken op drie terreinen: brein- en darmgezondheid en metabolisme, waarbij er veel aandacht uitgaat naar chronische ziekten en ouderdom. Het draait om de interactie tussen, genen, fysieke gesteldheid (fenotype), leefstijl en dieet. ‘We willen voeding persoonlijker maken’, zegt Eric Rolland, adjunct-directeur van het NIHS. ‘We werken met dezelfde technieken als in de farmaceutische sector, maar het verschil is dat het bij Nestlé draait om preventie en niet om genezing achteraf, we willen gezondheid en het behoud daarvan begrijpen vanuit het perspectief van een gezonde voeding, niet vanuit het behandelen van een ziekte.

Het gaat bij ons niet om de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. We maken gebruik van kennis die er is over natuurlijke producten en ingrediënten. We kijken welke effecten deze bereiken in de mens en of de effecten die we in individuen vinden algemener toepasbaar zijn. Met onze kennis staan we wel aan de basis van producten, wij ontrafelen de mechanieken waarmee productontwikkelaars verder aan de slag kunnen. We kijken naar de interactie tussen genen, voeding, leefstijl en de relatie met gezondheid op lange termijn.’

Om te zien hoe kennis in de praktijk kan worden gebracht, ging Nestlé onlangs een samenwerkingsproject aan met technologiebedrijf Samsung. In een pilot wordt uitgezocht hoe de kennis op voedingsgebied te verbinden is met nieuwe technieken, waarmee consumenten gepersonaliseerde adviezen kunnen krijgen op het gebied van voeding, leefstijl en fitheid.

Hersenactiviteit 

Even verderop in het NIHS-gebouw bevinden zich onderzoekers Amy Pooler en Claus Rieker, beiden gespecialiseerd in hersenonderzoek. Zij doen onderzoek met menselijke stamcellen, afkomstig uit speeksel of de huid van volwassenen, die in een medium (met de optimale omstandigheden voor celkweek) zijn omgevormd tot neuronen. Ze kweken hersencellen op basis van cellen van gezonde of ongezonde mensen (met Alzheimer), om er vervolgens mee te experimenteren.

Op een beeldscherm laat Pooler de neuronen zien die zij 24 uur geleden tot leven bracht. Er zitten wat dode cellen tussen, maar het merendeel van de neuronen vertoont een levendige activiteit. Met hun uitlopers proberen de cellen elkaar te bereiken. ‘Dat is goed,’ zegt Pooler, ‘daaraan zien wij dat het een goede kweek is. En dat na pas 24 uur. Afhankelijk van het medium kunnen we ze een paar maanden in leven houden. Gedurende de kweek kunnen we ze blootstellen aan allerlei experimenten, zoals extracten uit voeding of individuele moleculen. We willen de markers vinden die verantwoordelijk zijn voor hersenveroudering. En als we deze zien veranderen, dan kunnen wij daar wellicht wat aan doen met voedingsinterventies.’

Collega Rieker laat zien hoe de activiteit van de cellen in kaart wordt gebracht. Dat gebeurt via elektronenoverdracht tussen de cellen. ‘Het is aan de hand van deze waarnemingen niet te zeggen wat een gezond persoon is, maar we zien wel wat een normale activiteit is: niet te snel, niet te langzaam. We willen uiteindelijk verbanden kunnen leggen tussen de ontwikkeling van cellen, celfunctionaliteit, de genen en de interactie met de voeding. We hopen hiermee aan te duiden welke personen welke voeding het beste kunnen nemen.’

Functional Genomics

In een ander gebouw geeft onderzoeker Patrick Descombes, hoofd van de afdeling Functional Genomics, uitleg over het onderzoek dat Nestlé uitvoert aan de genen van proefpersonen. Er staan machines voortdurend genenpakketten van mensen te analyseren. ‘Het gaat erom dat we het DNA van verschillende personen analyseren en met elkaar vergelijken’, zegt hij. ‘We kijken naar bepaalde genetische kenmerken in de genen in relatie tot voeding of ziekte. Door heel veel vergelijkingen te maken, hopen we iets te kunnen zeggen over de relatie tussen bepaalde genen en het effect dat een bepaalde voeding of componenten daaruit kunnen hebben op het metbolisme.’

Het was in 2001 dat de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton de ontrafeling van het menselijke genoom aankondigde. In de jaren negentig van de vorige eeuw investeerden twee competitieve teams – wetenschappelijke en industriepartners – gedurende tien jaar zo’n drie miljard dollar om het menselijke genoom (van drie miljard basenparen) te openbaren. Anno 2016 duurt het anderhalve dag om het complete genoom van een persoon te ontrafelen. Tegen een prijs van minder dan 3000 dollar per keer, met machines die zo’n 600.000 dollar per stuk kosten. Bij Nestlé ratelen de machines dag in dag uit. De genetische data worden in verbinding gebracht met de data die gevonden zijn in de andere afdelingen van het NIHS.

