artikel

Koolhydratencongres 2017: Koolhydraatarm is geen wondermiddel tegen gewichtsverlies

Algemeen

Koolhydratencongres 2017: Koolhydraatarm is geen wondermiddel tegen gewichtsverlies

Voorheen ging het vooral over vetreductie, nu lijkt ‘koolhydraatarm’ het nieuwe toverwoord. Niet voor niets schieten diëten met weinig of geen koolhydraten als paddenstoelen uit de grond. Maar in hoeverre bieden ze soelaas bij de verbetering van de gezondheid? Weinig voor de meeste mensen, vertellen deskundigen op het onlangs gehouden Koolhydratencongres in de Jaarbeurs in Utrecht dat Voeding Nu mede organiseerde. Dit artikel komt uit de printuitgave van Voeding Nu 6.

Het zijn dikmakers, het is iets met suiker: het winkelend publiek weet betrekkelijk weinig van koolhydraten, zo blijkt uit een getoond filmpje op het Koolhydratencongres. Sommige voorbijgangers beweren zelfs dat kaas, ei en vlees ‘vol zitten met koolhydraten’. Het gebrek aan kennis zal de zaal vol voedingsprofessionals niet verbazen. Niet voor niets zijn er mensen die zich overgeven aan koolhydraatbeperkende diëten zonder er precies de hoed en de rand van te weten. Ze willen graag simpele oplossingen om van overtollig gewicht af te komen. En deze worden volop aangeboden op bijvoorbeeld het internet. Dit maakt het lastig voor voedingsprofessionals als diëtisten om een gedegen advies te geven, want assertieve cliënten denken al snel zelf de wijsheid in pacht te hebben na een online speurtocht.

Afslanken

Een gemakkelijke manier om af te vallen bestaat nu eenmaal niet, weet ook professor Ellen Blaak van de Universiteit van Maastricht. Zij stelt dat voor gezonde mensen de Richtlijnen Goede Voeding het uitgangspunt zijn, waarin wordt uitgegaan van een voedingsnorm voor koolhydraten van 40-70 energieprocent. Voor de meeste mensen is koolhydratenbeperking niet nodig. Wie wel een dieet wil volgen met minder koolhydraten, zou juist meer producten met zogenoemde langzame (meestal complexe koolhydraten) moeten kiezen, dat wil zeggen koolhydraten die langzaam worden opgenomen. Uit de laatste cijfers van de Voedselconsumptiepeiling (2007-2010) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat gemiddeld 45 energieprocent van de Nederlandse voeding uit koolhydraten bestaat. Ongeveer de helft hiervan bestaat uit mono- en disachariden (suikers). Deze zitten bijvoorbeeld in snoep, koek, gebak en gesuikerde fris- en zuiveldranken. De totale koolhydratenconsumptie mag dan de afgelopen jaren min of meer stabiel zijn gebleven, slechts de helft van de Nederlandse bevolking eet meer dan de 90 gram dagelijks aanbevolen volkorenproducten, waarin veel vezels en complexe koolhydraten zitten. Blaak ziet overgewicht en chronische ziekten als diabetes toenemen. In 2007 waren er 740.000 gediagnosticeerde diabetici en dat aantal zal bij ongewijzigd beleid toenemen tot 1,3 miljoen in 2025, zo blijkt uit het RIVM-rapport diabetes tot 2025.
Bekend is dat mensen met overgewicht een grotere kans hebben op het krijgen van diabetes type 2. Maar om nu massaal koolhydraatarm te gaan eten om af te slanken, zet weinig zoden aan de dijk, vertelt Blaak. Volgens de wetenschapper is er weinig bewijs voor dat het eten van minder koolhydraten zorgt voor een betere gewichtscontrole. Het is van belang te zorgen voor een goede energiebalans wat betreft deze macronutriënten. ‘We hebben grote vetvoorraden en weinig koolhydraatvoorraden. Je moet de koolhydraatbalans dus goed reguleren. Ze zijn namelijk essentieel voor ons zenuwstelsel.’

