artikel

FODMaPs (deel 2): De controverse over voedingsvezels

Algemeen

FODMaPs (deel 2): De controverse over voedingsvezels

Omdat FODMaPs (Fermentable Oligosacharides, Disacharides, Monosacharides and Polyols) zo’n belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid, is het een zorgwekkende ontwikkeling dat FODMaPs-vrije voedingspatronen steeds meer in zwang komen bij het brede publiek. In het eerste deel van dit artikel is uiteengezet wat voedingsvezels en FODMaPs zijn en wat ze betekenen voor de volksgezondheid. In dit tweede deel wordt hier verder op ingegaan en dan met name op de rol van volkoren graanproducten bij het behoud van een gezonde darmfunctie. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 6.

Dragen FODMaPs bij aan darmziekte of alleen aan discomfort?

Gasproductie is onderdeel van een normaal bacterieel metabolisme. Vluchtige organische stoffen (VOS) die bij bacteriële fermentatie geproduceerd worden, kunnen via de longen worden uitgeademd. Hierdoor kan een waterstof/methaananalyse van de uitademingslucht worden gebruikt voor het vaststellen van bacteriële overgroei van de dunne darm. Ook kan een lactose-intolerantie op deze manier worden aangetoond: bij normale vertering van melksuiker komen er geen componenten in de dikke darm en vindt er dus ook geen fermentatie en gasvorming plaats. In het geval van lactose-intolerantie komt echter de lactose onverteerd in de dikke darm terecht, waar fermentatie vervolgens leidt tot de productie van waterstof die in de uitademingslucht kan worden aangetoond.
Aan de hand van ademtesten is ook gebleken dat patiënten met chronische darmontsteking (Inflammatory Bowel Disease (IBD)) een zeer specifieke ademluchtsamenstelling hebben. De ademlucht van deze patiënten bevat onder meer vluchtige componenten die niet alleen door bacteriën worden geproduceerd (24). Bij patiënten met Prikkelbaar Darm Syndroom (PDS) blijkt een overmatige productie van waterstof en methaan op te treden. Dit is ook het geval bij mensen met andere aandoeningen, zoals bacteriële overgroei (waterstof) of constipatie en obesitas (methaan) (25). Het is dus mogelijk dat veranderingen in darmperistaltiek (motiliteit) en/of darmtransport een mechanistische rol in het ontstaan van klachten zouden kunnen spelen.
Major et al. (2017) rapporteerden dat bij een interventiestudie waarbij de proefpersonen gedurende drie perioden een drankje te drinken kregen dat glucose, fructose of inuline bevatte, patiënten met PDS na inname van fructose en inuline dezelfde klachten vertoonden als gezonde personen, hoewel fructose in beide gevallen tot meer symptomen leidde dan inuline (26). In dit licht concludeerden de auteurs dat de waargenomen symptomen eerder veroorzaakt werden door osmotische effecten, leidend tot een zwel-rekking van de dunne darmwand (gelinkt aan fructose-inname), dan door overmatig gasproductie (door fermentatie van inuline) in de dikke darm. Deze gegevens ondersteunen het feit dat niet alle koolhydraten die thans zijn ingedeeld onder FODMaPs, bij personen met PDS tot dezelfde klachten leiden.

Draagt gasproductie door FODMaPs-fermentatie ook bij aan andere ziektebeelden?

De meting in de uitademingslucht van vluchtige componenten die zijn ontstaan tijdens de stofwisseling vormt een nieuw diagnostische hulpmiddel voor het vaststellen van ziektebeelden, zoals diabetes of leverziekte (27,28). Het is echter onduidelijk of deze verbindingen zelf een causale rol (positief of negatief ) spelen bij de specifieke stofwisseling bij deze ziekten.
Een interessante gedachte is dat fermentatiegassen mogelijk van belang zijn voor het in stand houden van ons darmmicrobiota-ecosysteem, bijvoorbeeld door coöperatie tussen waterstofproducerende bacteriën en waterstofopnemende bacteriën. Specifieke, door de darmmicrobiota gevormde gasmetabolieten, zoals stikstofoxide (NO), kunnen mogelijk een rol spelen in de controle van stikstof-homeostase van de gastheer. Deze kunnen ook interessant zijn in het management van belangrijke darmfuncties, zoals doorbloeding en motiliteit. Het is gebleken dat bifidobacteriën, in verhouding tot andere bacteriesoorten, door zure niet-enzymatische reductie van nitriet veel meer NO kunnen produceren (29). Bifidobacteriën behoren tot de microbiotatypen die als ‘gunstig voor onze gezondheid’ worden bestempeld. Het feit dat het aantal bifidobacteriën in de dikke darm door middel van inname van specifieke prebiotica (vooral fructanen) significant kan worden verhoogd, en daarmee dus ook de kwantitatieve NO-productie, verdient nader onderzoek.
In het algemeen dient gesteld te worden dat gasproductie in de darm ten gevolge van fermentatie, behoort tot een normale stofwisseling. Het feit dat vele voedingsbronnen fermenteerbare koolhydraten bevatten en aan het colon afgeven, betekent dat gasproductie als zodanig moeilijk te vermijden is. Mogelijk draagt de vorming van vluchtige verbindingen in de darm bij aan gunstige stofwisselingsprocessen en functies in de darm. De toekomst zal het uitwijzen.

