artikel

Ontmoetingen tussen ontwerpers en boeren

Algemeen

Ontmoetingen tussen ontwerpers en boeren

Een van de onderdelen van de Dutch Design Week 2016 in oktober in Eindhoven was de presentatie van een aantal projecten van Agri meets Design. Dit is een platform waarin boeren en ontwerpers elkaar ontmoeten en samenwerken aan maatschappelijke vraagstukken en waarin op een andere manier tegen ons eten wordt aangekeken. Voor het vierde achtereenvolgende jaar waren er tijdens de designweek resultaten van deze coöperatie te zien. Het platform is een initiatief van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie ZLTO, de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Economische Zaken.

Een varkentje ligt tussen dranghekken te slapen op een dikke mat van stro, op het een terrein waar voorheen Philips was gevestigd en waar nu een centrale expositie van de Designweek plaatsvindt. Drie jongetjes staan erbij te kijken. Dan wordt het beestje wakker en loopt via een plank naar een aanpalend hok met stro en een glazen wand. De kinderen snellen erheen en gaan op krukjes voor het glas zitten. Het varkentje gaat gauw weer naar buiten. Ze lijken het jammer te vinden, de kinderen hadden duidelijk gehoopt op een langere binnenvoorstelling.

Diversiteit

Het varken met lichtbruine krullen is een kruising van het Hongaarse Mangalica wolvarken en het meer industriële Durocras. Het is ontwikkeld door de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen in samenwerking met de boeren van de Brabantse varkensboerderij Heyde Hoeve. Vanmechelen is als kunstenaar vooral vermaard geworden door het kruisen van dieren, het grondidee voor zijn bioculturele kunstwerken. Zo heeft hij bekendheid verworven met het Cosmpolitan Chicken Project, waarin hij kippen van over heel de wereld met elkaar kruiste.

‘Een jaar geleden had ik een speeddate op deze zelfde plek’, verhaalt Vanmechelen. ‘Het stond in de sterren geschreven dat ik wat zou gaan doen met een kippenboer, maar ik vond mijn aansluiting met de medewerkers van de Heyde Hoeve van varkensboer Tiny Schepens en zijn team. Zij waren met de kern van de zaak bezig. Ze bekommeren zich over de vraag hoe ze een goed stuk vlees op het bord kunnen krijgen; een maatschappelijke bezorgdheid die erover gaat hoe we ook morgen nog onze voedselketen kunnen controleren. Met deze match voelde ik aan dat ik moest gaan kijken naar hun boerderij en daar zag ik transparantie. Mensen konden in de stallen kijken, maar er liepen ook varkens vrij rond, niet meer alleen in boxen.’

In gesprekken met de boeren kwam Vanmechelen erachter dat de oorsprong van het varken nooit vermeld werd. ‘Het varken is onderhevig aan continue veranderingen in de tijd. Zo kwam ik weer uit op mijn terrein, het kruisen.’ Vanmechelen wil mensen biologische en culturele diversiteit laten zien. ‘Mijn filosofie is dat kruisen onze vitaliteit bepaalt. Het gaat erom om iedere keer opnieuw de genen te verfrissen, zodat er geen inteelt of degeneratie ontstaat. De laatste jaren zijn we daar een beetje “ziek” in geworden. De concentratie heeft steeds gelegen op monoculturen die altijd eindig zijn. Mede hierdoor zit de voedselsector in een infarct.’ Toch zijn het de monoculturen die ervoor zorgen dat er voldoende voedsel voor iedereen kan zijn. Vanmechelen is dan ook niet tegen het gebruik ervan. ‘Het grote gevaar ligt er juist in dat we nu gaan doorslaan naar productie op lokaal niveau. Het gaat erom dat we het lokale in het globale integreren en het globale in het lokale, het gaat om de balans.’

Lucy boar

Zijn project gaat daar dan ook over. ‘Ik geef een min of meer industrieel varkensras (Duroc) met een hoge vleeskwaliteit een impuls door het te kruisen met het van origine Hongaarse Mangalica-ras. De kwaliteitsverbetering is sterk. In het Duroc-ras, dat al goed wordt doorontwikkeld bij Heyde Hoeve, worden als het ware bijna “wilde” genen ingebracht. We hebben nu een varken met een hoog vetgehalte. Mensen schrikken daar misschien van, maar het is veel gevaarlijker om varkens door te fokken tot waterbiggen.’

Het project heet Lucy Boar, vernoemd naar de eerste gevonden mensachtige Lucy. ‘De vrouw draagt de genen over naar de volgende generatie’, zegt Vanmechelen over deze symboliek. ‘Met dit eerste varkentje werken we ook samen met diverse universiteiten, onder meer om de genen in kaart te brengen. We staan pas aan het begin van een ontwikkelingsketen. Het gaat bij dit project ook om transparantie: mensen hebben er recht op te weten wat ze eten.’

Vanmechelen begon al op zijn vijfde met het kweken van kippen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat hij momenteel een van de grootste genetische databanken van kippen ter wereld heeft. In samenwerking met wetenschappers werkt hij er nog steeds aan. Het vlees van Lucy Boar wordt nog niet voor consumptie in gebruikt, maar in de foodtruck op de Dutch Design Week, kunnen bezoekers naast het binnenverblijf van het wollige varkentje een gratis Lucy Dog afhalen, een hotdog van varkensworstjes.

