artikel

De Dutch Healthy Diet index 2015: Een score die meet hoe goed je aan de Richtlijnen goede voeding 2015 voldoet

Algemeen

De Dutch Healthy Diet index 2015: Een score die meet hoe goed je aan de Richtlijnen goede voeding 2015 voldoet

In 2015 heeft de Gezondheidsraad de nieuwe Richtlijnen goede voeding gepubliceerd, die als doel hebben de kans op chronische ziekten te verlagen. Om te kunnen meten of iemand aan deze richtlijnen voldoet, heeft de afdeling Humane Voeding van de WUR samen met het RIVM een score opgesteld: de Dutch
Healthy Diet index 2015 (DHD15-index).

Deze score is de vernieuwde versie van de DHD-index uit 2011. De DHD15-index kent aan alle vijftien richtlijnen een score toe tussen de nul en tien punten. De vijftien afzonderlijke scores worden opgeteld voor een totaalscore. Bij de maximale totaalscore van 150 punten wordt volledig aan de Richtlijnen goede voeding 2015 voldaan.

Oorspronkelijke Dutch Healthy Diet index

Voedingsinname kan een groot effect hebben op de ontwikkeling van chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes en verschillende vormen van kanker. Een veelgebruikte manier om voedingsinname te onderzoeken is te kijken naar voedingspatronen. Voedingspatronen kunnen op meerdere manieren beschreven worden. Een van die manieren is het definiëren van een voedingspatroon op basis van voedingsrichtlijnen. Voedingsrichtlijnen representeren de optimale voeding voor preventie van chronische ziekten op basis van wetenschappelijke literatuur. In Nederland zijn daarvoor de Nederlandse Richtlijnen goede voeding opgesteld door de Gezondheidsraad. De DHD-index werd in 2011 ontwikkeld en geëvalueerd door Linde van Lee en collega’s (1). Deze score gaf de mate van naleving van de Richtlijnen goede voeding 2006 weer.

Personen met een hoge score, die dus in hoge mate voldeden aan de richtlijnen, hadden gemiddeld een lagere energie-inname. Wanneer voor energie-inname gecorrigeerd werd, was de inname van vitamines en mineralen hoger bij personen met een hoge score. De DHD-index bleek een goede normering te zijn voor de mate waarin werd voldaan aan de richtlijnen, de voedingsstoffendichtheid van de voeding en dus de kwaliteit van het voedingspatroon. Daarnaast was te zien dat personen met een hoge score op de DHD-index 23% minder risico hadden op vroegtijdige sterfte in vergelijking met personen met een lage score (2).

Richtlijnen Goede Voeding 2015

In 2015 heeft de Gezondheidsraad de Richtlijnen goede voeding 2015 uitgebracht (3). De wetenschappelijke bevindingen op het gebied van voeding en chronische ziekten zijn systematisch in kaart gebracht. Op basis van deze bevindingen heeft de Gezondheidsraad vijftien specifieke richtlijnen opgesteld (4). De Richtlijnen goede voeding 2015 zijn geformuleerd op basis van voedingsmiddelen. Waar mogelijk is de hoeveelheid aangegeven die gegeten zou moeten worden om een gunstig gezondheidseffect te bereiken.

Er zijn zeven voedingsmiddelengroepen gespecificeerd waarvan een hogere inname wordt aanbevolen dan de huidige gemiddelde consumptie. Dit zijn groenten, fruit, volkoren graanproducten, peulvruchten, ongezouten noten, vis en thee. Van vijf voedingsmiddelengroepen wordt een lagere inname aanbevolen: rood vlees, bewerkt vlees, suikerhoudende dranken, alcohol en zout. Voor drie voedingsmiddelengroepen is een vervangingsrichtlijn geformuleerd. Dit houdt in dat voedingsmiddelen met een minder gunstig gezondheidseffect vervangen moeten worden door voedingsmiddelen met een gunstiger gezondheidseffect.

