artikel

‘Voeding is de basis van ons bestaan’

Algemeen

‘Voeding is de basis van ons bestaan’

Gerja van Hunen is diëtiste met een eigen bedrijf: BaseLine voedingsadviesburo. Ze wil met voedingsadviezen mensen graag helpen gezonder te worden, want voeding ziet ze als de basis van het bestaan. Gedurende haar loopbaan is duidelijk geworden dat de zakelijke kant van het vak van diëtist weerbarstig kan zijn.

‘Wil je een stukje appeltaart bij de thee?’ vraagt Gerja van Hunen. ‘De taart is vers gebakken en de appels komen uit mijn eigen tuin.’ Van de overige appels maakt ze zelf appelsap. ‘Zo leuk om te kunnen genieten van de producten waar je zelf voor hebt gezorgd.’ Volgens haar zijn mensen de connectie met voedsel kwijt en in haar praktijk wil ze haar cliënten helpen deze connectie weer te vinden. Dit sluit aan op de voedingsvisie die ze hanteert in haar praktijk.

Baan creëren

Gerja is iemand die voor haar eigen ideeën staat. Nadat ze haar studie Voeding & Diëtetiek in 1984 had afgerond, begon ze als voedingsassistente in het ziekenhuis, als receptionist bij een hotel en daarna als dieetkok in een gemeenteziekenhuis in Arnhem. Gerja: ‘In die tijd waren er heel weinig banen beschikbaar, dus pakte je elke baan die er voorbijkwam aan. Op een gegeven moment wilde ik dat niet meer en dacht ik: als er geen banen beschikbaar zijn, dan creëer ik gewoon mijn eigen baan.’

Alles of niets vergoed

Gerja werd dus zelfstandig diëtist, maar werkte tegelijkertijd ook nog een aantal jaren in het ziekenhuis. In 1987 begon ze met haar praktijk. Tegenwoordig heeft ze een goedlopende diëtistenpraktijk, met een aantal vestigingen in en rond Nijmegen. Er zijn meerdere diëtisten die onder de naam van BaseLine werken, allemaal met hun eigen specifieke deskundigheid. ‘Dat is handig, want zo kunnen we binnen mijn praktijk naar elkaar doorverwijzen,’ vertelt Gerja. Het pad dat ze heeft bewandeld om tot een succesvolle praktijk te komen, was niet zonder tegenslagen. Ze merkte al snel dat de positie waarin zelfstandig gevestigde diëtisten zich bevonden niet sterk was. Bij diëtisten van de kruisverenigingen werden behandelingen door zorgverzekeraars volledig vergoed, en dat was bij zelfstandigen niet het geval. Dat betekende dat zelfstandig gevestigde diëtisten zich echt moesten onderscheiden.

Een praktijk is wél een bedrijf

Gerja, eigenzinnig als ze is, besloot vooral bekendheid te genereren met de goede zorg die ze cliënten kon bieden door veel tijd voor ze te nemen: een intakegesprek inclusief advies duurde bijna een uur, ze gaf persoonlijk advies op maat en begon een avondspreekuur. Ook was ze waarschijnlijk de eerste diëtist die zich inschreef bij de Kamer Van Koophandel (KvK). In die tijd werden praktijken van paramedici niet als bedrijf beschouwd en daarom was het niet gebruikelijk om dat te doen. Tegenwoordig is inschrijven verplicht. Om nog wat meer tegen de draad in te gaan, had Gerja een auto met reclame van haar praktijk BaseLine erop. ‘Met telefoonnummer en al’, zegt ze. Ondanks de groei van haar praktijk, liep ze als beginnend zelfstandige rond met veel vragen. De belangenbehartiging van de NVD liet echt te wensen over. Ze dacht: ‘Er moet toch ergens informatie vandaan te halen zijn om te kunnen starten als zelfstandig diëtist?’