‘We kijken niet alleen naar de genen van mensen’, zegt Descombes. ‘We vergelijken hier bijvoorbeeld ook de genen van verschillende koffievariëteiten om te zien welke soorten we het beste kunnen aanplanten, bijvoorbeeld omdat ze beter tegen droogte kunnen of om de smaak die de koffie levert. Of we kijken naar het DNA van bacteriën die al dan niet bepaalde stoffen of enzymen kunnen produceren die voor de menselijke spijsvertering van belang zijn.’ Hoewel de percentuele verschillen in de genen tussen mensen erg klein zijn, zorgen deze kleine afwijkingen toch al voor veel variëteit tussen mensen.

Productinnovatie

Als grootste voedingsmiddelenbedrijf ter wereld steekt Nestlé veel geld in onderzoek en productinnovatie. De oprichting in 2011 van het NIHS past in de lange traditie van het bedrijf op het gebied van innovatie, die al een vlucht nam toen ‘uitvinder’ en chemicus Henri Nestlé, naast een aantal andere producten, in 1867 een babyvoeding ontwikkelde die de zuigelingensterfte in Zwitserland drastisch verminderde.

Wereldwijd eten en drinken miljoenen mensen nu dagelijks producten van Nestlé. Hoewel er een paar duizend merken zijn, wordt ruim drie kwart van de omzet gehaald uit de 25 best verkopende producten. Denk daarbij aan chocolade (Galak), koffie (Nespresso), water (San Pellegrino en Perrier) of babyvoeding. ‘Wat mensen vaak vergeten is dat Nestlé van origine een melkbedrijf is, daarom zie je bij ons veel melkproducten, waarvan veel in poedervorm’, licht Robin Tickle toe. Hij is het hoofd mediarelaties wereldwijd van Nestlé die de groep internationale journalisten rondleidt door de gangen van het Nestlé-hoofdkantoor in Vevey, waar een aantal van Nestlé’s producten en merken staan tentoongesteld.

Het bedrijf begon met babyvoeding, maar aan de andere kant van het spectrum houdt Nestlé zich ook bezig met voeding gericht op ouderen. Zo ontwikkelt Nestlé Healthcare Nutrition producten die liggen tussen voeding en farma. Tickle pakt een product van het

display. ‘Dit is bedoeld voor ouderen. Het heeft een hoge dichtheid aan eiwitten. Zo geef je senioren in een geconcentreerde vorm alle voedingsstoffen die ze nodig hebben.’ Ook staan er voedingsmiddelen om het immuunsysteem te versterken tijdens chemotherapie. Tickle grijpt een ander product. ‘Hier, dit is voor baby’s met een eiwitallergie. De producten veranderen continu. Er zijn steeds nieuwe ontwikkelingen.’

60-40-plussysteem

Nestlé profileert zich als een health and wellness company. En niet voor niets. Gezonde voeding behoort al jarenlang tot een van de grootste consumententrends. Mensen zijn steeds bewuster met hun gezondheid bezig. Maar Nestlé produceert naast voedingsmiddelen die bekend staan als gezond ook producten als ijs en chocolade. Waar mogelijk streeft de multinational ernaar om de samenstelling van deze lekkernijen gezonder te maken. Maar dan wel met behoud van smaak en kwaliteit.

Nestlé werkt met het zogeheten 60-40-plussysteem. ‘Nieuwe producten moeten beter smaken dan die van onze naaste concurrenten. We doen dit via blinde consumententesten. Als niet minimaal zestig procent van de consumenten de voorkeur geeft aan dit product dan komt het niet op de markt’, legt Tickle uit. En dan de “plus”. Die betekent dat het voedingsmiddel niet alleen beter moet smaken, maar dat ook de voedingswaarden superieur moeten zijn aan die van de concurrentie. ‘Dat houdt in: minder zout, suiker of vet. Maar het kan ook een toegevoegde waarde aan het product zijn. Als je dit permanent doet dan heb je uiteindelijk het beste product.’

Suikerreductie

Nestlé streeft continu naar renovatie en innovatie van het gehele productportfolio. Olivier Roger gaat de innovatie-uitdaging graag aan. De wetenschapper speurt in het Nestlé Research Center (NRC) fulltime naar technische oplossingen voor suikerreductie. Hij houdt van het spel van herformuleren.

Vooral als het gaat om textuur is het vervangen van suiker een grote uitdaging, weet hij. ‘We besteden onze meeste onderzoekstijd hieraan.’ Het vervangen van suiker in vloeibare en semi-vloeibare producten gaat nog wel. Bij harde producten als koek, poederproducten, ijs en ontbijtgranen wordt het al een stuk lastiger. ‘Als je suiker toevoegt aan ijs gaat het bevriezingspunt naar beneden. Zo krijg je een ijsje met een zachtere structuur. Haal je de suiker weg dan houd je één ijsblok over. Je moet voorzichtig zijn met suikerreductie in ijs en zoeken naar ingrediënten die zorgen voor het behoud van textuur en structuur.’

