artikel

25 jaar DCN – Voedingsminded artsen goed voor diëtisten

Algemeen

25 jaar DCN – Voedingsminded artsen goed voor diëtisten

‘Er zijn goede aanwijzingen dat complexe koolhydraten en een voeding met vezels, gunstig zijn voor de gezondheid. Gezonde mensen die nu overgaan naar een voeding die heel hoog in vet is, vind ik geen goed idee. Ik maak me daar ook zorgen over, omdat we niet weten wat dit op lange termijn gaat doen.’

Aan het woord is hoogleraar vetzuurmetabolisme aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Ingeborg Brouwer, tijdens de discussie aan het einde van het jubileumcongres 25 jaar DCN, dat begin december gehouden werd in het Valk Hotel in Veenendaal. ‘Er zijn kortlopende studies geweest naar onder andere het effect van minder koolhydraten in het dieet bij diabetes’, vervolgt Brouwer. ‘Dat laat leuke resultaten zien, maar wat gebeurt er op de lange termijn? Bij dit soort voedingspatronen zie je dat de vezelinname doorgaans enorm naar beneden gaat. Als groente en fruit gestimuleerd wordt prima, maar het moet niet zo zijn dat we ’s ochtends aan de eieren met spek gaan zitten omdat het zo goed voor ons is, daar hebben we echt geen aanwijzingen voor. Ik maak me zorgen omdat ik bang ben voor meer darmziektes in de toekomst.’

Maag-darm-leverarts Lisbeth Mathus-Vliegen, die eveneens aan de discussietafel plaatsnam, beaamt de zorg van Brouwer. Eerder gaf Brouwer een lezing waarin ze de wetenschappelijke evidentie voor het terugdringen van het aandeel verzadigd vet in de voeding liet zien. Daarbij haalde ze de recente studie van onderzoekers van de Harvard T.H. Chan School of Public Health aan, die eind november werd gepubliceerd in The BMJ. In de studie is gepoogd het effect van individuele verzadigde vetzuren te onderzoeken.

De dagelijkse vervanging van verzadigde vetzuren zoals ze voorkomen in palmolie, vlees en melkvet, door meervoudig en/of mono onverzadigde vetten, volle graanproducten of plantaardige eiwitten, laat zien dat het relatieve risico van coronaire hartziekten kan dalen.

Artsen

Tijdens de discussie werd ook nog ingegaan op de toenemende aandacht van artsen voor voeding en de rol die ze willen gaan spelen als ‘leefstijlarts’. Vanuit de zaal kwam de vraag of dit geen bedreiging vormt voor de diëtist. ‘Waarom niet meteen een diëtist inschakelen?’ Professor Marianne Geleijnse van Wageningen Universiteit, die op het symposium een lezing gaf over zout in de voeding, gaf aan dat steeds meer artsen voedingsminded zijn en dat biedt volgens haar juist kansen voor diëtisten.

‘Ik zou niet weten waar de artsen in de praktijk de tijd vandaan halen of hoe dit bekostigd moet worden. Diëtisten kunnen hierop meeliften.’ Dat artsen zich meer met voeding bezighouden wordt hoog tijd, volgens de panelleden. Andermaal werd het tekort aan basiskennis over voeding bij artsen benoemd. ‘Ze kunnen amper vet van koolhydraten onderscheiden, maar ze hebben er wel een mening over’, aldus Brouwer.

Vitamine D

Een door de jubilerende diëtisten goed gewaardeerde lezing kwam van emeritus-hoogleraar Wim Buurman van de universiteit Maastricht. Hij beantwoorde vooraf ingediende, praktische vragen van diëtisten over vitamine D. Bijvoorbeeld de vraag waar de vitamine D-norm op gebaseerd is. ‘Alleen op botgezondheid’, verhelderde Buurman. ‘Er wordt heel veel onderzoek gedaan naar vitamine D, in verband met spieren en noem maar op. De makers van de norm vinden echter dat er onvoldoende stevig wetenschappelijke gegevens zijn om zich op andere zaken te baseren.’

Een andere vraag ging over de moeilijkheid om lage vitamine D-waarden op peil te houden. Om een gezond niveau te bereiken duurt het volgens Buurman enkele maanden als dagelijks bijvoorbeeld 800IE (20ug) wordt geslikt. Zeer lage waarden kunnen volgens hem het beste worden opgehoogd met een D-preparaat met hoge dosis, zo’n 31 keer de normale dagelijkse dosis van 800IE. ‘Hiervoor is wel de huisarts nodig die zo’n shot kan voorschrijven.’

Over de vitamine D-waarden van de jubilerende diëtisten maakt Buurman zich geen zorgen. Tijdens een DCN-Acadamy-bijeenkomst in mei had hij van 90 bezoekers bloed afgenomen. De resultaten presenteerde hij tijdens zijn lezing. Het merendeel had gezonde D3-niveaus. Eerder deed hij een soortgelijke steekproef bij apothekers. ‘Je kunt duidelijk zien dat zij veel slechter scoren dan diëtisten’.

Reageer op dit artikel