FODMaPs in graan- en volkoren producten

Granen zijn een zeer belangrijke voedingsvezelbron en leveren tevens een significante hoeveelheid micronutriënten en antioxidanten (tabel 1). Een regelmatige consumptie van volkorenproducten heeft een ontstekingsremmende werking en is gerelateerd aan een gezonde darmmicrobiota en een significante vermindering van het risico op diabetes, cardiovasculaire ziekten en dikkedarmkanker (30,31,32,33,34). Tegenwoordig worden op granen gebaseerde levensmiddelen echter steeds vaker aangemerkt als voeding die je maar beter kunt vermijden, omdat er FODMaPs (vooral snel fermenteerbare fructanen) in zitten. Maar deze hoeveelheden zijn relatief gering en ver onder het niveau dat bij gezonde mensen buikklachten door gasvorming veroorzaakt. Het totale fructaangehalte in twee sneetjes brood bijvoorbeeld, bedraagt minder dan 0.5 gram. Een portie ontbijtgranen van 35-50 gram bevat 1 gram en een portie pasta van 150 gram slechts 0.5 gram (35). Het is belangrijk om te weten dat een groot deel van deze granen-FODMaPs wordt afgebroken tijdens het maken van het deeg. Een afname van meer dan 50% is waargenomen bij het gebruik van gist. Bij het gebruik van zuurdesem zal de afbraak vrijwel compleet zijn. Factoren die daarbij een belangrijke rol spelen zijn: fermentatietijd (rijstijd), zuurgraadveranderingen en de keuze van gist, zuurdesem of een combinatie daarvan (36). Het afzien van de consumptie van volkerenproducten omdat er FODMaPs in zitten, zal leiden tot een drastische vermindering van de inname van deze nutriënten. Het is alleen aan te raden onder strikte begeleiding, zodat implementatie van kwalitatief goede alternatieven gewaarborgd wordt. In dit opzicht concludeerden Laatikainen et al. (2016) dat IBS-patiënten die een laag-FODMaPs-roggebrood consumeren weliswaar minder gasophoping in de darmen ondervinden, maar dat dit (zonder andere dieetveranderingen) de kwaliteit van leven niet verbetert (37). Een goede begeleiding is dus zeer belangrijk om de juiste keuze van alternatieve optimale levensmiddelen te kunnen maken.

Is een laag-FODMaPs-dieet aanbevelingswaardig voor iedereen?