Als voorbeeld kunnen graanproducten genoemd worden: voedingspatronen met een hoog aandeel geraffineerde graanproducten, zoals wit brood, bloem en witte pasta, worden als ongezond aangeduid terwijl bijvoorbeeld volkoren brood en zilvervliesrijst in gezondere voedingspatronen passen. De bijbehorende vervangingsrichtlijn van de Gezondheidsraad is dan ook: ‘vervang geraffineerde graanproducten door volkoren graanproducten.’ Dezelfde soort vervangingsrichtlijnen zijn opgesteld voor de productgroep vetten en oliën (‘vervang boter, harde margarine en bak- en braadvetten door zachte margarine, vloeibare bak- en braadvetten en plantaardige oliën’) en koffie (‘vervang ongefilterde koffie door gefilterde koffie’). Voor de voedingsmiddelengroep zuivel is een handhavingsrichtlijn opgesteld. Dat wil zeggen dat de huidige consumptie in Nederland voldoende is om de gunstige gezondheidseffecten van zuivel te behalen en dat verdere verhoging van de inname niet nodig is en mogelijk zelfs ongunstige effecten kan hebben.

Dutch Healthy Diet index 2015

Om de mate van naleving van de Richtlijnen goede voeding 2015 te kunnen meten, heeft de afdeling Humane Voeding van de WUR samen met het RIVM de DHD-index geactualiseerd. De opzet van de score is gelijk gebleven, maar de componenten waaruit de score is opgebouwd zijn aangepast zodat deze overeenkomen met de Richtlijnen goede voeding 2015. De nieuwe score heeft de naam ‘Dutch Healthy Diet index 2015’ gekregen en bestaat uit vijftien componenten.

De maximale score per component is tien punten. Deze worden toegekend als iemand aan de richtlijn van deze component voldoet. De minimumscore is nul punten. Deze score wordt toegekend als iemand helemaal niet aan de richtlijn voldoet. Voor de richtlijn groenten krijgt iemand dus tien punten als  de minimale inname van groenten 200 gram per dag bedraagt. Wanneer er helemaal geen groenten gegeten wordt, is de score nul punten. Alle genuttigde hoeveelheden tussen 0 tot 200 gram groenten per dag krijgen een evenredige score tussen nul en tien toegekend.

Componenten waarbij een vermindering van de inname wordt geadviseerd, worden omgekeerd gescoord: bij een lage inname wordt een hoge score gegeven en bij een hoge inname een lage score. Voor de vervangingsrichtlijnen zijn geen waarden in gram per dag opgesteld, maar wordt de ratio berekend. Dit wordt gedaan door de inname van de vervangende voedingsmiddelen te delen door de inname van de te vervangen voedingsmiddelen. Voor de graanproducten wil dit zeggen dat de inname van volkoren graanproducten in gram per dag gedeeld wordt door de inname van geraffineerde graanproducten.

Een ratio van 1 wil zeggen dat een persoon evenveel volkoren als geraffineerde graanproducten eet. Een ratio groter dan 1 geeft aan dat deze persoon meer volkoren graanproducten eet dan geraffineerde graanproducten. Omgekeerd geeft een ratio lager dan 1 aan dat er meer geraffineerde graanproducten worden gegeten dan volkoren graanproducten. Voor deze ratio’s zijn afkappunten voor de minimale en maximale scores vastgesteld. Alle componenten, de bijbehorende richtlijn en de innames waarbij de minimale en de maximale score worden toegekend, staan in tabel 1.

Voor sommige componenten specificeert de Gezondheidsraad niet welke inname geadviseerd wordt. Om toch waarden voor de minimale en maximale score vast te stellen, is gekeken naar de achtergrondliteratuur die gebruikt is om de richtlijn op te stellen. De innames waarbij gunstige gezondheidseffecten optreden, zijn gebruikt om de afkapwaarde voor de maximale score vast te stellen.

Innames met ongunstige gezondheidseffecten zijn gebruikt om het afkappunt voor de minimale score vast te stellen. Indien er geen hoeveelheden in de richtlijnen genoemd zijn en er te weinig informatie is gevonden over welke innames een gezondheidseffect hebben, is gekeken naar de algemene innames en de verdeling daarvan in Nederland (Voedselconsumptiepeiling 2007-2010) (5). Op basis daarvan zijn innames voor de minimale score (15e percentiel van inname) of de maximale score (85e percentiel) vastgesteld, zoals ook voor de DHD-index is gedaan. Wanneer er in de Richtlijnen goede voeding gesproken wordt over ‘porties’, zijn de portiegroottes gebruikt zoals die in de Richtlijnen Schijf van Vijf van het Voedingscentrum worden genoemd (6).