Gezonde leefstijl

Blaak stelt dat het beter is te focussen op een gezonde leefstijl als geheel. Een gewichtsverlies tussen de 5 en 10 procent heeft al een gunstig effect op de gezondheid. Een kleine reductie kan het risico op diabetes type 2 doen afnemen met zestien procent. Maar hoe zit het met mensen die al in de pre-diabetesfase zitten? Uit onderzoeken blijkt dat een dieet met een hoge glycemische lading (GL) bij hen een minder goede reactie geeft. Bovendien is er sprake van een grotere gewichtstoename dan bijvoorbeeld bij het zogeheten Nordic dieet, een voedingspatroon uit de noordelijk gelegen Europese landen dat hoog in granen en in vezel is. Een dergelijk dieet zorgt juist voor gewichtsverlies. Een dieet met een lage GL is te prefereren boven een met een hoge GL, aldus Blaak. Daarbij hoeft niet overdreven gelet te worden op koolhydraten: eet gewoon volgens de richtlijnen van de Gezondheidsraad (Schijf van Vijf), raadt de wetenschapper aan. In prospectieve cohortstudies is bijvoorbeeld geen bewijs gevonden tussen fructose (fruitsuiker) en het risico op het krijgen van diabetes type 2. Tenminste, bij een matige consumptie. Ook wil ze nog een keer benadrukken dat de focus niet moet liggen op louter afvallen. ‘Na het afvallen, past het lichaam zich aan door onder andere het krimpen van de vetcellen. Dit kan weer aanleiding geven voor een gewichtstoename. Tachtig procent van de mensen die flink afslanken, gaat weer terug naar hun oorspronkelijke gewicht.’

Ketogene voeding

Ondanks Blaaks waarschuwingen zijn er mensen die een stap verder gaan dan een koolhydraatarm dieet. Ze stappen namelijk over op een ketogeen dieet, waar nauwelijks koolhydraten (50 gram per dag) in voorkomen. Toch is zo’n voedingspatroon niet per definitie slecht, vindt voedingswetenschapper professor Gertjan Schaafsma, emeritus hoogleraar van Wageningen Universiteit. Het kan epileptische aanvallen met dertig tot veertig procent verminderen. Ook zorgt een dergelijk dieet voor snel gewichtsverlies, eetlustonderdrukking en een verbeterd lipidenprofiel. Bij diabetes type 2-patiënten verbetert de glucosecontrole en de insulinegevoeligheid. ‘Maar’, waarschuwt de professor, ‘beperk een ketogeen dieet tot maximaal zes weken. De langetermijneffecten zijn namelijk onzeker.’ Zo kan een voedingspatroon met nauwelijks koolhydraten leiden tot nierschade en tot een onevenwichtige voeding met een tekort aan vezels en nutriënten. Niet iedereen is het hiermee eens. Als iets werkt voor jou, moet je soms ook je eigen koers durven varen, vindt diëtiste en diabetesverpleegkundige Harriët Verkoelen, die al tien jaar een ketogeen dieet volgt. ‘Diabetici die bij mij komen, hebben een hulpvraag en dan heb je diëten nodig. Ze zijn vaak ten einde raad. Na een ketogeen dieet knappen ze op. Als iedereen dit zou doen, zou dat zo’n €70 miljoen aan zorgkosten schelen’, is haar mening.
Internist-endocrinoloog Rik Heijligerberg van Ziekenhuis de Gelderse Vallei heeft goede ervaringen met koolhydraatbeperkte diëten, maar ze werken alleen als mensen echt enorm gemotiveerd zijn. Anders dreigt een snelle terugval. Tot zijn spijt zijn de meeste mensen niet optimaal gemotiveerd. De compliance van patiënten is iets om sterk rekening mee te houden. ‘Je kunt ze nog zo’n goed behandelplan voorhouden, maar als ze er niet in geloven of het niet zien zitten, hou er dan maar mee op te zeggen wat goed voor ze is’, was zijn boodschap. Met zijn lezing hield hij de aanwezigen voor dat hoe goed je het als hulpverlener ook voor hebt en het bij het medisch wetenschappelijke rechte eind weet te hebben, er soms andere wegen nodig zijn om tot de juiste behandeling te komen.