Om meerdere redenen is een algemene aanbeveling van een laag-FODMaPs-dieet voor iedereen (dus niet alleen voor specifieke groepen met speciale behoeften, zoals IBS) moeilijk te verdedigen. De diversiteit van niet-verteerbare en niet-geabsorbeerde koolhydraattypen (mono-, di-, oligosacharide en polyolen) die onder de huidige definitie van FODMaPs vallen, maakt het implementeren in de context van een voedingsadvies voor iedereen niet alleen moeilijk maar kan dit ook niet rechtvaardigen. Er is aangetoond dat sommige goed-fermenteerbare (prebiotische) oligosachariden de darmmicrobiota-samenstelling gunstig kunnen beïnvloeden, waardoor bacteriesoorten die een positieve rol hebben meer invloed krijgen.
Bijvoorbeeld: bij obese personen leidt de inname van korte-keten-oligosachariden (fructanen) ertoe dat de soorten bifidus, faecalibacterium prausnitzii en akkermansia muciniphila in aantallen toenemen. Deze bacteriesoorten spelen een belangrijke rol in het onderhouden/behouden van een goede darmbarrièrefunctie. Tevens participeren zij in de controle van metabole afwijkingen die optreden bij obesitas, zoals leververvetting en afname van de insulinegevoeligheid (45,46). Het is gebleken dat de consumptie van onverteerbare oligosachariden, geclassificeerd als FODMaPs, dergelijke metabole verstoringen kan helpen normaliseren (47,48). Fermenteerbare vezels en prebiotica spelen als ‘regulerende hulpstoffen’ een aanzienlijke rol in het ecosysteem van het spijsverteringskanaal. Een tekort aan voedingsvezels in de voeding blijkt samen te hangen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van darmdysfunctie en -ziekte, inclusief darmkanker. Het is dan ook begrijpelijk, maar bedenkelijk, dat een laag-FODMaPs-dieet kan leiden tot een afname van de inname van fermenteerbare vezels en daardoor van de aantallen bifidobacterium en faecalibacterium prausnitzii die beide een rol spelen in de regulering van ons immuunsysteem en onderdrukking van ontstekingsfactoren in de darm. In dit opzicht is het vermeldenswaardig dat oligosachariden ook een zeer belangrijke component van moedermelk zijn. Zij spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van het immuunsysteem in het vroege stadium van een kinderleven (49). Het gebruik van moedermelk is echter nog nooit afgeraden om de reden dat er FODMaPs in zitten! Het laag-FODMaPs-concept is dus niet aanbevelingswaardig voor iedereen, vooral omdat het strikt vermijden van FODMaP-bevattende levensmiddelen tot gevolg zal hebben dat veel plantaardige producten en vruchten, die allemaal fermenteerbare prebiotische vezels en oligosachariden bevatten, worden uitgesloten. Voorbeelden hiervan zijn onder andere granen, uien, witlof, prei, bananen, appels, abrikozen, dadels en ’oude’ groenten als de jeruzalemartisjok (aardpeer).

*AUTEURS
Fred Brouns: NUTRIM- School of Nutrition and Translational Research in Metabolism; Faculty of Health, Medicine and Life Sciences, Maastricht University, Netherlands.
Nathalie Delzenne: Université catholique de Louvain, Louvain Drug Research Institute, Metabolism and Nutrition Research Group, PMNT Unit, Brussels, Belgium.
Glenn Gibson: Food Microbial Sciences Unit, School of Food Biosciences, The University of Reading, Whiteknights, UK.

De volledige referentielijst, behorende bij zowel deel 1 als deel 2 van dit artikel, is hier te vinden. 


CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Gebaseerd op de beschikbare gegevens en inzichten zijn wij het eens met de conclusies van Camileri and Boeckxstaens (2017) die het volgende stellen:
• In het algemeen brengt een strikte voeding met een laag gehalte aan FODMaPs voor personen met PDS zowel op de korte als op langere termijn sterke restricties met zich mee, inclusief de noodzaak voor begeleiding door een expert-diëtist om het risico op het ontwikkelen van tekortkomingen in de voeding en ongewenste veranderingen in de darmflora te voorkomen.
• Een algemene FODMaPs-onthouding kan leiden tot een lage vezelinname en daaraan gerelateerde micronutriënten-inname. Indien dit niet voldoende wordt gecompenseerd door de selectie van andere vezelrijke producten, zullen ongewenste veranderingen in de darmmicrobiota-samenstelling en stofwisseling ontstaan.
• De werkzaamheid van de FODMaPs-exclusie, vergeleken met andere voedings-, fysiologische- of farmacologische aanpakken, moet beschouwd worden in het licht van voeding met een laag aandeel van fruit en groenten, terwijl deze voor de gehele bevolking juist de belangrijkste bronnen zijn van micronutriënten en vezels.
• Er is een gebrek aan duidelijk voorspelbare behande- lingseffecten. De relatieve werkzaamheid van een laag-FODMaPs-dieet, in vergelijking tot andere voedings-, fysiologische of farmacologische interventiemogelijkheden voor PDS is moeilijk in te schatten. Een strikt persoonlijke advisering, begeleiding en folow-up zijn derhalve belangrijk!
• De huidige algemene toename van de aanbevelingen van laag-FODMaPs-producten en -diëten in de sociale media moet vooral gezien worden vanuit ontwikkelingen in de marketing en business. Deze gaan veelal manco aan ‘evidence based’ handelen gebaseerd op diagnostische criteria om FODMaPs mogelijk beter te vermijden (50).

Reageer op dit artikel