artikel

Gewicht verslaan, is impulsen weerstaan

Algemeen

Gewicht verslaan, is impulsen weerstaan

Als gedrag zorgt voor een ongezonde leefstijl dan moet het ook lukken om dit de gezonde kant op te sturen, stellen wetenschappers op de Voeding Nu-bijeenkomst Gedrag en Overgewicht op 29 november in Wageningen. Hiervoor zijn verschillende tactieken te gebruiken, bijvoorbeeld nudging. Maar voor een blijvend effect moet wel eerst het gevaar van een terugval worden ingedamd.

Gedragswetenschapper Rob Holland laat een paar plaatjes van voedingsmiddelen zien tijdens zijn presentatie op de Voeding Nu-bijeenkomst ‘Overgewicht en Gedrag’ in Wageningen. Broccoli, een chocoladetaart, een appel en een saucijzenbroodje passeren de revue. Zoals hij al verwachtte: iedere bezoeker van de bijeenkomst weet wel dat broccoli gezond is en een chocoladetaart niet. Maar waarom proppen zoveel mensen zich dan toch dagelijks vol met ongezond voedsel?

Hij laat een interview zien met volkszanger Frans Bauer die tegenwoordig een stuk dikker is dan vroeger. Dat komt omdat hij onderweg naar optredens veel snacks, zoals minimarsjes verorbert. De zak marsen is vrijwel leeg als hij op de plaats van bestemming arriveert. ‘Frans weet dat dit niet goed is, maar de kennis dat te veel snoepen niet goed is, is niet genoeg.’ Gedrag wordt namelijk gestuurd door impulsen en die komen niet overeen met de intenties, vertelt Holland die onderzoek doet aan de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Terugval

Impulsief eetgedrag, vaak in combinatie met gevoelens van ongeluk, zorgt voor een terugval bij mensen die net keihard hebben gewerkt om overtollige kilo’s af te schudden. Het probleem van terugvallen in ongecontroleerd eetgedrag blijft vaak onderbelicht. De focus ligt meestal op het kwijtraken kilo’s, maar wat als die er na korte tijd weer net zo hard bijkomen? Wat doe je daar tegen? Ingrid Steenhuis besloot zich enkele jaren terug in dit onderwerp te specialiseren.

De hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam schreef er zelfs een boek over gebaseerd op wetenschappelijke inzichten Terugval en Verleiding, de kunst om afgevallen te blijven. Dat dit nog een hele opgave is, ondervindt ze tijdens haar onderzoeken. Maar zo stelt ze: zonder terugval is een structurele gedragsverandering niet mogelijk. Ze komt met verschillende voorbeelden uit de dagelijkse praktijk: Lisa die één keer tijdens een feestje te veel eet, een eenmalig slippertje; of Pieter die omdat zijn vriendin door een ander werkrooster een uur later thuiskomt zich alvast volpropt met tussendoortjes en zo weer kilo’s aankomt, een gevalletje ‘terug naar af’.

Steenhuis raadt diëtisten aan om een risicoprofiel op te stellen van hun cliënten en te inventariseren wie er behoren tot de hoogrisico-categorie om weer terug te vallen. Mensen die in deze categorie vallen hebben vaak last van negatieve gevoelens (depressie, eenzaamheid, enzovoorts), problemen met andere personen en sociale druk. Maar soms is zo’n hoog risico ook te herkennen aan heel positieve gevoelens, zoals iets te vieren hebben of een naderende vakantie. Het is zaak om een dreigende terugval zoveel mogelijk te voorkomen of de omvang ervan in ieder geval zo beperkt mogelijk te houden. Daarna is het belangrijk dat de cliënt de draad zo snel mogelijk weer oppikt, aldus Steenhuis.

Nudging

Dat is niet eenvoudig, want overal worden mensen verleid om te snacken: in supermarkten, benzinestations, op scholen en in winkelstraten. Vaak gebeurt dit met vet- en suikerrijk voedsel. Maar verleiden kan ook andersom, weet Emily de Vet. Benut daarvoor ook gewoon het impulsieve systeem van de mens. Dat kan door middel van nudging: simpele aanpassingen maken in de keuzecontext die gedrag beïnvloedt. In andere woorden: creëer een gezonde omgeving en maak alternatieve ongezonde keuzes onmogelijk.

Bijvoorbeeld door hints te geven over het gedrag van anderen, zoals gebeurde bij een proef met Milnerkaas die minder zout en vet bevat dan reguliere kaas. Toen in de supermarkt een bordje stond met de tekst ‘meest verkocht in deze supermarkt’ groeide de aankopen onder de ‘impulsieve’ groep respondenten van 7% naar 28%. En wat te denken van het center stage effect: consumenten zijn geneigd eerder het middelste product te pakken. Zet het kleinste potje jam in het midden en de gezonde keuze stijgt van 38% naar 59%. Of serveer een grote portie snackgroente en de consumptie neemt met meer dan de helft toe, weet onderzoekster De Vet van Wageningen University and Research (WUR). Zet ongezondere producten net even iets verder weg, zo’n 50 centimeter.

Ook dat sorteert effect, bleek uit onderzoek dat De Vet en haar collega’s in 2012 deden: 40% van de respondenten at nog maar uit de snoeppot in plaats van de 70% die dat deed toen de lekkernijen net een halve meter dichterbij stonden. Ondanks de tips en trucs van De Vet lijkt het uitbannen van voedingsverleiding een utopie. Dat zou ook niet goed zijn: mensen moeten in staat zijn beheersing op te brengen en daarvoor zijn verleidelijke situaties nodig, stelt de wetenschapster.

Weerstand tegen verleidingen

Blootstelling aan verleiding kan functioneel zijn in het aanleren van zelfregulatie, bleek uit onderzoek. Zo werden kinderen op een basisschool eens vijf dagen blootgesteld aan snoep. Er was een controlegroep zonder snoep, een groep die ging rekenen met snoepjes en er waren scholieren die werden geconfronteerd met een snoeppot op het bureau van de leraar.

Hoewel de aantrekkingskracht bij de leerlingen die rekenden met de zoetigheid het hoogst was, wisten alle groepen zich redelijk te beheersen. ‘Er was nauwelijks verschil in het werkelijke snoepen. En we hadden de kinderen niet verboden te snoepen.’ De Vet concludeert: we zijn niet zomaar “slachtoffers” van een ongunstige voedselomgeving, maar interacteren hiermee. Ze raadt consumenten aan zichzelf, eventueel met behulp van de diëtist, strategieën aan te leren om weerstand te bieden aan verleidingen.

Reageer op dit artikel