Beweging

Volgens onderzoeker Jan-Willem van Dijk van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) gaat het om de balans tussen voeding en beweging. Want dat laatste aspect zorgt voor minder hoge glucosepieken bij diabetes type 2 -patiënten, blijkt uit zijn eigen onderzoek. Matige lichaamsbeweging tot drie kwartier na de maaltijd verlaagt de glucosepieken en verbetert de bloedglucosespiegel, constateerde hij. ‘Het gaat om het volume van de beweging, de arbeid die je verricht’, zegt hij. Dat betekent dat een half uur hardlopen ongeveer gelijk staat aan een uur wandelen op de helft van die intensiteit. ‘Mensen die intensiever bewegen, hebben er over een langere periode profijt van en zijn er minder tijd aan kwijt. Mensen die lichter bewegen zullen meer tijd kwijt zijn, maar uiteindelijk is het effect hetzelfde.’ Schaafsma onderschrijft het belang van beweging. ‘Vetten kunnen we opslaan, koolhydraten maar weinig. Beweeg je niet genoeg, dan raakt de glycogeenvoorraad niet op. Eet je dus veel koolhydraten en beweeg je weinig, dan kan het gevolg insulineresistentie zijn.’ Hij benadrukt het belang van bewegen door een studie uit de oude doos aan te halen: de London Transport Study (1949-1952), waarbij het vóórkomen van hartziektes werd vergeleken tussen conducteurs en machinisten. Bij de eerste groep, die de hele dag in beweging is, kwamen minder hartziekten voor dan bij de tweede, die zittend werk doet. Schaafsma waarschuwt: ‘Met elk uur dat je langer dan zeven uur zit, neemt de mortaliteit toe met vijf procent. Een ongezonde leefstijl werkt bovendien chronische lage graad inflammatie in de hand. We moeten te allen tijde een synthese van vet uit koolhydraten zien te voorkomen.’ Hij maakt zich serieus zorgen. ‘Dertig procent van de Nederlanders leidt aan het metabool syndroom. Je hebt dan een verhoogd risico op een aantal chronische aandoeningen. Er moeten echt preventieve leefstijlinterventies komen.’

Preventie

Overal in het land zijn initiatieven gaande om mensen bewust te maken dat gezond leven een must is. Zo werken verschillende gemeentes aan het gezonder maken van hun omgeving, is er gezondheidsvoorlichting, voedingseducatie en bestaat er veel aandacht voor het gezonder maken van school- en sportkantines. Maar helpen deze preventieve initiatieven? Uit de zaal met zo’n driehonderd voedingsprofessionals komen veel voorbeelden van jongeren die in de pauze vooral energiedrankjes, zoetigheid, croissants en hartige bladerdeegproducten inslaan. ‘Jongeren gaan toch naar de supermarkt, ook al biedt de school gezondere producten aan.’ Vaak nemen ze als ze naar huis gaan ook nog plaats achter de spelcomputer. Dit baart Heijligenberg grote zorgen. ‘Ik maak me meer zorgen om de jongere generatie dan om de mensen met afstervende benen die ik in mijn praktijk zie’, verzucht hij.

 


 

Sprekers:

Adviseren over koolhydraten

Typ in ‘koolhydraatarm dieet’ op zoekmachine Google en je krijgt 1.310.000 resultaten. Sommige Nederlanders grijpen naar een dergelijk dieet om af te vallen of met de gedachte dat dit hun gezondheid verbetert. Hoe ga je als diëtist om met cliënten die een koolhydraatarm of zelfs ketogeen dieet zien als wondermiddel? Diëtist Mariëlle van Veen van het Leids Universitair Medisch Centrum en betrokken bij de totstandkoming van de Voedingsrichtlijnen van de Nederlandse Diabetesfederatie, vertelt op het congres wat zij haar cliënten adviseert als het gaat om koolhydraten. Gezonde mensen hoeven ten aanzien van koolhydraten in de voeding weinig beperkingen te hebben, is haar mening: ‘Ze hoeven niet te bezuinigen op koolhydraten. Heb je overgewicht of (pre)diabetes, dan is het zeker nodig goed op de hoeveelheid energie te letten en waar deze vandaan komt. Voeding met zogeheten complexe koolhydraten en een lage glycemische index hebben de voorkeur, denk daarbij aan volkorenproducten. En hierbij geldt dat maatwerk per cliënt van belang is.’ Er is geen optimale hoeveelheid koolhydraten bekend voor diabetespatiënten in het algemeen.

