artikel

Schijf van Vijf: adviezen voor Nederlanders met een niet-westerse achtergrond

Algemeen

Schijf van Vijf: adviezen voor Nederlanders met een niet-westerse achtergrond

In maart 2016 werd de nieuwe Schijf van Vijf gelanceerd. Bij het opstellen van de onderliggende richtlijnen is gebruikgemaakt van de voedselconsumptiepeilingen onder alle Nederlanders van het RIVM. Berekeningen laten zien dat de adviezen uit de Schijf van Vijf ook kunnen gelden voor Nederlanders met een niet-westerse achtergrond.

Het Voedingscentrum vindt het belangrijk om zo veel mogelijk eenduidige adviezen uit te dragen. Omdat als kader voor de Richtlijnen Schijf van Vijf 2016 de voedselconsumptiepeiling onder alle Nederlanders is gebruikt, is geëvalueerd of de aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen van de Schijf van Vijf ook passen bij de voedingsgewoonten van Nederlanders met een niet-westerse achtergrond. Dit is gedaan op basis van informatie over de voedselconsumptie van Nederlanders met een Turkse, Marokkaanse en Surinaamse (zowel Creoolse als Hindoestaanse) achtergrond in Amsterdam. Hiervoor is gebruikgemaakt van gegevens uit de HELIUS-studie (1).

De aanbevolen hoeveelheden volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf 2016, ingevuld met voedingsmiddelen die door Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond worden gegeten, resulteert in een vergelijkbare voorziening van voedingsstoffen als voor de autochtone Nederlanders. Uitzondering hierop is de lagere voorziening van vitamine D, alfa-linoleenzuur en vitamine A. Voor deze voedingstoffen geldt dat de discrepantie met de voedingsnorm kan worden opgelost door vaker te kiezen voor producten die meer van deze voedingsstoffen bevatten. Bijvoorbeeld door een olie te gebruiken met een grotere hoeveelheid alfa-linoleenzuur, walnoten die relatief veel alfa-linoleenzuur bevatten en groenten met veel bètacaroteen. Daarnaast geldt voor mensen met een getinte huid een suppletieadvies voor vitamine D.

De groepen met een niet-westerse achtergrond zijn gemiddeld minder lang dan de autochtone Nederlander en hebben dus voor een gezonde BMI minder energie nodig. De beperking in energie kan worden gerealiseerd door de hoeveelheden te kiezen aan de onderkant van de range van de aanbevolen hoeveelheden uit de Schijf van Vijf. Dit geldt voor brood, volkoren graanproducten en zuivelproducten. Uit de HELIUS-studie blijkt dat Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond van verschillende voedingsmiddelengroepen soms minder (bijvoorbeeld groente, smeer- en bereidingsvetten) en soms meer (bijvoorbeeld vlees en peulvruchten) eten dan de aanbevolen hoeveelheden van de Richtlijnen Schijf van Vijf.

Er kan geconcludeerd worden dat voor niet-westerse Nederlanders voor bepaalde voedingsmiddelengroepen dezelfde aandachtspunten gelden als voor de autochtone Nederlander, namelijk meer groente, fruit, volkoren graanproducten, voldoende zuivelproducten en minder vlees. Op basis van de resultaten van de HELIUS-studie lijkt, anders dan bij de autochtone Nederlanders, het stimuleren van de consumptie van vis, noten en peulvruchten niet nodig. Wel verdient de inname van voldoendea alfa-linoleenzuur, vitamine A en D dus aandacht.

Het is belangrijk dat adviezen aansluiten bij het behouden van of streven naar een gezond gewicht. Bij een geringer individuele energiebehoefte is het advies om eerst hoeveelheden aan de onderkant van de range van aanbevolen hoeveelheden te nemen en eventueel vervolgens minder calorierijke varianten van voedingsmiddelen. Dit advies geldt in principe voor alle bevolkingsgroepen. Voor mensen van Zuid–Aziatische herkomst of afkomstig uit een Afrikaans land ten zuiden van de Sahara, geldt dat ze al risico lopen op met name diabetes type 2 bij een lagere BMI (verhoogd risico vanaf BMI van 23 kg/m2) (2). Mogelijk geldt dit ook voor Nederlanders van Noord-Afrikaanse, Hindoestaanse en in zekere mate ook Creoolse afkomst. Voor deze groepen zijn daarom een gezond gewicht en eetpatroon extra belangrijk.

REFERENTIES

(1) De Boer E, Brants HAM, Beukers M, Ocké MC, Dekker L, Nicolaou M & Snijder M. Voeding van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en autochtone Nederlanders in Amsterdam. RIVM-rapport 2015:0099

(2) National Institute for Health and Care Excellence BMI: preventing ill health and premature death in black, Asian and other minority ethnic groups. Public health guideline [PH46]. 2013. https://www.nice.org.uk/guidance/ph46/chapter/1-Recommendations

Reageer op dit artikel