Om tot een totaalscore volgens de DHD15-index te komen, worden de scores van de afzonderlijke componenten bij elkaar opgeteld, wat resulteert in een score van 0 tot 150. Personen die aan alle vijftien richtlijnen voldoen, krijgen dus de maximale score van 150 punten.

Evaluatie DHD15-index

Momenteel wordt de DHD15-index geëvalueerd. Er wordt onderzocht of deze ook geschikt is als normering voor de voedingsstoffendichtheid van de voeding en dus de kwaliteit van het voedingspatroon. Het doel van de Richtlijnen goede voeding is de preventie van chronische ziekten. Daarom wordt ook bekeken of naleving van de richtlijnen geassocieerd kan worden met gezondheidsindicatoren en een kleiner risico op chronische ziekten en vroegtijdige sterfte. Ook wordt onderzocht hoe de DHD15-index samenhangt met indicatoren voor de milieubelasting van voedselconsumptie (7,6).

Om de DHD15-index te berekenen zijn gegevens over voedingsinname nodig. Veelgebruikte methodes om de voedingsinname te schatten zijn de 24-uurs recallmethode en de voedselfrequentievragenlijsten (FFQ). Beide methodes hebben hun voor- en nadelen. Met een 24-uurs recall wordt bijvoorbeeld de inname van de afgelopen 24 uur in detail nagevraagd, wat informatie oplevert over de exacte producten die geconsumeerd zijn en over productdetails.

In grote epidemiologische studies worden uit praktische overwegingen vaak FFQ’s gebruikt. In FFQ’s wordt van producten en productgroepen de gebruikelijke inname over een langere periode nagevraagd. Als onderdeel van de evaluatie van de DHD15-index wordt gekeken in hoeverre scores gebaseerd op de 24-uurs recall en de FFQ overeenkomen. Daarbij wordt niet alleen naar de absolute scores gekeken, maar ook naar de mate waarin mensen gerangschikt kunnen worden op basis van deze scores.

Eetscore

Naast het gebruik van de DHD15-index in grote epidemiologische studies, zou de index ook als instrument voor monitoring, maatstaf voor de kwaliteit van de voeding en hulpmiddel bij voedingsadvisering gebruikt kunnen worden. Het afnemen van 24-uurs recalls en het invullen van een FFQ kost veel tijd, wat vaak een belemmering vormt in bijvoorbeeld ziekenhuizen en huisartsenpraktijken.

Daarom is de Eetscore ontwikkeld, een korte vragenlijst waarmee de DHD-indexscore berekend kan worden met daarbij een advies. Zo kan in minder dan tien minuten de voedingskwaliteit geschat worden (7). De Eetscore geeft een grafisch overzicht van alle scores, evenals de belangrijkste verbeterpunten en bijhorende voedingsadviezen. De Eetscore wordt momenteel aangepast en geëvalueerd door de afdeling Humane Voeding van de WUR.

Conclusie

De DHD15-index is een score die aangeeft hoe goed iemand voldoet aan de Richtlijnen goede voeding 2015. De DHD15-index kan gebruikt worden in onderzoek naar verbanden tussen voeding en ziektes, monitoring van de kwaliteit van voedingspatronen en meegenomen worden als maatstaf voor de kwaliteit van de voeding in onderzoek.

Referenties

1.  Van Lee L, et al. The Dutch Healthy Diet index (DHD-index): an instrument to measure adherence to the Dutch Guidelines for a Healthy Diet. Nutr J. 2012:11;49
2.  Van Lee L, et al. Adherence to the Dutch dietary guidelines is inversely associated with 20-year mortality in a large prospective cohort study. Eur J Clin Nutr. 2016:70(2);262-8
3.  Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag
4.  Kromhout D, et al. The 2015 Dutch food-based dietary guidelines. Eur J Clin Nutr. 2016:70(8);869-78
5.  Van Rossum CTM, et al. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults 7 to 69 years. 2011, RIV

6.  Voedingscentrum, Richtlijnen Schijf van Vijf 2016. Den Haag

7.  Biesbroek S, et al. Reducing our environmental footprint and improving our health: greenhouse gas emission and land use of usual diet and mortality in EPIC-NL: a prospective cohort study. Environ Health. 2014:13(1);27
8.  Van Lee L, et al. Evaluation of a screener to assess diet quality in the Netherlands. Br J Nutr. 2016:115(3);517-26

Reageer op dit artikel