artikel

‘Cliënten binnenhalen blijft altijd hard werken’

Algemeen

‘Cliënten binnenhalen blijft altijd hard werken’

Het kan lastig zijn om als zelfstandig diëtist een goede boterham te verdienen. De concurrentie op de arbeidsmarkt is moordend en mensen hebben niet altijd geld over voor een goed voedingsadvies. Hoe zorg je ervoor dat je boven het maaiveld uitsteekt en succesvol wordt? Voeding NU bezoekt diëtisten met een eigen praktijk om te luisteren naar hun ervaringen. Dit keer dronk Voeding NU een kopje koffie bij Lisette van Deventer, eigenares van de praktijk Healthy Guts in Hoek van Holland. ‘Het werven van klanten is het moeilijkst.’ De praktijk van… Lisette van Deventer. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 5.

Naam: Lisette van Deventer (48);
Praktijk: Sinds april 2016;
Specialisatie: Darmproblematiek-een opgeblazen gevoel, winderigheid, maagzuur en een slechte stoelgang; Investering: €8000 tot €11.000;
Hoogtepunt: Het binnenhalen van een grote klus van Connexxion;
Dieptepunt: Je investeert 200 à 300% en er komt maar 50% uit.

‘Goede vetten en vitamine D zitten vooral in vette vis en het onverzadigde vet dat je nodig hebt, vooral in olijfolie, werkt ontstekingsremmend in het lichaam. Maar de verhouding tussen omega-3 en -6 ligt wel heel genuanceerd. Als je te veel omega-6 binnenkrijgt werkt omega-3 ook niet optimaal’, steekt diëtiste Lisette van Deventer meteen van wal. Ze excuseert zich: ‘Als ik eenmaal begin, ben ik niet meer te stoppen’, lacht ze. Van Deventer werkt iets meer dan een jaar als diëtist en de liefde voor het vak spat er duidelijk vanaf. Dat moet ook wel, als je begint aan een studie Voeding en Diëtetiek terwijl je de veertig al bent gepasseerd en besluit je brood te gaan verdienen in de lastige markt van de diëtetiek.

Hoe het allemaal begon

Voordat Van Deventer haar loopbaan als diëtiste begon, werkte ze op een administratiekantoor. Dat deed ze echter niet geheel tot volle tevredenheid. Nadat ze een zoon had gekregen, ging ze in een winkel aan de slag. Daar ontdekte ze dat ze het leuk vond om met mensen te werken. Dit gegeven en haar interesse in gezondheid deed haar in 2010 besluiten de studie Voeding en Diëtetiek te gaan volgen aan de Haagse Hogeschool. Dat was ’s ochtends werken in de bloemen in het Westland, ’s middags studeren en een dag per week naar school. ‘Dat was best pittig’, herinnert Van Deventer zich. In 2015 studeerde ze af. ‘Toen bleek dat solliciteren niet meeviel: er zijn zoveel diëtisten.’ Ze begon dan ook niet te werken als diëtist, maar in de gezondheidswinkel die toen nog bekend stond onder de naam De Tuinen; later veranderde deze naam in Holland & Barrett. Die ervaring vormde haar tot de diëtist die ze nu is. Het geven van productadvies ging Van Deventer goed af. Zo goed zelfs dat klanten vaak bij haar terugkwamen. Ze kreeg bij Holland & Barrett ook een interne cursus fytotherapie en leerde daarmee verder te kijken dan de traditionele diëtetiek. Ook viel haar op dat veel mensen vroegen om middelen tegen hun darmklachten. ‘Toen ik bij een diëtist in Den Hoorn stage liep, kwam ik erachter dat zeventig procent van de mensen darmklachten had. Ik dacht: hiermee ga ik me onderscheiden. Veel diëtisten hielden zich niet specifiek met dit onderwerp bezig, dus daar lagen mijn kansen.’

Een eigen praktijk: waar moet je op letten?