Papierwerk

’Gelukkig’ waren er meer zelfstandig gevestigden die problemen ondervonden, bijvoorbeeld met het alleenrecht op vergoedingen van diëtisten in de thuiszorg. Praten met de zorgverzekeraars had geen zin, omdat deze niet één op één wilden onderhandelen. Gerja: ‘Met een paar collega-diëtisten hebben we toen een vereniging opgericht die opkwam voor de belangen van deze groep: de VZFD (Vereniging voor Zelfstandig Gevestigde en Freelance Diëtisten).’ Lacht: ‘Ja, een hele mond vol.’ Inmiddels is deze vereniging uitgegroeid tot de welbekende DCN (Diëtisten Coöperatie Nederland). Gerja legt uit dat het in die tijd niet gemakkelijk was om mensen te bereiken en een netwerk op te bouwen, omdat het internettijdperk nog niet was aangebroken. ‘We hebben toen allerlei ledenwerfacties bedacht, zoals het versturen van nieuwsbrieven en het verstrekken van aanbiedingen als mensen zich inschreven bij de vereniging. Het krijgen van contactgegevens was een enorme uitdaging, want er moest bijvoorbeeld voor het verkrijgen van adressen worden betaald en e-mails sturen was nog niet mogelijk. We probeerden zoveel mogelijk contacten te bemachtigen via bekende netwerken en reisden wat af om mensen in andere delen van Nederland te bereiken. Verder moest alles dus per post worden verstuurd. ‘En dit betekende heel veel papierwerk voor mij als secretaris.’ Toch werd de VZFD al snel succesvol en binnen een jaar na de oprichting hadden ze het al voor elkaar dat verschillende zorgverzekeraars vergoedingen gaven voor consulten bij de diëtist in de eerste lijn. Het aantal leden bleef gestaag groeien. Inmiddels bestaat de DCN al 25 jaar.

Destilleren van advies

Terug naar de appelboom, want naast alle uitdagingen is het Gerja’s vak om mensen te helpen met voedingsgerelateerde problemen. Gerja ziet voeding als de basis van het bestaan. Volgens haar is het erg belangrijk om gezondheid en welzijn van binnenuit te krijgen. Maar ze wil wel dat dit op een goede manier gebeurt. Hiermee bedoelt ze dat de adviezen die binnen BaseLine worden gegeven goed onderbouwd zijn en niet worden beïnvloed door externe partijen als de voedingsindustrie. ’Ik denk dat een diëtist een soort vraagbaak moet zijn die een goed voedingsadvies geeft, los van bedrijven, zodat de cliënt echt kan vertrouwen op wat de diëtist adviseert. Het is belangrijk dat je alle informatie die je als diëtist binnenkrijgt, bekijkt en beoordeelt om er vervolgens zelf een goed advies uit te destilleren.’ Daar staat Gerja ook voor: een goed onderbouwd advies op maat geven aan haar cliënten. ‘Maar ik vind het ook erg belangrijk dat ik aanbevelingen doe vanuit mijzelf. Ik wil dat de persoon die tegenover me zit een advies krijgt dat bij hem of haar past en waar ik als diëtist zelf ook volledig achter sta.’

Diepe motivatie

Verder vindt Gerja het belangrijk mensen keuzes te laten maken die beter zijn voor hun gezondheid, niet door adviezen op te leggen, maar door de diepere motivatie te doorgronden. ‘Als bijvoorbeeld een man op leeftijd met diabetes en overgewicht bij mij een afspraak maakt en zegt dat hij wil afvallen, probeer ik te achterhalen waaróm hij dan wil afvallen. Dan kan bijvoorbeeld blijken dat zo iemand binnenkort een kleinkind krijgt en daar veel tijd mee wil doorbrengen, wat met zijn huidige gewicht en de daarbij horende klachten misschien niet gaat lukken. Het kleinkind is dan de onderliggende motivatie en juist die motivatie probeer ik altijd eerst naar boven te krijgen. Een dergelijke drijfveer werkt immers beter bij het afvallen.’ Gerja vindt het belangrijk te zoeken naar oplossingen waar haar cliënten zelf mee komen, na het probleem te hebben gestructureerd. Dit helpt volgens haar een langdurig effect te bewerkstelligen.

Tomatenplant op balkon

Gerja gaat uit van pure, gezonde voeding: ‘Heel grappig: ik probeer vaak mensen over te halen zelf iets te produceren, ook al is het maar een tomatenplantje in een pot op het balkon.’ Zo leren mensen volgens haar voeding dichtbij te halen. ‘Net als de appelboom in mijn tuin. Zo leren mensen weer beseffen dat het verkrijgen van voedsel een mooi maar complex proces is en dat het niet zomaar uit een zakje komt.’

Omgaan met andere organisaties

Wat Gerja soms mist bij veel diëtisten is dat er weinig actie wordt ondernomen wanneer er zaken zijn waar ze het niet mee eens zijn. ‘Dat zou echt beter kunnen.’ Op de vraag of het aanpassen van het aanbod van lessen op de hogescholen hierover effect kan hebben, antwoordt ze dat het ook wel het soort mensen is in de wereld van diëtisten. Volgens haar is er onder de diëtisten zeker ook een aantal dat ondernemerschap en lef in zich heeft, maar dat aantal is relatief klein. ‘Hogescholen hebben denk ik wel de taak de studenten mondig te maken. Dat kan door communicatietrainingen op het gebied van omgaan met managers in andere organisaties. Hier zouden aankomende diëtisten zich dan ook weer in kunnen onderscheiden.’

Reageer op dit artikel