Omgaan met hypes

Spreker Matthijs Fleurke, filosoof en socioloog, werkzaam aan de Haagse opleiding voor Voeding en Diëtetiek, gaat aan het eind van het congres in op voedingshypes. Vanuit een filosofisch perspectief legt hij uit dat er in de huidige, geïndividualiseerde samenleving, waarin een toegenomen risicoperceptie en uiting van emoties via allerlei media gemeengoed zijn, niet te ontkomen is aan hypes. ‘Hypes are here to stay’, zegt hij. Er is dus geen ontkomen aan, ze blijven komen en gaan. ‘Je eraan ergeren is verloren energie. Het zou wel goed zijn als er diëtisten opstaan die het voortouw kunnen nemen in de social media en die aan tafel kunnen zitten bij Pauw of De wereld draait door.’


Bezoekers

Meer vragen over koolhydraten

Margriet Greuter werkt als algemeen diëtist in Monnickendam. ‘Ik krijg steeds meer vragen over koolhydraten vanuit mijn cliëntenkring’, zegt ze. Greuter is hier dan ook met name om up-to-date te blijven over het veelbesproken koolhydratenonderwerp en wellicht ondersteunt de (nieuwe) informatie haar in het dieetadvies aan haar cliënten. ‘De gewone consumenten zien vaak door de bomen het bos niet meer en komen met specifieke vragen over koolhydraten in verband met sport, zwangerschap of recente dieethypes en -boeken. Ik wil ze graag voorzien van goed onderbouwde informatie. Vooral de lezing van Professor Gertjan Schaafsma, hoogleraar Voeding en Levensmiddelen Wageningen Universiteit, vond ik erg interessant. Wat kan die man goed vertellen over hoe het lichaam omgaat met koolhydraten!’

Ik laat me verrassen

‘Eindelijk, een congres over koolhydraten!’, zegt diëtiste Van Vliet enthousiast. Als diëtiste in een huisartsenpraktijk in Noord-Holland heeft van Vliet zich gespecialiseerd in koolhydraatbeperking en begeleidt ze al jaren patiënten met overgewicht en diabetes. ‘Ik ervaar steeds vaker dat mensen een koolhydraatarme dieetvorm zien als een van de voedingshypes van dit moment. Dat kan ik wel begrijpen: er zijn zoveel ideeën over gezond eten. Toch geloof ik sterk in een koolhydraatbeperkt dieet, vooral bij mensen met overgewicht en diabetes. Ik zie dat de meeste cliënten die bij mij komen baat hebben bij een koolhydraatbeperking, niet alleen op korte termijn maar ook op lange termijn. Afgelopen week zag ik nog een meneer die voorheen dagelijks medicatie gebruikte voor zijn diabetes type 2. Nu leeft hij al een jaar zonder medicatie, mede door een koolhydraatarm dieet die ik op zijn persoonlijke voorkeuren heb afgestemd. Ik vind het keer op keer weer een uitdaging om dit (soms) strikte dieet, met weinig koolhydraten op het menu, toch leuk en uitnodigend voor mijn cliënten te maken. Want ja, het is vaak een hele klus om mensen te motiveren!’, aldus Van Vliet. ‘Vandaag laat ik mij vooral verrassen, ik zie vanzelf wat er op mij afkomt.’