Roger’s doel is om een voedingsvezel te ontdekken met een zo groot mogelijk toepassingsgebied. Daarvoor zijn heel veel testen nodig. Onlangs testten hij en zijn team meer dan 120 ingrediënten. Een hele klus, want al die vezels kun je op verschillende manier uit de producten winnen, en dan krijg je allemaal verschillende eigenschappen, legt de wetenschapper uit. Zo zijn lange vezels erg viskeus en ook erg korte vezels kunnen problematisch zijn vanwege gastro-intestinale tolerantie. Uiteindelijk lukt het wel om de juiste te vinden. Zo is voor de suikerreductie in Nesquik (>30%) en Smarties-ijs (20%) maisvezel gebruikt. ‘Je reduceert zo niet alleen suiker maar ook calorieën in het algemeen, je vervangt vet en je verhoogt de vezelinname, want veel mensen over de hele wereld krijgen hier veel te weinig van binnen.’

Nesquik vormde een groot herformuleringsproject waarbij teams uit de verschillende geledingen van Nestlé samenwerkten. Het ging daarbij niet alleen om suikervermindering, maar ook om het verrijken van het product met ijzer en vitamines. Roger is blij met het geherformuleerde Nesquik dat sinds kort wel op de Franse markt verkrijgbaar is, maar nog niet in Nederland. Je proeft amper verschil met de oude Nesquik, constateert hij. Mogelijk nog trotser is hij op het Smarties-ijs met minder suiker. Nestlé mag hier niet over communiceren, omdat het maar over 20% reductie gaat en communicatie over suikerreductie mag pas bij 30%. ‘Ja, ik ben hier trots op. Ik geef het ook aan mijn kinderen en zo geef ik ook wat terug aan de maatschappij.’ Op weg naar een voeding die beter aansluit bij de interpersoonlijke variatie van consumenten.

Nestlé Research

Bij Nestlé werken wereldwijd meer dan vijfduizend mensen aan Onderzoek en Ontwikkeling (R&D) in onderzoeksfaciliteiten. In 2015 spendeerde het bedrijf ruim €1,5 miljard aan R&D.

Het Nestlé Institute of Health Sciences (NIHS) bevindt zich op de campus van de Technische Universiteit van Lausanne (Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne, EPFL). Nestlé werkt ook samen met de universiteit aan fundamenteel onderzoek op verschillende onderzoeksgebieden zoals voeding. De Nestlé Research Centers (NRC’s) zijn gevestigd in onder andere Lausanne (Zwitserland), de Verenigde Staten en Azië (Singapore). Deze centra vormen de basis voor Nestlé’s innovatiepijplijn voor alle onderdelen van de multinational. Dit is inclusief de Clinical Development Unit (CDU) die verantwoording draagt voor het ontwerp en de uitvoering van Nestlé’s klinische onderzoeken wereldwijd.

Feiten Nestlé

– 335.000 medewerkers wereldwijd

– Nestléproducten worden in 189 landen verkocht

– Wereldwijd zijn er 436 fabrieken in 85 landen

– Er zijn ruim 2000 lokale en wereldwijde Nestlémerken

– Afgelopen jaar (2015) behaalde Nestlé een omzet van ruim €81 miljard

Alimentarium; een museum gewijd aan voedsel

In het statige oude hoofdkantoor van Nestlé in het Zwitserse Vevey, aan de oever van het meer van Genève, is het museum Alimentarium gevestigd. Het is geheel gewijd aan ons eten. Bezoekers krijgen er onder andere informatie over voedselproductie, de relaties van ons eten met de gezondheid, de maatschappij en verschillende culturen. Ze kunnen er uren verblijven en zien er bijvoorbeeld historische voorwerpen die te maken hebben met voedselproductie in verschillende culturen of het oudste cakeje ter wereld, gevonden in een Egyptische piramide. Het is een interactief museum waarin bezoekers niet alleen kennis kunnen maken met fysieke objecten die raken aan de geschiedenis, cultuur, gezondheid en ontwikkeling van ons eten.

Ook via digitale kanalen is er veel te ontdekken, zoals de loop van voedselstromen over de wereld of hoe het eten zich door het lichaam verplaatst. De collectie bevat meer dan 10.000 voorwerpen waarvan er 400 digitaal te bekijken zijn. Ook wordt op de Alimentarium-website veel kennis over voeding op een samenhangende manier getoond, onderbouwd met wetenschappelijke bronnen. Het museum bestaat sinds 1985. In juni werd het gemoderniseerde Alimentarium heropend na een negen maanden durende verbouwing die voor een groot deel gefinancierd werd door Nestlé.

 

Reageer op dit artikel