In april 2016 was het dan toch zover: Healthy Guts werd geboren. Van Deventer wilde zich meteen op de markt zetten als de diëtist die zich specialiseert in darmproblemen en hoe die met voeding te verhelpen. ‘Uit de ontlasting van mensen kun je zoveel opmaken. Ik noem het maar een poeppraatje’, lacht ze. ‘Voordat ik met de praktijk begon, heb ik veel gelezen en informatiedagen en -avonden bezocht over hoe je precies voor jezelf begint.’ Ze schreef zich uiteindelijk in als zelfstandig ondernemer bij de Kamer van Koophandel. Maar daarna begon het pas. Ze kon een praktijkruimte betrekken in een bedrijfsverzamelgebouw in de nabijheid van het strand van Hoek van Holland. Een dure grap zou je zeggen. ‘Dat valt wel mee’, reageert Van Deventer. Ze had geluk. Ze wist de ruimte via een kennis op de kop te tikken en betaalt een heel voordelig huurtarief per maand. ‘Maar het is nodig te investeren in bijvoorbeeld een goede professionele uitstraling en huisstijl. Dat wil zeggen: een logo, flyers, visitekaartjes, reclamebanners, cadeautjes om weg te geven en een website…. En let erop dat dit alles goed beveiligd moet zijn.’ Je moet dus heel wat geld meenemen voor een eigen praktijk. Gelukkig had Van Deventer nog een spaarpotje. ‘Een weegschaal, inrichting, opleiding, specialisatie orthomoleculair therapeut en je sluit je aan bij DCN. En dan heb je nog de cursussen die je moet volgen voor het kwaliteitsregister. Je maakt veel kosten. Je investeert voor een periode van vijf jaar en dat bedrag verdien je niet zomaar terug.’ Het is dus van belang de juiste keuzes te maken, benadrukt de zelfstandig diëtist. ‘Ik heb bijvoorbeeld geen contract met een zorgverzekeraar, omdat ik onafhankelijk wil zijn. Doordat mensen de kosten voor de consulten zelf moeten betalen, trek je gemotiveerde cliënten aan.’ Omdat ze geen contract heeft met zorgverzekeraars, krijgen cliënten een vergoeding van 70-75% van het marktconform tarief. Alleen DSW betaalt het gehele tarief van €15 per uur. Ondanks dat ze dus geen contract heeft met een verzekeraar, kan een huisarts wel degelijk naar Van Deventer doorverwijzen. Huisartsenpraktijken werken echter vaak al jaren met vaste diëtisten. ‘Daar kom je niet zomaar tussen.’

Hoe werf je klanten?

‘Het werven van klanten is het allermoeilijkst. Daar ben je zeventig procent van je tijd mee bezig.’ Van Deventer is daarom lid van verschillende ondernemersclubs. Daarnaast huurt ze een keer per week een praktijkruimte in een gezondheidscentrum in Naaldwijk, waar ze de connectie zoekt met andere gezondheidsprofessionals die daar werken. Het doel daarvan is dat die hun cliënten naar haar doorverwijzen en andersom. ‘Zo krijg ik via een reguliere diëtist uit Naaldwijk weleens een cliënt met darmklachten op mijn praktijk. Sporters zou ik weer doorsturen naar haar. Je kunt als diëtist immers niet alles weten. Ik ben orthomoleculair therapeut en diëtist. Ik ben dan ook aangesloten bij zowel DCN als bij MBOG, de beroepsvereniging voor orthomoleculaire geneeskunde.’ Eigenlijk is Van Deventer altijd aan het netwerken. ‘Als je maar even verslapt, merk je dat meteen’, weet ze. ‘Ik ben daarom nog steeds op zoek naar een vaste verwijzer.’ Dat zou haar lucht geven en de mogelijkheid de teugels af en toe een beetje laten vieren. Als startend diëtist zijn sociale media essentieel om cliënten te werven en opdrachten binnen te slepen. Van Deventer probeert zich via zelfgeschreven, korte teksten te profileren op Facebook en LinkedIn. Ze kan via de sociale media ook haar kleinschalige cursussen onder de naam Health Party promoten. ‘Een cursus met diverse onderwerpen naar keuze.’ Zo kreeg ze via LinkedIn een opdracht van een bedrijf uit Alkmaar om in Zeeland chauffeurs van Connexxion wat meer over gezonde voeding te leren. Van Deventer houdt voor deze chauffeurs een keer per week een soort spreekuur. ‘Maar ik doe ook boodschappen en maak hapjes voor hen. Het moeten wel hapjes zijn die ze allemaal lekker vinden.’

Toekomst

Van Deventer denkt dat het in de toekomst steeds meer om digitalisering zal draaien. ‘Ik overweeg zelfs om ook online voedingsadvies te gaan geven. Via de sociale media heb ik heel veel mensen in mijn netwerk die enthousiast zijn over mijn praktijk, maar die aan de andere kant van Nederland wonen. Ik denk er daarom aan om via Skype gezondheidsadvies te geven. Ik geef al adviezen via de mail. Klanten sturen mij ook weleens wat via de app en aan de hand daarvan kan ik dan een advies geven.’ Ook hoopt ze van harte dat de brug tussen reguliere en orthomoleculaire zorg er gaat komen. ‘Dit vooral in het belang van de cliënt.’ Zelf ziet van Deventer haar toekomst, na ruim een jaar een eigen praktijk te hebben gedraaid, redelijk zonnig in. Al kan ze nog niet rondkomen van haar verdiensten. Ze heeft momenteel acht vaste uren per week door de Connexxion-klus. ‘Mensen blijven me benaderen; ik merk dat mijn naamsbekendheid toeneemt.’ Ze verwacht pas over enkele jaren te kunnen oogsten van wat ze heeft geïnvesteerd, al houdt ze wat dat betreft nog een slag om de arm. ‘Je weet nooit hoe het gaat lopen. Ik ga er niet vanuit dat ik zal falen, maar ik sluit het ook niet uit.’

Reageer op dit artikel