Niet koolhydraten, maar vet en eiwit staan centraal

Drie vierdejaars studenten Voeding en Diëtetiek aan de Haagse Hogeschool en de Hogeschool van Amsterdam, zijn vandaag speciaal gekomen voor extra verdieping over het veelbesproken onderwerp koolhydraten. ‘In onze Turkse cultuur zien wij veranderingen in de tradities. Veel Turkse vrouwen kijken ’s ochtends gemiddeld drie uur naar de Turkse televisie. De televisieprogramma’s gaan steeds vaker over een gezonde leefstijl, voedingshypes en dieetprogramma’s. Vroeger was dit nog niet zo’, zegt Sura Circi, een van de drie studenten. ‘Waar mensen vaak aan denken bij onze cultuurgroep zijn de zoete lekkernijen. Dat vind ik grappig! Wij hebben inderdaad veel culturele feesten waarbij zoetigheid wordt geserveerd, maar baklava staat niet centraal in het eetpatroon’, zegt Esra el Nory. ‘Wat we juist zien is een verschuiving naar meer hartige eiwitrijke gerechten, denk aan hapjes met gehakt of feta’, haakt Circi hierop in. De drie de studenten zijn het erover eens dat in de Turkse gemeenschap de angst voor het dik worden van vet- en eiwitrijke voedingsmiddelen steeds vaker wordt besproken dan het koolhydratenissue waar veel Nederlanders zich mee bezig houden. ‘Koolhydraten komen natuurlijk wel aan bod, maar staan over het algemeen niet centraal in de consulten met cliënten die ik tot nu toe heb gehad’, legt Circi uit.

Kennis verbreden

Annemieke Izeboud, werkzaam als diëtiste bij Diëtistengroep NL, is hier vandaag op aankondiging van Voeding Nu. ‘Tegenwoordig krijg je allemaal nieuwsbrieven via de mail; soms zit er een leuke uitnodiging tussen, zoals die voor het Koolhydratencongres’, zegt Izeboud lachend. In 1983 heeft Izeboud haar opleiding Voeding en Diëtetiek afgerond en diverse nascholingscursussen gevolgd op het gebied van diabetes, overgewicht, bariatrie en coeliakie. ‘Mijn aandacht gaat uit naar overgewicht en obesitas, omdat ik zelf scholing geef aan collega-diëtisten op het gebied van het koolhydraatbeperkte dieet.’ Vandaag hoopt Izeboud haar kennis te verdiepen, te verbreden en uit diverse bronnen de nieuwste informatie te horen over koolhydraten in de voeding. ‘Zo kan ik goed onderbouwd mijn behandelingen uitvoeren en de scholingen geven. Daarnaast is het altijd van belang collega’s en andere disciplines te ontmoeten, ook om met hen te sparren over ontwikkelingen in de voeding. Koolhydraten zijn trendy en ik vind het van belang de wetenschappelijke onderbouwing van de adviezen te weten en te horen hoe anderen er tegenaan kijken.

Verwarrende informatie

BGN-gewichtsconsulente Sandra Kok vindt het onderwerp koolhydraten erg interessant, dat is dan ook de voornaamste reden waarom ze vandaag naar het Koolhydratencongres is gekomen. Kok zit in het bestuur van de Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten Nederland (BGN) en maakt geregeld een nascholingscursus over koolhydraten mee. ‘Ik vind het leuk om vandaag een vergelijking te maken’, zegt Kok enthousiast. ‘Als BGN-gewichtsconsulent begeleid ik cliënten met gewichtsproblemen volgens de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad naar een gezond eet- en leefpatroon. Vandaag gaat het veel over diabetes type 1 en 2. Cliënten met diabetes hebben om medische reden voeding nodig die aan specifieke eisen moet voldoen en dat is niet de doelgroep voor een gewichtsconsulente. Maar dat maakt het congres niet minder interessant, ik heb vandaag goed geluisterd en ik neem de informatie mee die ik in mijn eigen praktijk kan gebruiken.’ Onder de beroepsgroep ervaart Kok een toenemend aantal vragen over koolhydraten. In haar eigen praktijk zijn deze vragen er altijd al geweest. ‘Wat mij vandaag voornamelijk is opgevallen, is dat er niet echt over grote wetenschappelijke bewijzen is gesproken voor op een langere termijn. Ook is de informatie soms wat verwarrend. Zo gaf professor Schaafsma aan dat het beter is om een ketogeen dieet niet langer dan zes weken te volgen, terwijl iemand uit het panel al een aantal jaren achter elkaar ketogeen eet.’

Reageer op dit artikel