Nog meer varken

Even verderop staat het zogenoemde PatéCafé, onderdeel van het project Foodlab Peel dat ook voortvloeide uit een speeddatesessie tussen boeren en kunstenaars op de Designweek van vorig jaar. Ook hier kunnen bezoekers varken proeven, en wel een stukje paté dat gemaakt is van de delen van het varken die niet zijn verkocht op de vleesveiling, het zogenoemde vijfde kwartier. Het vijfde kwartier van een slachtdier bestaat uit de stukken vlees die niemand in Nederland wil hebben en die hoegenaamd niets waard zijn. Deze delen kunnen in andere landen echter gezien worden als delicatesse en ze worden dan ook vooral geëxporteerd, naar China bijvoorbeeld. PatéCafé is erop gericht varkensvlees beter te laten produceren én te consumeren, onder andere door meer bekendheid te verwerven voor de onbekendere delen van een varken en wat je daarmee kunt doen. De varkens komen van boerderij Berkvens in het Brabantse Mariahout. Ook op deze boerderij wordt een eigen, niet-standaard ras gehouden. ‘Het project leidt tot heel veel positieve reacties bij mensen, daarom willen wij en de boeren ermee verder’, zegt Digna Kosse van Foodcurators, een designbureau dat is gericht op vormgeving en eten. ‘Het is heel treurig, maar boeren zijn de laatste jaren vooral gewend geraakt aan negatieve kritiek. Dat geldt voor de veehouderij in het algemeen, maar voor varkenshouders wel het allermeest. We kijken nu samen met de boeren naar een volgende stap in de samenwerking. We denken erover hoe we het boerenbedrijf toegankelijker kunnen maken voor consumenten. Er kan bijvoorbeeld van alles plaatsvinden op varkensboerderijen, meer dan er nu gebeurt. Ook minder voor de hand liggende varkensproducten kunnen aandacht krijgen. Denk aan de varkensharen die voor kwasten gebruikt worden. Wellicht kunnen we op varkensboerderijen een soort hubs creëren waar allerlei zaken die rond een varken spelen samenkomen. De varkenshouder is immers meer dan een vast productieschakeltje in een heel rigide keten.’

Eggchange

Het project van kunstenares Marije Vogelzang richt zich op kippen, in het bijzonder op het ei. Ze wil laten zien wat er nog meer met het ei mogelijk is, naast het bestaande kip-en-ei-productiesysteem. In samenwerking met kippenboer Twan Engelen ontwikkelde ze onder de vlag van Foodlab Peel en Agri meets Design een systeem waarmee iedereen zijn eigen kippenhouderij kan beginnen. Bezoekers van de Eggchange krijgen een bevrucht ei en een certificaat waarmee ze zich (per mail) committeren aan het project. Het ei kunnen ze vervolgens opeten of uitbroeden. Op een Youtube-filmpje wordt getoond wat er voor nodig is om het ei tot kuiken en kip te maken. Het ei is na productie nog zo’n drie dagen lang in een staat waarin het nog uitgebroed kan worden. Vogelzang ziet de kip als een wonderdier dat voor iedereen voor voldoende eieren zou kunnen zorgen. Deze eieren kunnen vervolgens als een betaalmiddel dienen: ‘Het belang van het persoonlijke kapitaal wordt dan bepaald door natuurwetten in plaats van door marktmechanismen. Het belang zit in het ei zelf.’ Zo schrijft ze in het boekje dat bij het project hoort. Designweek-

bezoekers die een ei mee naar huis nemen, kunnen ervoor kiezen het op te eten, de kip die eruit komt op te eten of de kip te houden voor meer eieren of voor meer kippen. ‘De achterliggende bedoeling is om anders naar de productieketen te kijken en kippen anders te zien dan stukken vlees verpakt in plastic’, aldus Vogelzang.

Stroop!

Een project dat niet uitgaat van dierlijke, maar van plantaardige producten is Stroop! Het is een idee van industrieel designer Chloé

Rutzerveld die al sinds haar studie aan de TU Eindhoven gefascineerd is door de natuur, het menselijke lichaam en de relatie van de mens met zijn eten. Ze ontwikkelde een stroopwafel die gemaakt is van groenten als bieten, wortels of knolselderij. Ze maakt alleen gebruik van groente die niet als A-categorie is geclassificeerd en afvalt als het gaat om de verkoop in de winkels: een stroopwafel op basis van de reststroom. Om haar idee in een product om te zetten, werkte ze samen met Martin Schreiber, student voedseltechnologie aan de Wageningen Universiteit, die ze toevallig in de trein had ontmoet. Een vruchtbare samenwerking die leidde tot de producten die op de designweek te zien zijn. ‘Een groot deel van de groenten wordt gebruikt voor sap waarvan we de stroop maken, de rest bestaat voornamelijk uit vezels waarvan de wafel gemaakt kan worden’, licht Chloé toe. Bij de opening van de Designweek is het een drukte van belang rond haar stand. De gedeputeerde voor agrarische ontwikkeling van de provincie Noord-Brabant is samen met Commissaris van de Koning, Wim van der Donk, ook aanwezig om bij de projecten te kijken. ‘Moet je dat eens proeven’, wijst Van der Donk naar de stroopwafels, ‘da’s lekker’. Hij likt er zijn vingers bij af.

Reageer op dit artikel